Twintig jaar nadat de term bedacht is, verdwijnt de plofkip uit de schappen

Necrologie Bijna tien jaar voerde Wakker Dier campagne om de plofkip weg te krijgen uit de Nederlandse supermarkten. Achterblijver Boni gaat nu ook over op enkel kip met een keurmerk. Maar in de stallen blijft de plofkip nog gewoon voorkomen.

Foto Marcel van Hoorn/ANP

Bijna tien jaar lang waren ze een begrip in het reclameblok: de spotjes van Wakker Dier tegen de ‘plofkip’. Altijd met hetzelfde terugkerende beeld: een stukje kipfilet dat achter net iets te strak en net iets te glimmend plastic onappetijtelijk in een bakje lag.

Nu krijgt de tv-kijker ze nooit meer te zien. Woensdagochtend meldde de dierenbeschermingsorganisatie dat Boni als laatste Nederlandse supermarkt de snelgroeiende vleeskip uit de schappen voor vers vlees haalt. Vanaf 2023 is de kip niet meer te krijgen in de 44 winkels van de keten. Het besluit volgt op aankondigingen eerder dit jaar van een grote hoeveelheid andere ketens, waaronder Albert Heijn, om over twee jaar alleen nog maar kip te verkopen met minimaal één ster volgens het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming.

Op Nederlandse boerderijen blijf je plofkippen nog wel even tegenkomen als exportproduct. Maar op de versvleesafdeling sterft hij met het besluit van Boni nu echt uit, na een leven van ongeveer een halve eeuw.

De geboorte van de vleeskip vond plaats in de decennia na de Tweede Wereldoorlog. In een poging de opbrengst van kippen zo groot mogelijk te maken, gingen fokkers creatief aan de slag met het kruisen van verschillende soorten. Het resulteerde onder meer in de Ross-kip: die woog volgens onderzoekers van de universiteit van Alberta in 2005 zo’n vier keer zoveel (ongeveer vier kilo) als een gemiddelde vleeskip in 1957.

De truc zat ’m voor een deel erin om zo rustig mogelijke kippen te creëren. Hoe minder de beesten bewegen, hoe minder calorieën ze verbranden en hoe dikker ze worden. Zo krijg je de enorme borst waar de kruisers naar op zoek waren: de bron van de kipfilet. De dieren gaan vaak na een paar weken al naar de slacht. Efficiënt, want met een hoge omloopsnelheid van kippen kunnen boeren veel vlees produceren.

Lees ook: Waarom het Beter Leven-keurmerk een succes werd

Hartproblemen

Het nadeel: al dat vlees meetorsen komt de gezondheid van de kip niet ten goede. Een grote, snelgroeiende vleeskip heeft bovengemiddeld vaak last van hartproblemen, botproblemen en immuunsysteemafwijkingen, bleek uit hetzelfde onderzoek van de universiteit van Alberta.

Leven als vleeskip, daar was eigenlijk geen plezier meer aan te beleven, vond Stichting Wakker Dier in 2012. Het was reden om een inmiddels bekende campagne op te zetten. Met paginagrote advertenties en felle spotjes waarin het supermarkten te kijk zette, wist de stichting de Nederlander er bewust van te maken dat veel van de kip die hij of zij at alleen maar zo goedkoop was omdat het beest zijn hele, paar weken lange leven binnen was vetgemest.

Daarbij kreeg Wakker Dier hulp van journalist Wouter Klootwijk – hoewel onbedoeld. De culinaire schrijver had het woord plofkip op 15 mei 2001 in een kookrubriek in de Volkskrant voor het eerst gebruikt. „Nooit wil je meer een plofkip”, luidde de laatste zin van zijn stukje, dat de lof zong van de biologische kip.

Daarna was het wel sporadisch opgedoken, maar nooit echt breed aangeslagen. Dat gebeurde pas met de start van de Wakker Dier-campagne. En dan ook echt heel breed: in 2012 werd het gelijk gekozen als woord van het jaar. Met 44 procent van de stemmen versloeg het kandidaten als appen en nivelleringsfeestje.

De term ‘plofkip’ sloeg in 2012 breed aan en werd het woord van het jaar

In 2016 boekte Wakker Dier het eerste grote succes. Albert Heijn maakte na vier jaar campagne bekend geen gebruik meer te maken van de allerslechtste plofkip. Het droeg bij aan de verbetering van de leefomstandigheden van veel kippen, bleek in 2018 uit onderzoek van de Wageningen University. In 2011 was 93 procent van de supermarktomzet van verse kip nog de slechtste vorm van plofkip, zeven jaar later maakten alle supermarkten al gebruik van langzamer groeiende kippen – hoewel ze nog niet allemaal waren overgestapt op kippen met een ster volgens het Beter Leven-keurmerk, zoals nu het geval is.

Niet dat dat allemaal de verdienste was van Wakker Dier, merkte onderzoeker Karel de Greef fijntjes op in NRC destijds. Er was strengere Haagse en Brusselse wetgeving gekomen, en ook de Dierenbescherming had meegewerkt met de ontwikkeling van Beter Leven-keurmerken: die boden een kans om te laten zien dat niet-biologische kip ook een goed leven gehad kon hebben, waardoor consumenten niet meer alleen maar hoefden te kiezen tussen duur biologisch en niet-biologisch.

‘Boni the Lonely’

Met het besluit van hekkensluiter Boni – dat de afgelopen weken mikpunt was van een kleine campagne (‘Boni the Lonely’) van Wakker Dier – krijgen dus alle kippen in het vleesschap vanaf 2023 een Beter Leven-keurmerk. Dat houdt in dat ze minimaal 56 dagen hebben geleefd (een paar weken langer dan plofkippen), tot langzamer groeiende rassen behoren en ook tijd buiten hebben doorgebracht – althans in een soort serre (tweesterrenkippen zijn écht buiten geweest). Een stukje kip gaat daardoor wat duurder worden, hoewel nog niet precies valt te zeggen hoeveel.

Zijn binnenkort alle plofkippen verdwenen van Nederlandse boerderijen? Nee, dat absoluut niet. In 2018 was zelfs nog 70 procent van de kippen die in Nederland werd gehouden (ongeveer 250 miljoen op jaarbasis) in feite een snelgroeiende vleeskip, een getal dat nog steeds min of meer hetzelfde is. Dat is de kip die uiteindelijk naar het buitenland gaat, of die terechtkomt in opwarmmaaltijden, het vriesvak of bij fastfoodketens (hoewel Kentucky Fried Chicken volgens dierenorganisaties het juist relatief goed doet).

Die laatste hoeveelheden zijn volgens Wakker Dier een stuk kleiner. Voor wat betreft de kip die naar het buitenland gaat zegt een woordvoerder dat Wakker Dier zich specifiek richt op wat de Nederlandse consument op z’n bord heeft. „En dan is dit besluit van de supermarkten toch wel de grote klapper.”