Recensie

Recensie Boeken

Kan de nieuwe Einstein geen vrouw zijn?

Academisch leven Een intolerant progressief identiteitsbeleid maakt de universiteiten dommer, en daarmee ook het land, stelt filosoof Sebastien Valkenberg. Zijn betoog bevat wat zwakke plekken.
Foto Peter Dazeley/Getty images

Politieke correctheid legt sinds een jaar of vijf een verstikkende deken van conformisme over de Nederlandse universiteiten, en bedreigt zo de academische vrijheid en prestaties. Zo betoogt de liberale filosoof Sebastien Valkenberg (1978) in zijn boek Policor in de polder. Sterker nog, volgens hem is deze misstand in de academische wereld exemplarisch voor de hele samenleving, die hierdoor haar uitingsvrijheid verliest en dommer wordt.

Onder politieke correctheid verstaat Valkenberg intolerant progressief beleid tegen andersdenkenden en hun gedachtegoed. Hij splitst dit uit in drie vormen: diversiteitsbeleid, identiteitspolitiek en veiligheidsbeleid.

Diversiteitsbeleid – bij het aannemen van academisch personeel letten op bijvoorbeeld afkomst en gender – zorgt er volgens Valkenberg voor dat academici worden beoordeeld op zaken die niets met hun academische prestaties te maken hebben. Vooral het hanteren van quota voor bijvoorbeeld vrouwen is volgens hem oneerlijk, en schadelijk voor de academische prestaties. De hiermee samenhangende identiteitspolitiek benadrukt volgens hem te zeer de speciale kwaliteiten die gender of afkomst zouden bieden. Hij vindt dat de groepsidentiteit zo de identiteit van het individu overheerst, en dat beleving boven kennis wordt gesteld. Het idee van de universiteit als veilige omgeving – waar studenten behoed dienen te worden voor hen onaangename ideeën en vertolkers daarvan – bedreigt volgens hem de academische vrijheid.

Turks Fruit

Voor wie geen angst heeft voor onwelgevallige, raillerende meningen, is Policor in de polder een lekker weglezend pamflet vol aantrekkelijke voorbeelden. Valkenberg behandelt vrijwel uitsluitend de universiteiten, de stevige ondertitel van zijn boek ‘Hoe politieke correctheid Nederland dom maakt’ onderbouwt hij nauwelijks. In die zin valt het boek tegen.

Maar goed, de misstanden die hij op de universiteiten ziet, zijn genoeg reden voor alarm. Hoe erg is het? Hierbij is het ongelukkig dat Valkenberg voornamelijk voorbeelden uit de Verenigde Staten noemt. In Nederland citeert hij vooral ietwat potsierlijke zinnen uit beleidsnota’s. Qua daadwerkelijk beleid zie je er niet veel van. Vrouwenquota? In andere landen werken quota uitstekend, zolang je maar niet te radicaal ingrijpt, zoals in Eindhoven, waar een tijdje louter vrouwen werden aangenomen. De universiteit is dan ook teruggefloten door het Europese Hof. Het benadrukken van de speciale kwaliteiten van vrouwen en mensen uit een andere cultuur is inderdaad niet wenselijk, maar ook daar lijkt Valkenberg er net naast te zitten. Het is meer dat er überhaupt meer ruimte komt voor vrouwen en mensen uit andere culturen. Puur omdat je dan meer keuze hebt, grotere netwerken aanspreekt en dat daarmee de kwaliteit omhoog gaat. Het weren van controversiële boeken of sprekers – op welke schaal dit gebeurt wordt niet duidelijk – is inderdaad een slechte zaak. Helaas noemt hij hier boeken (Turks Fruit) en sprekers (klimaatscepticus Matt Ridley, politicus Thierry Baudet) die geenszins geweerd worden, maar die protesten uitlokken. Je kunt protest beschouwen als repressie, maar je kunt het ook zien als onderdeel van een gezonde debatcultuur.

Valkenberg heeft bovenal een wat ongelukkige hand in het kiezen van zijn voorbeelden. Zo plaatst hij popzanger Michael Jackson aan het begin van een betoog over het cancellen van mensen die een omstreden mening hebben. Alleen, niet Jacksons mening is het probleem, maar diens seks met minderjarige jongens. En zo gaat hij maar door: hij begrijpt de kwestie rond de sitcom Friends niet (het gaat er niet zozeer om dat de acteurs wit zijn, maar dat ze zich homofoob en transfoob uiten). Hij begrijpt niet waarom vrouwen zwijgen tijdens een discussie (omdat dat er van kindsbeen af wordt ingeramd). Hij begrijpt niet waarom je ‘Negro’ tegenwoordig met ‘zwarte’ moet vertalen (omdat het woord van betekenis is veranderd). Hij geeft een verkeerde voorstelling van zaken over culturele toe-eigening (niet het vermengen van culturen is het probleem, maar de ongelijkheid in geld en macht).

