Recensie

Recensie Boeken

De verworpenen der aarde in the land of the free

Amerikaanse geschiedenis Deze roman (●●●●) gaat over twee impulsieve, opstandige broers in een stormachtige tijd. Beiden vallen voor de charmes van een poema-temmer.
Photo taken in Spokane, United States

Een oorzakelijk verband hoeven we er niet meteen in te zien, maar toevallig is het wel. Dat juist in een tijd waarin voor het eerst in decennia in politiek Amerika mensen van diverse generaties zich onvervaard ‘sociaaldemocraat’ durven noemen, en er strijd wordt geleverd voor het recht zich in een vakbond te verenigen – er in die tijd fictie verschijnt die speelt tegen de achtergrond van de arbeidsonlusten in dat land aan het begin van vorige eeuw.

Karl Marlantes’ omvangrijke De rivier was daarvan een voorbeeld, en de roman De nietige miljoenen van bestsellerauteur Jess Walter (1965) speelt zich af tegen dezelfde achtergrond. De vaak bloedige strijd tussen de Wobblies (arbeiders en aanhangers van de Industrial Workers of the World) en de oppermachtige coalitie van groot-industriëlen, corrupte politici, kranteneigenaren, knokploegen en agenten.

Marlantes situeerde zijn roman aan de monding van de Columbia River, in Walters roman is merendeels de stad Spokane, Washington het decor, een stad waarvan de stormachtige ontwikkeling in die jaren kleurrijk wordt verbeeld. De titel verwijst naar ‘de nietige miljoenen die geen schijn van kans hebben in deze wereld’. Ze hebben duidelijk de sympathie van de auteur.

Centraal in het verhaal staan twee van die miljoenen: Rye Dolan, zestien jaar oud, en zijn oudere broer Gig, die hun dagelijkse kost bij elkaar scharrelen met losse baantjes. Gig is de meest opstandige van de twee, en hij is het ook die in de gevangenis belandt na zijn aanwezigheid bij een vakbondsdemonstratie. Rye is wat voorzichtiger van aard, en zal ook een dubieuze rol blijken te spelen in het politieke spel.

19 en zwanger

Walter beschrijft het allemaal met intrigerende details, heel behendig ook via de optiek van enkele figuren die gaandeweg hun rol in het verhaal spelen. Dat verhaal komt pas echt goed op gang met huurmoordenaar Del Dalveaux, en een intrigerende bijrol is er voor de ravissante Ursula the Great die haar brood verdient door acts op te voeren met een gekooide poema. Dat beide broers voor haar charmes vallen klinkt zeer geloofwaardig. En dan is er de ware heldin van het verhaal, Elizabeth Gurley Flynn, negentien jaar oud en zwanger, die het hele land door reist om de arbeiders tot opstand te motiveren.

Op een aantal plekken nemen de broers, onafhankelijk van elkaar, impulsieve beslissingen die het vervolg van hun levensloop ingrijpend veranderen. De auteur doet nauwelijks pogingen tot motivatie, alsof wispelturigheid en onvoorspelbaarheid een gegeven mogen zijn voor een auteur.

Walter verweeft zijn fictie vrijelijk met historische elementen. Hij verwijst in zijn nawoord naar Camus’ uitspraak: ‘fictie is de leugen waarmee we de waarheid vertellen’. Veel van wat hij beschrijft, de rellen van 1909 en 1910, de knokploegen, de erbarmelijke omstandigheden in de gevangenissen, heeft een historische basis. Ook Elizabeth Gurley Flynn is gebaseerd op een persoon met die naam, zij was een van de grondleggers van de American Civil Liberties Union en later voorzitster van de Amerikaanse communistische partij. Maar, zo beklemtoont de auteur, ‘dit is een fictief werk. [...] Ik vraag de lezers met klem om zelfs de historische figuren te behandelen als fictieve personages.’

In een fraai coda laat Walter de jongste Dolan een halve eeuw na de gebeurtenissen terugblikken op zijn leven. Zijn zoon stemt op Goldwater en leest boeken van Ayn Rand. Van het vakbondsverleden van zijn vader weet hij niets. En dat verleent dan een mooi reliëf aan wat al met al een sterke roman is.