‘We zijn er bijna’ is zeldzaam ontspannen televisie

Zap Alles is fijn in We zijn er bijna, het programma van Omroep Max over Nederlanders op reis. Mensen hoeven niks. Er wordt geen ruzie gemaakt. Net vakantie.

Er wordt in ‘We zijn er bijna’ veel op klapstoelen gezeten in groen gras.
Er wordt in ‘We zijn er bijna’ veel op klapstoelen gezeten in groen gras. Beeld Omroep Max

Het programma We zijn er bijna (Omroep Max) over Nederlanders op reis, waarvan dinsdag een nieuw seizoen begon, is al tien jaar op televisie, trekt soms twee miljoen kijkers per aflevering, en we hadden er bij ons thuis nog nooit van gehoord. Waarom eigenlijk niet? „Schát”, verzuchtte degene die het voorfilmpje had gezien tegen de ander. „Dat is een programma dat gaat over 60-plussers die hun caravan achteruit inparkeren op een nat grasveld! Het is vast weleens als onderwerp in een cabaretvoorstelling voorbijgekomen, maar het is nou niet het soort programma waar wij echt voor gaan zitten.”

Niet dat we tv-snobs zijn. De hoeveelheid televisiepulp die hier thuis geconsumeerd wordt, is gigantisch. Maar onder leiding van degene die hier meestal de afstandsbediening hanteert, gaat het dan meestal om herhalingen van B-films en om Duitse series die al sinds 2002 of 2007 lopen.

Achteruit inparkeren

Tijd om onze horizon te verbreden naar de zesendertig senioren die in We zijn er bijna, „gevaccineerd en getest”, dertig dagen lang met caravan of camper langs Nederlandse campings reizen, te beginnen van Groningen naar Workum. (Het oorspronkelijke plan was Noorwegen, maar corona.) „Op de leeftijd die wij hebben”, verklaarde een deelneemster van 84 haar enthousiasme voor de tocht, „denk je: pakken wat je pakken kan!” Het was de agressiefst klinkende opmerking van de hele uitzending, misschien samen met „daar moet nog basilicum over!” (bij het prepareren van de minimozzarella-tomaat-combinatie op het worstkaasplateau voor de welkomstbijeenkomst).

Alles was fijn. Het achteruit inparkeren lukte. De zon scheen. Er werd heel veel in tweetallen op klapstoelen aan campingtafeltjes gezeten in groen gras. Er werd ontbeten en gedut. Toen een elektrische fiets niet wilde starten, kwamen er meteen vijf mannen omheen staan tot hij het wel deed. „Dit is zeldzaam ontspannen televisie”, sprak de Duitse-seriefan hier thuis aangenaam verrast. „Ontzettend zen, en het wordt met heel veel oog voor het gebloemte gefilmd.” Toen had hij de oer-Nederlandse orchidee die in het Lauwersmeer zou worden aangewezen nog niet eens gezien.

Tijdens de uitstapjes naar onder meer Groningen-stad bleek We zijn er bijna qua toeristische info bijna zo interessant als Hier zijn de Van Rossems, maar dan zonder het gekibbel tussen die historici. We leerden dat de Martinitoren niet genoemd is naar het drankje en vooral dat veel mensen denken van wel, we zagen een openbare wc die door Rem Koolhaas en Erwin Olaf was ontworpen, we gruwelden om de kleine dolhuis-hokjes waar in de 17de eeuw mensen met een verstandelijke beperking tegen betaling werden tentoongesteld.

Niemand zocht ruzie

We keken ademloos. Ja, de rolverdeling was stereotiep ouderwets („als ik het niet doe, gebeurt het niet”, zei een vrouw over de was). Dat valt op. Maar het is geen nostalgisch programma, eerder campy. En wat ook opvalt: alle reizigers waren op een rustige manier enthousiast, over alles, van de zeehondjes in Pieterburen tot het Jopie Huisman-museum in Workum. Niemand zocht ruzie. Niemand deed zijn of haar best om op een bepaalde manier over te komen. Ook reisleidster-presentatrice Martine van Os was heerlijk vriendelijk naturel. En er kon niet gewonnen worden, niemand zong, mensen hoefden niet aan een nieuwe relatie geholpen te worden, er hoefde helemaal niks. Net vakantie.

Zou dat zo blijven, alle zes de afleveringen lang? Zou er echt geen ruzie komen? Volgende week gaat de groep jeu-de-boulen, wordt dat ook een non-competitief gebeuren?

En gaan we dan weer kijken?

Degene met de afstandsbediening zegt: „Misschien.”

en vervangen Arjen Fortuin.