Opinie

Wegkijken van klimaatcrisis kan niet meer

Marijn Kruk

Moeten we onze democratie dan maar opschorten en uitleveren aan een verlicht despoot? Toen ik door het jongste klimaatrapport van de IPCC bladerde overviel me die gedachte. Gewoon voor een paar jaar, precies genoeg om de veestapel te halveren, vervuilende industrie op te doeken en een eiland met windturbines in de Noordzee te bouwen. Verondersteld dat het iets uitmaakt natuurlijk, want als we de gevolgen van de klimaatcrisis nog enigszins willen beperken moet dat op mondiale schaal gebeuren. En liever gisteren dan vandaag.

Waarom gebeurde dat niet veel eerder? Omdat we een open samenleving zijn. Debatteren, vergaderen, draagvlak scheppen, consensus zoeken, marchanderen, die mogelijkheid hebben we daar. Maar effectief beleid? „Een democratie is beter in het blootleggen van problemen dan in ze oplossen”, schrijft de Duitse politicoloog Jan-Werner Müller in het onlangs verschenen Democracy Rules.

Het probleem volledig uit de hand laten lopen, ja, dát konden we als de beste. De verankering van de liberale democratie in het Westen na 1945 viel grofweg samen met wat klimaatwetenschappers de Great Acceleration noemen. Het is het moment dat de menselijke activiteit een dermate hoge vlucht neemt dat ze gaat rivaliseren met krachten in de natuur zelf. Bevolking, consumptie en energieverbruik nemen toe, en daarmee de uitstoot van CO2. Dat zorgt weer voor opwarming van de aarde en verzuring van de oceanen. En dat leidt tot weersextremen en zorgwekkende verschijnselen zoals we die afgelopen weken zagen: bosbranden, overstromingen.

Dat dit eraan zat te komen weten klimaatwetenschappers al veertig jaar. Ernaar handelen deden we lange tijd nauwelijks. Nee, dan China. Dat heeft zich gecommitteerd om in 2060 CO2-neutraal te zijn. Daar geen populisten die de middenpartijen afschrikken daadwerkelijke actie te ondernemen, lobby’s die politici beïnvloeden en bedrijven die denktanks financieren die desinformatie de wereld in sturen. Geen demonstraties tegen nieuwe windparken of biomassacentrales. Gewoon ouderwets autocratisch bestuur dat geen tegenstand ontmoet, de ernst van de situatie onderkent, duidelijke doelen stelt en die realiseert. Toch?

We nemen het maar aan, want het tweede dat in zo’n despotie, verlicht of niet, sneuvelt is de waarheid. Het eerste, voor de goede orde, de vrijheid.

In The Road to Wigan Pier (1937) staat George Orwell stil bij de alomtegenwoordigheid van steenkool. „Vrijwel alles wat we doen”, schrijft hij, „van een ijsje eten tot de Atlantische Oceaan oversteken, van een brood bakken tot het schrijven van een roman, vereist steenkool, direct of indirect.” De aanvoer mag niet stokken, „maar over het algemeen zijn we ons er niet bewust van”.

Maar dat is een keuze, zegt Orwell. We kiezen ervoor om ons er niet bewust van te zijn, of wat ervoor nodig is om het te winnen, of wat de consequenties zijn. En zo is het ook nu, want veralgemeniseer ‘steenkool’ naar ‘fossiele brandstof’ (steenkool, olie, gas) en je hebt onze huidige situatie. Er zijn uiteenlopende oorzaken voor de huidige klimaatcrisis of ‘Nieuwe Klimaattijd’. Maar die zijn op één grote terug te voeren: de alledaagse economische activiteit van onze soort op dit specifieke moment in de geschiedenis. Om dat te begrijpen hoef je je geen kolencentrale voor te stellen, kijk naar uzelf, waarde lezer, met uw tablet, of zelfs maar met de krant op tafel.

Dat maakt de klimaatcrisis in de eerste plaats een kwestie van publieke bewustwording en pas daarna van politieke organisatie. Op het eerste oog stelt dat nauwelijks gerust. Want als de feiten al zo lang bekend zijn, waarom deden we al die tijd dan zo weinig? Zijn we als soort wel toegerust om de omvang van het probleem werkelijk te vatten, en daar onze levensstijl op aan te passen, offers voor te brengen?

Maar juist op dat punt is er hoop. Want die publieke bewustwording is – mede dankzij de inspanningen van klimaatwetenschappers, middelbare schooldocenten, betrokken journalisten en activisten – de afgelopen jaren enorm toegenomen. Wegkijken is steeds moeilijker geworden. Ook bij de VVD. Klimaatverandering is geen geloof, tweette Dilan Yesilgöz, demissionair staatssecretaris Economische Zaken en Klimaat (VVD), afgelopen maandag. „Het is echt.” In 2019 had ze nog „geen tijd voor klimaatdrammers”. Zo snel kan het gaan. Maar dan nu wel daden graag.

Het kan nog steeds, daar is de IPCC helder in. Nu de liberale democratie een nationaal-populistische aanval afgeslagen heeft zou ik niet graag zien dat die alsnog door klimaatverandering onder water komt te staan.

Marijn Kruk is journalist. Hij vervangt deze week Luuk van Middelaar.