Frans Muller, topman van Ahold Delhaize.

Foto Merlijn Doomernik

Interview

Topman Ahold: ‘We doen ons best om te duwen, maar klanten zijn gewoontedieren’

Frans Muller – Bestuursvoorzitter Ahold Delhaize

Het nieuwste klimaatrapport bezorgde topman Frans Muller buikpijn. Duidelijk is dat bedrijven méér moeten doen, vindt hij. Maar een revolutie? „Je verandert niet zomaar even de smaak.”

Ineens kwam de klimaatverandering voor Ahold Delhaize deze zomer heel dichtbij. Tijdens de overstromingen in België liepen zo’n veertig supermarkten van Delhaize in de provincies Luik en Luxemburg onder water, net als huizen van werknemers en klanten.

Ook niet te negeren voor een bestuursvoorzitter van een wereldwijd concern: het alarmerende IPCC-rapport over klimaatverandering deze week. „Schrikbarend”, vindt topman Frans Muller. Hij krijgt er buikpijn van, zegt hij in een gesprek op het hoofdkantoor in Zaandam.

Klimaatverandering is een bedrijfsrisico geworden, zoveel is duidelijk. „Voorheen keken we vooral naar: wat is onze invloed op het klimaat, wat kunnen we beter doen? Nu hebben we ook laten onderzoeken: wat zijn de risico’s voor ons bedrijf?” Vorig jaar heeft Ahold, in Nederland bekend van Albert Heijn, bol.com en Etos, die klimaatrisico’s voor het eerst in kaart gebracht. Zeventien stuks. Extreem weer, waar het concern in België mee te maken kreeg, was er een van.

Lees ook: IPCC: klimaatverandering is onontkoombaar en raakt nu de hele wereld

Maar vandaag, in een gesprek kort voor het verschijnen van de halfjaarcijfers deze woensdag, willen we het vooral hebben over die eerste vraag: wat is de invloed van Ahold (414.000 werknemers) op het klimaat? Onder leiding van Muller kwam de multinational, met ruim 7.000 winkels in tien landen, vorig jaar met nieuwe duurzaamheidsdoelen. De ‘eigen’ CO2-uitstoot, veroorzaakt door de eigen winkels en vrachtwagens, moet in 2030 gehalveerd zijn ten opzichte van 2018. Met die ambitie helpt het bedrijf mee de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad, zo heeft het laten doorrekenen door het Science Based Targets initiative (SBTi). De uitstoot van de producten die Ahold van andere producenten verkoopt – vele malen hoger – moet ook omlaag, maar dan met 15 procent. Dat staat volgens SBTi gelijk aan hooguit 2 graden opwarming: ook binnen de klimaatafspraken van Parijs, maar minder vergaand. Andere maatregelen, al langer op de agenda: een kwart van de huismerkproducten moet in 2025 in een gerecyclede verpakking zitten, en de voedselverspilling moet zijn gehalveerd in 2030.

Wie het als kritische buitenstaander bekijkt, kan zich afvragen: is dit genoeg? Waarom niet radicaler?

Ja, zegt Muller, sinds juli 2018 de hoogste baas, het IPCC-rapport maakt het thema nog urgenter. „We moeten meer doen dan we nu doen.” Maar hij gelooft niet in een „shockeffect”. Het is niet aan zijn bedrijf om voor de consument te beslissen dat die geen vlees meer mag eten vanwege het klimaat. Of om dat soort producten véél duurder te maken.

Bovendien, zo’n enorm bedrijf veranderen is makkelijker gezegd dan gedaan. Muller zou best een CO2-label willen op alle spullen in de winkels, om klanten te informeren. Maar: „Wereldwijd verkopen we een half miljoen verschillende producten. Zie daar allemaal maar eens de CO2-voetafdruk van te achterhalen.” Muller verwacht zo’n uitstootlabel binnen drie jaar wel in Nederland te introduceren. In de VS werkt Ahold al met een label dat onder meer een ‘score’ op broeikasgassen vermeldt.