Indiaas accent

Echt in de fout gaat hij met de kwestie van Geetanjali Srikantan uit 2018, zoals reeds gesignaleerd door de ombudsman van Trouw. Deze docent internationaal recht te Tilburg spreekt geen slecht Engels, zoals Valkenberg beweert. Zij spreekt uitstekend Engels, maar met een Indiaas accent, waardoor ze voor een klagende student moeilijk te verstaan was. Misschien is voorbeelden van GeenStijl halen niet altijd een goed idee.

Het voorbeeld dat dit boek het meest tekent, is hypothetisch, door Valkenberg zelf verzonnen: volgens hem zou natuurkundige Albert Einstein in 1920 nooit gasthoogleraar in Leiden zijn geworden als er toen een vrouwenquotum had bestaan. Met andere woorden: door vrouwenquota missen we de geniën van morgen. Blijkbaar kan Valkenberg zich niet voorstellen dat de nieuwe Einstein een vrouw zou zijn.

Zo opgeteld valt Valkenbergs betoog grotendeels uit elkaar. Hij geeft op zijn minst een eenzijdig beeld of een verkeerde voorstelling van zaken. Dat begint al met zijn gebruik van de term ‘politiek correct’. Dat is sinds begin jaren negentig een scheldwoord geworden van Amerikaanse conservatieven die daarmee progressief gedachtegoed verdacht trachtten te maken, als wapen in de zogeheten ‘culture wars’ waaruit onder meer president Trump is voortgekomen. ‘Politically correct’ zou je ook kunnen vertalen als ‘fatsoenlijk’. Het is namelijk gewoon fatsoenlijk dat je ervoor waakt mensen te beledigen wegens hun gender, afkomst of geaardheid. En dat je ze niet achterstelt, bijvoorbeeld bij universitaire benoemingen.

George Floyd

Wat Valkenberg namelijk ook verzuimt te schetsen is waar die roep om verandering vandaan komt. De door Valkenberg zo verfoeide positieve discriminatie op universiteiten bestaat al heel lang, namelijk ten gunste van witte mannen. Nederland heeft relatief de minste vrouwelijke onderzoekers van Europa – tachtig procent van de hoogleraren is een man. Daardoor lopen we potentiële geniën mis. Om Nederland minder dom te maken, moet je daar dus wat aan doen, bijvoorbeeld met quota.

Echt grimmig wordt Policor in de polder als het boek racisme bagatelliseert. De Amerikaanse politieagent die vorig jaar George Floyd vermoordde, zou geen aantoonbare racistische motieven hebben gehad, stelt Valkenberg, dus berust de Black Lives Matter-beweging, die uit de moord voortkwam, op een ‘denkfout’. Racisme in Nederland valt volgens hem ook erg mee, hij verwijst naar een enquête waaruit blijkt dat Nederlanders zichzelf niet racistisch vinden. Tja, als je het aan de poes vraagt, zal ze ook zeggen dat ze niets tegen vogeltjes heeft. Misschien had Valkenberg het aan zwarte mensen moeten vragen, of aan moslims. Of misschien had hij gewoon wat onderzoeken naar raciale ongelijkheid in Nederland moeten bekijken.

Micro-agressies

Bij deze blindheid voor racisme past Valkenbergs onbegrip als het gaat om zogenoemde micro-agressies. Als voorbeeld noemt hij het complimentje dat Nederlanders met een andere huidskleur vaak krijgen: ‘Wat spreek je goed Nederlands’. Daarover klagen vindt Valkenberg heel onrechtvaardig; het was toch goed bedoeld? Maar dat is het punt niet, het gaat erom wat je teweegbrengt met zo’n compliment. Je laat – goed bedoeld, ongetwijfeld - merken dat je de gesprekspartner niet voor vol aanziet. Een complimentje voor de beheersing van haar moedertaal kan ze krijgen, maar een plaats in het wetenschappelijk corps blijft ondenkbaar.

Er is vermoedelijk best reden voor ongerustheid over radicale studenten die de vrije sfeer op universiteiten verzieken, maar Valkenberg bereikt met zijn pamflet het tegenovergestelde van wat hij beoogt: na lezing lijkt het allemaal enorm mee te vallen.