Medewerkers politiemissie willen snellere hulp kabinet voor Afghaanse contacten

Val Kunduz Medewerkers van EUPol maken zich grote zorgen over Afghaanse burgers die met Nederlands politiepersoneel samenwerkten in de politietrainingsmissie in Afghanistan.
Deze Afghaanse politieagente die deelnam aan de EUPol-training door Nederlands personeel, ontving in 2013 haar diploma.
Deze Afghaanse politieagente die deelnam aan de EUPol-training door Nederlands personeel, ontving in 2013 haar diploma. Foto Mona van den Berg/ANP

Het kabinet moet Afghaanse politiemensen, tolken en medewerkers van compounds die Nederlands personeel bijstonden in Afghanistan, „redden” uit dat land waar de Taliban bezig zijn „met een ongekende opmars”. Dat schrijven medewerkers van de Europese politiemissie Eupol en vertegenwoordigers van politievakbonden woensdag in Trouw. De Afghaanse „oud-collega’s” lopen gevaar omdat zij in ogen van de Taliban voor een vijandelijke organisatie werkten. Door de terugtrekking van internationale missies komen deze burgers nu „in een vacuüm terecht dat hun het leven kan kosten”. De ondertekenaars noemen Nederland passief in het in bescherming nemen van de burgers met wie werd samengewerkt.

Volgens de initiatiefnemer voor de open brief Jan Gras, die 3,5 jaar in Afghanistan werkte voor de politietrainingsmissie, gaan de zorgen behalve tolken ook over andere betrokkenen. „Ze komen in gevaar als ze aangeduid worden door de Taliban als verrader. Dan moeten ze kiezen: zich aansluiten of vermoord worden”, zei Gras, voormalig advocaat-generaal bij het OM, eerder tegen NRC. Oud-politieman Peter Metselaar, die een jaar in Afghanistan werkte, onderschrijft die vrees. Hij denkt dat veel contacten momenteel gevaar lopen: „De Taliban kijken niet zorgvuldig of iemand bij ons een schoonmaker was of vertaler. Zij gaan op iedereen af van wie ze weten dat die met ons samenwerkte.”

Contacten zoek

Met de brief willen de ondertekenaars druk op de Nederlandse regering zetten, licht initiatiefnemer Gras toe. Hij betwijfelt of in Den Haag de ernst van de situatie in Afghanistan doordringt. „Ik hoor niks van regeringsfunctionarissen en dat vind ik zorgelijk. Er zal iemand tot actie over moeten gaan.” In Kabul, Mazar-i-Sharif en Kunduz trainden Europese politiemensen hun Afghaanse collega’s. „We werkten nauw samen met de Afghanen en ze waren allemaal in de veronderstelling dat we hen kwamen helpen om het land op te bouwen. Nu zie je hoe het op korte termijn is achtergelaten.”

Lees ook dit verslag uit Kabul: ‘Er is niemand meer hier die ons helpt’

Juist Kunduz, waar Nederlanders lokale politiefunctionarissen opleidden en juridische ondersteuning boden, bleek afgelopen weekend te zijn veroverd door de Taliban. Dat de terreurbeweging de afgelopen dagen zo snel terrein heeft gewonnen zag Metselaar „met gekromde tenen” aankomen. „Eigenlijk liep de spanning bij mij al op sinds de aankondiging van de terugtrekking van internationale troepen”, zei hij maandagochtend aan de telefoon. Hij vindt dat triest, en denkt dat bij de personen en organisaties in Afghanistan met wie hij na zijn uitzending contact probeerde te onderhouden, hetzelfde besef leeft. „Op Facebook houden steeds meer mensen zich stil. De Kunduz Police Force heeft een Facebookpagina, maar ik had al vorige week gemerkt dat daar veel minder reacties op verschenen.”

Lees ook deze analyse na de verovering van Kunduz door de Taliban: Was de missie naar Kunduz zinloos?

Evacuaties en asiel

Ook in andere landen trekken betrokkenen aan de bel over de veiligheid van lokale partners nu de internationale militaire inmenging tot een einde komt. Zo publiceerden Britse bevelhebbers en politici eind juli een brandbrief, waarin werd opgeroepen om het visumprogramma voor tolken die militairen van het Verenigd Koninkrijk bijstonden, te verbreden. Het ministerie van Defensie werkt aan de evacuatie van tolken die bij de Nederlandse militaire Task Force Uruzgan betrokken waren. Daarvoor zijn nog tientallen aanvragen voor evacuatie in behandeling.

Voor de civiele en politie-medewerkers is het proces te onduidelijk, stellen de oud-EUPol-medewerkers. In de open brief schrijven zij dat andere landen een ruimere definitie hanteren voor wie in aanmerking komt voor bescherming. „Terwijl andere landen voortvarend deze tolken uit Afghanistan ophaalden, blijft Nederland achter. Het is volstrekt onduidelijk of naast de tolken ook andere Afghaanse EUPol-collega’s, zoals juridisch experts en compoundbeheerders, aanspraak kunnen maken op de regeling”, stellen de oud-EUPol-medewerkers. Peter Metselaar: „Het voelt altijd al alsof de politiemissie een beetje werd ondergesneeuwd in de aandacht voor de militaire missie. Wij waren op een andere manier bezig in Afghanistan; en nu zie je ook dat die medewerkers in het gedrang komen.”

Nederland stemde in met deelname aan een politiemissie nadat Nederlandse militairen in 2010 waren teruggetrokken uit de provincie Uruzgan. De politietrainingsmissie in Kunduz duurde uiteindelijk van 2011 tot 2013. Hoeveel betrokkenen bij dat programma nu gevaar lopen, weet initiatiefnemer van de brief Jan Gras niet. Hijzelf heeft de afgelopen dagen van zeker zestig mensen een bericht gehad; die hij adviseert een visum aan te vragen om te proberen uit Afghanistan te kunnen vertrekken. Bij de ambassade in Nederland zijn verzoeken ingediend, weet hij: „Als oud-missieganger wordt ons gevraagd wie we kennen. Dan gaat het weer terug en moet er beslist worden. Ik weet niet hoe lang dat duurt.”