De eigen duurzaamheidsdoelen halen lukt ook nog niet altijd. Neem de koelkasten in de winkels: je zou het misschien niet verwachten, maar die zijn de bron van bijna een derde van de ‘eigen’ CO2-uitstoot. Hoe meer energiezuinige modellen, hoe beter. Het doel van vorig jaar was 85 procent van alle vervuilende koelkasten vervangen hebben. Dat is niet gelukt.

Dit lijkt zo’n eenvoudig doel. Je kan je ook afvragen: waarom staan er überhaupt nog vervuilende koelkasten in de winkels?

„Ik snap wat je bedoelt. Alleen, we moeten ook balans houden tussen wat economisch logisch is en het bereiken van de doelstellingen. Koelmeubelen hebben een levensduur van vijftien jaar. Ik denk dat we in Amerika niet helemaal goed uitgerekend hebben welke vervangingen nodig waren om de doelstelling te halen. Maar dat wij nog niet op ons schema zitten, betekent dat we het niet goed genoeg doen. Dus we moeten nu gaan versnellen.”

Het motto van Ahold is ‘Leading together’. Achterblijven strookt daar niet mee.

„Nee. Dat is niet goed voor mijn gemoedsrust. We zijn met veel dingen goed bezig, daar lopen we voorop. Maar over dit punt ben ik niet tevreden.”

Verreweg het grootste deel van de CO2-uitstoot komt uit de ‘keten’. Daarvoor is het reductiedoel maar 15 procent. Moet een bedrijf dat voorop wil lopen niet wat ambitieuzer zijn?

„Nou, de vraag is of dat niet al ambitieus is. Ik zou het bedrijf op de rit willen hebben om dát in ieder geval te gaan halen. Het is ook een beetje moeilijker dan CO2 reduceren in de eigen operatie. Je moet met de vervoerders spreken, met de agrarische sector, met een Nestlé en een Unilever, plus al die duizenden andere leveranciers. Dit jaar heb ik tweehonderd leveranciers aangeschreven en gezegd: jongens, dit is onze doelstelling. Vertel mij wat jouw ambities zijn, zodat ik kan zien wat wij bij jou kunnen halen.”

Je kan ook andere keuzes maken om die ketenuitstoot te verminderen. Je kan stoppen met invliegen van aspergebroccoli uit Afrika, en blauwe bessen alleen verkopen als ze in Nederland in het seizoen zijn. Liggen zulke keuzes op tafel?

„Natuurlijk ligt dat op tafel. Maar het is niet zo eenduidig dat een asperge uit Afrika altijd meer CO2 uitstoot dan een asperge uit een kas in het Westland.”

Wat we bedoelen: u kunt weten welk product veel CO2-uitstoot oplevert en niet per se noodzakelijk is voor een gezond voedingspatroon.

„Er zijn een aantal producten die wij niet verkopen omdat we het geen goed product vinden of de verpakking niet verantwoord. Maar we willen het vooral met klanten over dit soort dingen hebben. Welke producten zijn beter voor het milieu? Veel mensen hangen enorm aan vlees, maar als wij ze kunnen bewegen één of twee dagen in de week geen vlees te eten, zou dat een enorm positieve invloed hebben op het klimaat.”

Een bedrijf van het formaat Ahold Delhaize kan geen revolutie ontketenen?

„Ik denk echt dat we ons best doen om dingen te duwen en te revolutioneren. Maar klanten zijn gewoontedieren. Je verandert niet zomaar even de smaak. We willen voorkomen dat wij tegen klanten zeggen: dit moet je doen, dit is gezond. Dat is niet onze rol. Onze rol is mensen vertellen hoe wij kijken naar voeding, en helpen betere keuzes te maken. Dat heeft tijd nodig.”

Een ander doel was de voedselverspilling tussen 2016 en 2020 met 20 procent te verminderen. Dat is ook niet gehaald. Hoe komt dat?

