Reportage

In de bollenstreek zorgt elk nieuw gepland woonhuis voor een rel. Hoe komt dat?

Locale politieke strijd

De vijf gemeenten in de bollenstreek, waaronder Noordwijk, willen het rommelige landschap aantrekkelijker maken. Maar de woningbouw waarmee de operatie gefinancierd wordt, wekt woede en discussie op bij bewoners. Daardoor dreigt het project te stranden.
Op bezoek bij W.A.M. Pennings, een van de grootste bloembollenkwekers uit de streek.
Op bezoek bij W.A.M. Pennings, een van de grootste bloembollenkwekers uit de streek. Foto’s David van Dam

Het is niet echt een Kodak-moment: wie vanaf de A4 naar de Keukenhof rijdt, stuit bij de ‘entree’ van de bollenstreek op een kalkzandsteenfabriek. Dit enorme bedrijfscomplex hindert het zicht op de bollenvelden. „Dit is het eerste wat een toerist ziet als hij hier komt”, zegt Onno Zwart, een planoloog die namens de vijf bollenstreekgemeenten het buitengebied opruimt.

Dat is namelijk in die regio nogal rommelig en verpauperd. „Als de fabriekseigenaar het wil, sta ik morgen aan z’n bureau” zegt Zwart. „Dan kunnen we kijken of we hier een ‘venster’ op het gebied kunnen maken.” Tenminste, als er geld beschikbaar komt voor Zwarts opknapbeurt – en daar ontbreekt het sinds een jaar aan.

De bollenstreek is één van Nederlands grootste toeristische trekpleisters. Jaarlijks komen miljoenen mensen van over de hele wereld – en uit de rest van Nederland – naar de bloeiende velden. Vaak combineren ze dat met een bezoek aan de Keukenhof (in 2019 1,5 miljoen bezoekers in de twee bloeimaanden).

In Noordwijk – dat ook bekend staat als de ‘bloemenbadplaats’– Lisse en Hillegom worden jaarlijks tientallen miljoenen euro’s verdiend aan al die bezoekers, die steevast selfies schieten tussen de kleurrijke, oer-Hollandse bloembollenvelden.

Het landschap is de attractie. Maar eigenlijk zijn grote delen ervan helemaal niet zo mooi, vinden de vijf bollengemeenten Noordwijk, Lisse, Hillegom, Katwijk en Teylingen. In de jaren tachtig en negentig is de bollenstreek dichtgeslibd met schuren, kassen en huizen. Ze lijken lukraak over het landschap uitgestrooid te zijn en verpesten het open karakter van het landschap. Vaak zijn de befaamde bollenvelden helemaal niet goed te zien.

Dat ziet er niet alleen slordig uit, het bedreigt in de toekomst ook de toeristische aantrekkelijkheid. Door schaalvergroting in de landbouw komen veel gebouwen leeg te staan om vervolgens te verpauperen. Dat maakt de streek er niet mooier op. „De cultuurhistorische waarde en kwaliteiten van de duin- en bollenstreek [...] staan nog steeds zwaar onder druk als gevolg van de [...] verrommeling van het gebied”, aldus een gemeentendocument uit 2016.

De vijf gemeenten initieerden tien jaar geleden een grote opknapbeurt om het gebied weer netjes en toekomstbestendig te maken, zodat de racefietser en de Japanner op termijn niet wegblijven. Toen vond iedereen dat een goed plan – maar door tegenstrijdige belangen en gevoeligheden dreigt de operatie nu vast te lopen.

Landschap moderniseren

Planoloog Zwart kent van elk perceel en gebouw in de bollenstreek de achtergrond. Rijdend in zijn Volvo wijst hij constant naar links of rechts. Hier is een ingestorte schuur gesloopt en wordt nu geteeld, zegt hij. Verderop zijn grote bollenbedrijven geclusterd die extra ruimte zochten. Over een kas in de buurt is hij nog in gesprek. En de verloederde opslag daar aan de weg die doorloopt naar de Keukenhof? Hij wil ’m wel slopen, maar het is een monument. En zie je dat uitzicht dat je hier nu hebt richting de duinen? „Hoe meer er weg kan, hoe beter.”

Als het landschap lelijk is door leegstaande schuren en kassen, blijft de Chinese toerist op den duur ook weg

Onno Zwart Planoloog en directeur van de GOM

Zwart is directeur van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), waarvan de vijf bollengemeenten aandeelhouder zijn. De GOM is geen typische ontwikkelingsmaatschappij waarmee een overheid investeert in bedrijven uit de regio. Deze houdt zich slechts met één zaak bezig: het opknappen en moderniseren van het landschap.

De aanpak van de GOM is voor Nederland uniek. Ze geeft vergoedingen aan boeren die gestopt zijn om hun schuren en kassen te laten slopen en er bollengrond van te maken. De overblijvers, doorgaans grotere boeren, kunnen dan meer ruimte voor hun teelt krijgen. Als er dan toch een bedrijfspand moet komen, wordt geprobeerd dat voor meer boeren samen op één plek neer te zetten. Zo voorkom je dat een in onbruik geraakte kas of schuur verpaupert en de streek onaantrekkelijker wordt. Door de schaalvergroting zullen naar schatting enkele tientallen bollenbedrijven overblijven in de streek.

