OM vroeg zonder wettelijke basis ‘ongeblurde’ gezichten op foto’s van kentekencamera’s op

Opsporing Het OM probeerde met beelden uit het kentekenregistratiesysteem verdachten te herkennen, terwijl daar geen wettelijke basis voor was.

Op 461 knooppunten hangen ANPR-camera’s (Automatic Number Plate Recognition) boven de Nederlandse wegen, hier boven de A7 bij Groningen.
Op 461 knooppunten hangen ANPR-camera’s (Automatic Number Plate Recognition) boven de Nederlandse wegen, hier boven de A7 bij Groningen. Foto De Vries Media/ANP

De database met tientallen miljoenen registraties van auto’s en kentekens op Nederlandse wegen is niet toevallig vernoemd naar Argus, de mythische Griekse reus met honderd ogen. Alleen heeft de reus van de Nederlandse opsporingsdiensten veel meer ogen – en een beter geheugen.

Op 461 belangrijke knooppunten hangen ANPR-camera’s – Automatic Number Plate Recognition – boven de Nederlandse wegen. Daarmee registreert de Nederlandse politie iedere dag miljoenen auto’s die langs rijden. De kentekens worden met speciale software automatisch uitgelezen.

De data in Argus spelen een belangrijke rol in het reconstrueren van bewegingen van verdachte auto’s. De camera’s kunnen ook gebruikt worden voor snelle opsporing van verdachte auto’s. Het systeem speelde bijvoorbeeld een doorslaggevende rol bij de aanhouding van de verdachten van de moord op misdaadverslaggever Peter R. de Vries.

In de database worden niet alleen kentekens opgeslagen, maar ook foto’s van de auto’s. Steeds vaker zijn bestuurders en inzittenden herkenbaar op die foto’s , onthulde NRC afgelopen week. Omdat voor het gebruiken van foto’s waar bestuurders herkenbaar op zijn geen wettelijke grond bestaat, is het gebruik voorlopig stilgelegd. Inzittenden die herkenbaar op een ANPR-foto staan moeten onherkenbaar gemaakt worden (‘geblurd’), bepaalde de wetgever in 2019.

Lees ook: Kentekencamera’s scanden ook gezichten van automobilisten

Het OM en de politie hebben moeite daarmee genoegen te nemen. Zij probeerden in 2019 meermaals de ‘ongeblurde’ foto’s te achterhalen om ze te kunnen gebruiken in opsporingsonderzoeken.

De pogingen van het OM om de ongeblurde foto’s te achterhalen zijn beschreven in een onderzoek van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) dat september vorig jaar verscheen. In het rapport van het onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie en Veiligheid werd de praktische werking van de wet beschreven die de politie sinds 2019 meer mogelijkheden gaf om de kentekenregistratie te gebruiken.

Strenge voorwaarden

Het achterhalen van de ongeblurde foto’s is tegen het principe van die nieuwe wet. Die gaf politie en justitie meer mogelijkheden om de ANPR-data te gebruiken – zij mochten voortaan data van álle passerende automobilisten vastleggen. Maar aan de andere kant werden aan het gebruik van de data strenge voorwaarden verbonden, zoals het blurren en een bewaartermijn van maximaal 28 dagen.

Om een onbewerkte foto uit de database te halen, moest technisch alles uit de kast gehaald

Desondanks vroegen officieren van justitie volgens het WODC in 2019 meermaals om inzage in ongeblurde foto’s. De onderzoekers schrijven: „Sommige zaken waren dermate ernstig dat vanuit politie en het OM langs andere wegen werd geprobeerd de originele foto’s alsnog te bemachtigen.”

In één zaak is een onbewerkte foto daadwerkelijk verkregen. „Deze zaak was dusdanig ernstig dat in overleg met de recherche-officieren de conclusie was getrokken dat het ontblurren voldeed aan de uitgangspunten van proportionaliteit en subsidiariteit”, schrijft het WODC. Andere verzoeken werden wel gedaan, maar door het OM afgewezen, zei een betrokken officier van justitie aan de onderzoekers.

Volgens WODC-onderzoeker Jasper van Berkel is er „wettelijk gezien” geen ruimte om de foto’s te achterhalen, maar besloten politie en OM vanwege de ernst van de zaak in 2019 anders. „Die zaak speelde hoger in het OM op, omdat in beginsel duidelijk is dat die foto’s niet achterhaald mochten worden.” In één ander geval werd ook een ongeblurde foto verkregen, zegt het OM in reactie op vragen van NRC.

Eventuele gevolgen bij de rechtsgang waren volgens Van Berkel een zorg voor later. „Als de foto’s worden gebruikt als bewijsmateriaal zal het interessant zijn wat de rechter daarvan vindt. In het uiterste geval kan het leiden tot vormverzuim, dat weer kan leiden tot bewijsuitsluiting.”

Justitie moet in 2019 technisch gezien alles uit de kast halen om de onbewerkte foto uit Argus te krijgen, blijkt uit het WODC-rapport. Als een foto eenmaal geblurd is, is dat proces onomkeerbaar. Het OM wendde zich uiteindelijk tot back-ups van Argus, waarin ongeblurde foto’s zeven dagen lang bewaard werden. Met „veel (technische) inspanning” lukte het om de onbewerkte foto daar uit te plukken. Meerdere technici waren er „uren” mee bezig, memoreert Van Berkel.

Het bestaan van de back-up en het misbruik daarvan door het OM riepen volgens het WODC vragen op over de privacybescherming, nu „passagegegevens (indirect) langer dan 28 dagen opgeslagen” worden. Volgens Van Berkel is het bewaren van de back-ups na het verschijnen van het rapport beëindigd.

