Recensie

Recensie Boeken

Een schaamlipcorrectie als grootste verlangen

Eva Coolen Een rijk en geslaagd leven én een schaamlipcorrectie – dat zijn de verlangens van het zestienjarige meisje in deze roman. Een broeierige zomer verandert haar leven. (●●●●)

‘Dit is de mooiste tijd van jullie leven’, schalt de natuurkunde- leraar tegen zijn leerlingen, door de gangen van de school in een provincieplaats. De zestienjarige hoofdpersoon van Regeneratie, de eigentijdse tweede roman van Eva Coolen, hoort dat hoofdschuddend aan: ‘Het leek geen moment tot hem door te dringen hoe triest het was dat dit, voor hem, waar was. En hoe triest het zou zijn als het voor ons ook waar zou worden.’ De school is voor haar een benauwend oord vol regels. Niet zozeer de regels van de schoolleiding, maar de regels van de leerlingen onderling, vooral tussen meisjes: ‘(W)at het ook was dat meisjes dachten onder elkaar te moeten verdelen, er was niet genoeg van.’

Er mag een hoop niet, zoals schaamhaar hebben, merkloze kleding dragen, een ‘te platte kont, een haakneus, geen curves hebben’. Dit dicteren zij aan elkaar en aan zichzelf, met dank aan internet en sociale media. Sterker dan ooit tevoren lijkt geluk maakbaar, en tracht iedereen zich om te vormen tot een en hetzelfde ideaalbeeld.

Het doet denken aan The Stepford Wives van Ira Levin uit 1972, met dit verschil dat deze jonge vrouwen er zelf voor willen kiezen in perfecte robots te veranderen – het zijn niet de jongens dit hun dit aandoen. De hoofdpersoon heeft een hele wenslijst aan operaties, te beginnen met een schaamlipcorrectie, ‘nodig om er een beetje normaal uit te zien daarbeneden, want nu was het oneven.’ Daarop volgt dan het rijk en geslaagd worden.

Helaas lijkt het er sterk op dat de natuurkundeleraar in Regeneratie al meteen gelijk krijgt: op school kon de hoofdpersoon nog geloven dat ze in ‘de wachtkamer van het leven’ zat. Maar aan het begin van de roman is dat al voorbij. Ze is op de vlucht met een vriendin, de beeldschone Ruth, in een aftandse auto. De vlucht is echt, al lijkt ’ie gespeeld, want de meisjes doen in alles een Amerikaanse roadmovie na. Ze leven op donuts, fastfood en slappe koffie van tankstations en verblijven in goedkope hotels. Ze maken elke dag dat ze wegkomen, steeds een eindje verder weg, en trachten een nieuwe identiteit aan te nemen zonder er zelf helemaal in te kunnen geloven.

Armoede

Hoe is dat zo gekomen? In alternerende hoofdstukken vertelt Coolen over het heden tijdens de vlucht en het (nabije) verleden, waarin nog sprake was van natuurkundeleraren en te behalen eindexamens. De meisjes, beiden thuis verwaarloosd en in betrekkelijke armoede opgegroeid, leren elkaar kennen achter de kassa van een supermarkt. Ze brengen een broeierige zomer samen door en vinden een lucratiever baantje als onbezoldigde thuiszorgmedewerkers voor een rijke gehandicapte man. Vanaf het begin is duidelijk dat hun vlucht en de doos met geld op de achterbank, iets met hem uit te staan hebben. Wat precies wordt pas aan het eind van het boek onthuld, omdat de hoofdpersoon stap voor stap reconstrueert hoe het zo ver heeft kunnen komen. Coolen smeert dat op zich knap uit, een van de redenen om door te willen lezen is dat je wilt weten hoe het nou precies zit, maar het duurt wel wat erg lang. De roman had wel wat ingekookter gekund.

Boeiend is dat de hoofdpersoon zich vanaf het begin bewust is van haar tekortkomingen – en dat gaat verder dan getob over de ongelijke lengte van haar schaamlippen. Ze weet dat haar relaas rammelt, juist doordat het te weinig rammelt. Dat het incompleet is: ‘Zodra je begon met verwoorden leek er al iets mis te gaan. Leek je hele verhaal al niet meer te kloppen, als kindertekeningen waarin mensen groter zijn dan het huis en harken als armen en benen hebben, en de zon altijd stralen heeft die je kunt tellen.’ Ze weet dat ze naar een bekend script tracht te leven, dat zij en haar vriendin al imiterend op de vlucht zijn, al zijn ze ook echt op de vlucht. De personages en hun problemen zijn echt en nep tegelijk.

De roman is een soort paradox, waarin de hoofdpersoon erachter komt, dan wel tevoren vaststelt, dat het verven en afknippen van je haar anders dan in een film niet leidt tot een wedergeboorte, en de eerste keer seks niet tot een vlammend pornoscript. Coolen speelt met clichés, zowel in de inzichten van haar personages als in haar verhaallijn. Het is bijzonder hoe de gegevenheden van dit boek overbekend zijn, terwijl het toch blijft boeien. Onderwerp en vorm vallen slim samen. Alles draait om maakbaarheid, om imitatie, en vormt daar evengoed een commentaar op. Regeneratie geeft een doordacht, schrijnend, maar zeker ook wrang-grappig tijdsbeeld.