Opinie

Overlevingsles

Marcel van Roosmalen

Aan de rand van het zwembad krijg ik steeds meer contact met de dorpsbewoners. De gesprekken krijgen soms zelfs een zekere gelaagdheid, ze gaan dan verder dan de zwemkunsten van Lucie van Roosmalen (6), die gisteren, op haar verjaardag, voor het eerst zonder bandjes in het diepe dook.

Een van de moeders had Nederlandse les gegeven in een asielzoekerscentrum, maar daar was ze mee gestopt wegens ‘niet zo gezellig’.

We keken naar onze kinderen, in de groep zaten ook twee meisjes met een hoofddoek.

„Begrijp jij het?”, vroeg ze. „Maar wij zeggen d’r niets van, dat is ons fatsoen. Moet je het andersom daar eens proberen…”

„Wat?”, vroeg ik, alsof ik niet wist welke afslag ze in dit gesprek ging nemen.

„Nou dat jij jouw dochter in Afghanistan op zwemles doet zonder hoofddoek. Dan hakken ze je hoofd eraf, en je dochter verhandelen ze.”

Ik begon over de tolken, de beveiligers en de logistiek medewerkers die de Nederlandse troepen in Afghanistan geholpen hadden en die onze regering nu de toegang tot ons land wil ontzeggen.

„Ze lopen allemaal gevaar”, zei ik. „Ze vrezen voor hun levens.”

Het was duidelijk dat ik mijn hand had overspeeld.

Ik kon doorgaan met het ventileren van een mening, maar daar zou het gesprek niet gezelliger van worden. We constateerden dat we het niet eens zouden worden en focusten op het hier en nu. Op de zonneweide lagen nog steeds plassen, de badmeester had een verband om zijn knie, hij moest na het seizoen meteen worden geopereerd en de vrouw die de uitkijktoren bemande bleef ook op hoge leeftijd aquatraining geven.

„Die blijft op die toren tot ze eraf valt...”

„Iedereen is freelance”, zei een vader, „want d’r is echt werkelijk nergens meer geld voor.”

„Wees blij dat we nog een zwembad hebben”, zei de moeder terug. „Al het geld gaat naar de EU.”

Ze keken naar mij.

Werd er nou toch nog een afwijkende mening verwacht?

Had ik zin om die te geven?

Hoezo wilde iedereen het ineens over politiek hebben?

Lucie van Roosmalen spuugde even verderop een liter water uit, de situatie was onder controle.

„Goed zo”, zei de moeder die Nederlandse les had gegeven in het asielzoekerscentrum. „Ze hebben d’r bij kop en kont gepakt en in het water gesodemieterd, zo heb ik het ook geleerd. Geen medelijden, ze komen echt wel bij de kant.”

Daarna tegen mij: „En zo is het met alles.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.