De twee zaken waarbij het OM de ongeblurde foto’s verkreeg, waren beide levensdelicten

De twee zaken waarbij het OM de ongeblurde foto’s verkreeg, waren beide levensdelicten – moord, doodslag –, zegt het OM in een reactie. De foto’s werden „uiteindelijk niet bruikbaar geacht voor het bewijs en het OM heeft de foto dus niet gebruikt”.

Het OM stelt dat er aanvankelijk „de gedachte” heerste dat er „een uitzondering mogelijk was” op de wet die bepaalde dat personen niet herkenbaar op de ANPR-foto’s mochten staan. Voor de ongeblurde foto’s verstrekt werden, voerde het OM intern „een uitvoerige juridische discussie” waarbij privacybelangen afgewogen werden tegen onderzoeksbelangen en de ernst van het misdrijf.

Volgens het OM werd het verstrekken van de foto „met diverse waarborgen omkleed”. Het OM verklaart naderhand te zijn gaan twijfelen aan het bestaan van die uitzonderingsmogelijkheid. „Sindsdien vinden dergelijke verzoeken en verstrekkingen niet meer plaats.”

‘Konijn uit de hoge hoed’

Frederik Zuiderveen-Borgesius, hoogleraar ICT en Recht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, verbaasde zich over de passage in het WODC-rapport en het handelen van het OM. „Ik las dat rapport en ik zat aanvankelijk instemmend te lezen en mee te knikken. Ik dacht: die procedures zien er goed dichtgetimmerd uit allemaal, typisch Nederlands. En dan komt dit als een konijn uit de hoge hoed.”

De pogingen van het OM om de ongeblurde foto te achterhalen, passen volgens hem in een rijtje andere onthullingen, bijvoorbeeld het zonder duidelijk mandaat volgen van burgers door de NCTV en Defensie. „Bijna alle dataverzameling die je technisch en juridisch mogelijk maakt, zal opgerekt gaan worden. Als je staatsorganisaties een bevoegdheid toekent, hebben ze altijd de neiging om over het randje heen te gaan. Het lijkt bijna een natuurwet. En daar past dit ook weer in.”

De politie maakt al lange tijd dankbaar gebruik van de ANPR-gegevens, die geregeld als ondersteunend bewijs opduiken in strafzaken. Ook zonder de foto van de inzittenden kan de politie met de kentekenregistratie – al dan niet gecombineerd met bijvoorbeeld telecomgegevens – verdachten makkelijk in de buurt van bijvoorbeeld plaats delicten of vluchtroutes plaatsen.

Met ANPR kan de politie de bewegingen van verdachte auto’s in de gaten houden. Iemand die bijvoorbeeld veel boetes open heeft staan of verdacht wordt van een misdrijf, kan na een ANPR-melding snel door agenten aan de kant worden gezet.

Sinds 2019 is het mogelijk om álle voorbijrijdende auto’s en kentekens te registreren. Van weinig misdrijven is immers van te voren bekend welke auto’s daarbij betrokken zijn. Door alles te registeren kan de politie achteraf verdachte kentekens opzoeken.

Ook complexere analyses zijn hierdoor mogelijk. De politie kan Argus vragen naar auto’s die zich lange tijd bij elkaar in de buurt bevinden, bijvoorbeeld volgauto’s die drugstransporten bewaken. Rechercheurs deden in 2019 zo’n 1.100 keer een beroep op „de histo’s”, schrijft het WODC. Ook met alleen een signalement van een auto of een gedeeltelijk nummerbord kan het systeem uit de voeten.

De wet uit 2019 introduceerde wel een nieuw onderscheid. Foto’s van verdachte auto’s die gesignaleerd stonden bij de politie, mochten tot voor kort wel ongeblurd gebruikt worden. Dat verschil leidde volgens WODC-onderzoeker Van Berkel tot frustraties en onbegrip bij justitie: „In theorie is het natuurlijk het gouden ei: een verdachte auto met een verdachte die óók op de foto gezet is. Daar hoef je alleen een mooie strik omheen te doen. Nu moeten ze veel meer moeite doen om iemand in die auto te plaatsen, met getuigenverklaringen of bijvoorbeeld telecomgegevens.”

Groeiend ongemak

Onbekendheid met de nieuwe wetgeving en de bevoegdheden verklaren volgens Van Berkel ook een deel van de verzoeken om de ongeblurde foto’s in te mogen zien.

Recentelijk groeide het ongemak over de ongeblurde foto’s bij justitie, nu geavanceerdere camera’s steeds vaker personen herkenbaar in beeld brengen. Daar is „meestal geen juridische grondslag” voor, erkenden politie en OM in een intern bericht waar NRC over berichtte „omdat de camera’s bedoeld zijn voor kentekenherkenning”. Het OM doet momenteel onderzoek naar „de juridische impact en reikwijdte van het gebruik van biometrische gegevens afkomstig van ANPR-camera’s”. Uitsluitstel wordt over enkele weken verwacht. Ook het WODC komt binnenkort met een nieuw rapport over de kentekenregistratie. In september volgt een grote evaluatie van de wet uit 2019.

Van een groot complot bij justitie is volgens Zuiderveen-Borgesius waarschijnlijk geen sprake. „Het is begrijpelijk dat politie en het OM zich niet kunnen inhouden, omdat zij dicht op de misdrijven zitten en de boeven willen vangen. Juist daarom moeten we de wetten die zulke bevoegheden mogelijk maken keihard dichttimmeren en daar goed toezicht op houden.”

Correctie 12/8: In een eerdere versie van het artikel stond dat voor het maken van de foto’s waar herkenbare personen op staan geen wettelijke basis bestaat. Het vastleggen mag wel, maar het gebruik van ongeblurde foto’s in het opsporingsonderzoek mag niet. Dat is op een punt verduidelijkt.