Opinie

‘Kijk, hierop werden mensen vastgebonden en werden álle botjes gebroken’

Sheila Kamerman

Eigenlijk hou ik niet van musea. Excuses aan iedereen die daar wel gek op is, maar voor mij is dat nu eenmaal zo. Toen de kinderen jonger waren, hadden we de regel dat we in elke vakantie één keer naar een museum gingen – ter educatie. Toen kwam ik er nog geregeld. Vaak was het best aardig, je ging er doorheen met een speurtocht en een kleurplaat. Maar nu ze groot zijn, kom ik er vrijwel nooit meer.

Ik heb niets tegen de musea zelf, het punt is: ik vind de straat (zeg maar: het échte leven) interessanter. Toen een Trouw-collega ooit opgewonden over de Shariadriehoek schreef, boekten we een jeugdherberg in Den Haag en gingen we met zes kinderen op excursie. We vonden die Shariadriehoek niet, die bleek ook niet te bestaan, maar we hadden een onvergetelijke dag waarin we eindigden in een koffiehuis achter de Turkse linzensoep.

Maar nu dit. Mijn vader was jarig en dat vierden we in een restaurant in Veenhuizen. Daar zit ook het gevangenismuseum, dat weet zelfs ik. Een week eerder las ik op Teletekst: „Door het toevoegen van de Koloniën van Weldadigheid aan de werelderfgoedlijst van Unesco is het flink drukker in de musea ter plekke.” Meteen kreeg ik last van FOMO (Fear of missing out) en boekte – inderdaad net op tijd – een tijdslot van een uur in het gevangenismuseum.

Lees ook: Nieuwe Hollandse Waterlinie en Koloniën van Weldadigheid op Unesco Werelderfgoedlijst

En daar lopen we dan, tussen ouders met kinderen. De meeste indruk maakt het ‘rad’ waarop mensen werden geradbraakt. Kijk, zegt een moeder tegen een verschrikt meisje. „Hierop werd iemand vastgebonden en werden álle botjes gebroken.”

Van die lugubere lijfstraffen uit de 16de en 17de eeuw, stappen we pardoes strafkolonie Veenhuizen binnen waar wezen, landlopers en klaplopers werden opgevoed en heropgevoed, met hard werk, strikte regelmaat, ratatouille en gortsoep. Ze sliepen in hangmatten die je ook kunt zien. Het mooist zijn de zwart-witfoto’s (vooraanzicht en zijaanzicht) van de bewoners, maar naam of levensverhaal krijgen die fascinerende gezichten van ruim 100 jaar geleden niet. Ze waren toen anoniem en blijven ook nu anoniem.

En voor je het door hebt, ben je Veenhuizen uit, hup in de Koepelgevangenis van Breda. De moderne tijd. Aan de hand van vier misdrijven wordt verteld wat er (strafrechtelijk gezien) met de daders gebeurt. Een moeder legt aan haar dochter uit dat het door de omstandigheden komt als iemand een misdrijf pleegt. Het meisje vraagt schril: „Maar sommige mensen zijn toch écht slécht?”

Dan staan we buiten, na een uurtje, ontsnapt uit het gevangenismuseum. We lopen langs de échte gevangenis, want die staat daar ook. Wie zouden daar zitten? Er staat niemand achter de ramen. Dáár zou ik nou best eens een uurtje, nee héle week willen zitten, praten, leven. Opeens weet ik waarom ik musea vermoeiend vind. Ik kijk liever rond in die verpletterende realiteit om ons heen.

Sheila Kamerman vervangt Petra de Koning die vakantie heeft.