„We hebben een heel strenge definitie van verspilling: alles wat niet verkocht wordt. Uiteindelijk gaat het bij ons om 2 procent. We maken alleen een uitzondering voor producten die bij voedselbanken belanden. Andere bedrijven vinden het ook geen verspilling als het veevoer wordt, of als er biobrandstof van wordt gemaakt. Wij niet. De reden dat we ons doel niet hebben gehaald is dat onze administratie van wat we naar de voedselbanken brengen volgens onze accountants niet op orde is – we laten onze duurzaamheidsprestaties door accountants controleren. Daarom hebben we voor dit jaar de administratiekracht verhoogd.”

Duurzaam ondernemen is ook duurzaam met personeel omgaan. Afgelopen jaar kwam kritiek op uw beloning van zes miljoen euro, die volgens critici in geen verhouding stond tot de coronabonus voor personeel. Hoe kijkt u zelf naar die verdeling?

„Ik denk dat wij marktconform moeten belonen, in salaris, maar ook in secundaire arbeidsvoorwaarden. Dat is niet alleen een emotionele afweging, maar ook een zakelijke: anders krijgen we niet de goede mensen. Afgelopen jaar vonden we dat iedereen die tijdens Covid zo hard heeft gewerkt, waar ik trots op ben, ook moet meeprofiteren.”

U kreeg de maximale bonus van 150 procent over uw jaarsalaris. Werknemers van Albert Heijn kregen 15 procent van een maandsalaris.

„Dat was de bonus, die kwam nog bovenop de winstuitkering. Werknemers hebben echt aanzienlijk meer gekregen dan het jaar ervoor.”

Uw bonus is gekoppeld aan doelstellingen. Een daarvan gaat over omzet, die was vorig jaar door de pandemie fantastisch. Heeft u overwogen om te zeggen: die omzet lag niet zozeer aan mij, dus laat die bonus maar zitten?

„Ik denk dat je je moet afvragen of de beloning terecht is voor de prestatie die je hebt geleverd. Dat geldt niet alleen voor mij, maar voor iedereen. We hebben met z’n allen enorm hard gewerkt, en er zijn ook weleens slechtere jaren geweest waarin we óók hard hebben gewerkt, maar dingen tegenvielen. Dus als je naar de balans over jaren kijkt, is dit een gewogen beloningsbedrag.”

Verduurzamen kost geld. Ahold koopt jaarlijks voor 1 miljard euro eigen aandelen in – iets waar vooral aandeelhouders van profiteren. Kunt u dat geld niet beter besteden?

„Wij denken dat we alle belangen gebalanceerd moeten meenemen. In 2020 hebben we ook voor 2,6 miljard euro geïnvesteerd: in winkels ombouwen, koelketens optimaliseren, duurzamere vrachtwagens.”

Investeringen ter waarde van 2,6 miljard tegenover 1 miljard naar aandeleninkoop. Is dit de juiste verdeling?

„We zijn wél een beursgenoteerd en commercieel bedrijf, en we moeten al onze belanghebbenden dienen. Medewerkers, klanten, en ook aandeelhouders. We proberen daarin een balans te vinden.”

Misschien begrijpen beleggers het wel als u met die inkoop zou stoppen. Of lopen ze dan weg?

„Het heeft effect op de loyaliteit van een deel van onze belanghebbenden als we bepaalde dingen niet meer zouden doen. Maar we zijn een sterk bedrijf. Wij kunnen meerdere dingen tegelijkertijd doen. We doen ook al heel veel.

„Jullie zijn misschien nog niet tevreden met die 15 procent. Dat is ook goed, dat we activisten om ons heen hebben die zeggen: dit is niet genoeg.”

U vindt dat activistisch?

„Een activistische gedáchte. Als je naar onze berekeningen gaat kijken, dan zal je zien dat het echt wel ambitieus is, van waar we nu vandaan komen. Belangrijk is dat als we dingen roepen, dat het meetbaar is. En ik vind het ook belangrijk dat we door de knieën gaan als we bepaalde doelen niet hebben gehaald. Die 15 procent is een stevig doel, dat weten we nu al. Maar als het sneller kan, gaan we sneller.”