Pittoreske doorkijkjes

Zwart houdt kantoor in een monumentale bollenschuur in Amsterdamse School-stijl met uitzicht over de velden. De muren zijn behangen met kaarten van de regio, waarop pijlen eventuele pittoreske zichtlijnen over de velden aangeven: vanaf een dijk of autoweg, zelfs vanuit de trein. Doel is dat die doorkijkjes zoveel mogelijk terugkeren, zegt Zwart.

De afgelopen jaren ging de GOM voortvarend te werk. In negen jaar tijd is 31,4 hectare aan overbodige bebouwing gesloopt. Maar sinds vorig jaar gaat de herstructurering moeizamer, blijkt uit het GOM-jaarverslag.

W.A.M. Pennings is met 160 hectare een van de grootste kwekers in de bollenstreek.
Foto’s David van Dam

Om de gewenste aanpassingen te kunnen doen, is de GOM afhankelijk van het geld dat ze zelf verdient. De organisatie verkoopt tot en met 2030 bouwrechten voor zeshonderd vrijstaande woningen – zo hebben de vijf gemeenten besloten. Zij bepalen ook waar de woningen komen: vaak in de buurt van reeds bestaande huizen, soms ook op landbouwgrond. De aspirant-bouwer betaalt 165.000 euro voor zo’n ‘bouwtitel’.

Het probleem is: er komt steeds minder van dat geld binnen. ‘GOM-huizen’ die in het buitengebied worden gebouwd, hebben tot verhitte discussies geleid in de gemeenteraden – ofschoon die tien jaar geleden zelf het beleid van de GOM uitstippelden. En nu stagneert dus de uitgifte van de bouwtitels.

De gemeenteraden reageren op de woede van burgers, die verbaasd opkijken als er kleine villawijkjes met GOM-woningen verrijzen. Vooral een beoogd project van zestig woningen in Voorhout leidde tot forse kritiek in de gemeenteraad van Teylingen. Sommige partijen stelden voor om de bouw van GOM-woningen tijdelijk stop te zetten. Voorlopig wordt er op veel plekken in de regio niets aan woningbouw gedaan.

Bollenstad

„Overal wordt er aan ons land geknabbeld”, zegt Simon Pennings. Zijn familie teelt al meer dan zeventig jaar bollen en het bedrijf is een van de grootste bollenboeren in de streek. Hij legt uit waar veel boeren bang voor zijn: dat door het GOM-beleid veel bollengrond op termijn wordt gebruikt om de almaar uitdijende Randstad van woningen te voorzien. In de bollenstreek staat de twintig jaar geleden gevoerde discussie over Bollenstad, een grote Vinexwijk die destijds had moeten verrijzen, nog scherp op het netvlies.

Jongeren zeggen: joh, het wordt hier toch volgebouwd, waarom zou ik in de bollenteelt gaan werken?

Simon Pennings Telg van familie met een grote bollenkwekerij

Eenzelfde felle discussie woedde over de Noordwijkse nieuwbouwwijk Bronsgeest. Die moet op een stuk bollengrond komen aan de rand van Noordwijk, dat Pennings en een paar andere boeren al decennia pachten van de gemeente. Al tien jaar strijden ze tegen dit plan. Dit jaar stemden burgemeester en wethouders in met de komst van driehonderd à vijfhonderd woningen. Pennings, die er zelf elf hectare pacht, zegt geëmotioneerd: „Ik leef in deze streek. De grond is m’n werktuig. Maar de jongeren zeggen nu: ‘joh, het wordt hier toch volgebouwd, waarom zou ik in de bollenteelt gaan werken?’”

Het areaal aan bollengrond krimpt door het GOM-systeem overigens niet: wordt een woning op bollengrond gebouwd, dan komt elders altijd bollengrond vrij door overbodige bebouwing te slopen – dat is de hele opzet van de GOM. De afgelopen jaren is de hoeveelheid bollengrond zelfs met zestien hectare uitgebreid door het herstructureringsprogramma.

Dat is de bollenparadox: in een complexe poging het open landschap te behouden en verpauperde schuren te vervangen voor bollengrond, is de regio in rep en roer omdat bollenboeren en streekbewoners vrezen dat er sluipenderwijs tóch bollengrond verdwijnt.

Politiek gevoelig

In de openbare ruimte botst het nu eenmaal altijd, zegt planoloog Zwart. Hoe de GOM nu verder moet, is onduidelijk. Hier en daar lopen nog wat projecten, maar in het recente jaarverslag schrijft Zwart dat „politiek-bestuurlijk commitment” nodig is om de herstructurering succesvol uit te voeren. „Gebrek daaraan werkt verlammend.”

Op zijn kantoor waakt hij voor al te politieke uitspraken: alles ligt nu gevoelig, en de GOM bepaalt niet het ruimtelijk beleid - dat is aan de politiek. Maar goed, voor het beleid dat tien jaar terug is vastgesteld en dat hij uitvoert, is naar zijn indruk goed naar het algemeen belang gekeken. „Als het landschap lelijk is, of lelijker wordt doordat leegstaande schuren en kassen verwaarlozen, zal de Chinese toerist op den duur ook denken: nou, ik geloof het wel.”