Krekel en Mier van Aesopus, maar dan in een juicebar in Amsterdam Oud-Zuid

Fabels rondom parfumerie La Fontaine De mores en sores van de fabeldieren van Aesopus en La Fontaine zijn tijdloos. bewerkte ze naar het fabelachtig bevoorrechte Amsterdamse Oud-Zuid in de zomer van 2021.

Illustratie Machteld van Gelder

Het is zomer. De Dorpsstraat ligt er prachtig bij. De Kastanjebomen bloeien. De IJssalon heeft nieuwe smaken. Olifant en Leeuw dragen korte broeken met linnen overhemden in pastelkleuren. Haas en Konijn dragen maxi-dresses en lange linten op hun zonnehoeden. Parfumerie La Fontaine rolt de zonwering uit om de kostbare geuren te beschermen tegen de warmte. De Bloemenstal verkoopt de kleuren en geuren uit verre velden en tuinen. De Boekhandel heeft een etalage vol zomerpoëzie en puzzels.

Iedere dag staat Krekel voor dag en dauw op en rent vijf kilometer om de longen te trainen, dan fietst hij zich een half uur het schuim op de mond om het hart te trainen, vervolgens de koude douche, ontbijt met havermout en gemberthee met rauwe honing. Om 8.30 is Krekel gereed om naar het Concertgebouw te gaan voor stemoefeningen en repetities.

Mier verkoopt sappen van groente en fruit. Voor wie extra wil betalen, verkoopt Mier ook nog sappen van tarwegras en gember. Jan&hetSap heet zijn bar. Ook Mier staat elke dag voor dag en dauw op.

Zelf drinkt Mier die sappen niet, daarvoor is hij te macho. Mier vindt diep in zijn hart dat een echte man zijn eten niet gepureerd tot zich neemt als de eerste de beste tandeloze ouwerik. Een winterwortel moet met eigen tanden verbrijzeld worden. Als het moest, zou Mier aan zijn kaken aan een tak in het park kunnen hangen, langer dan de sterkste pitbull. Zittend lurkend en slurpend aan een rietje zou Mier nooit gezien willen worden. Ten slotte meent Mier dat de voedingsstoffen van de wortel niet in het filter van de sapcentrifuge mogen achterblijven maar de maag in moeten. Een sap, zo meent Mier, is water met een kleur. Maar enfin, Hermes heeft het hem als God van de Handel nu eenmaal zo geleerd, dus Mier verkoopt alle kleuren sap die er zijn.

Jan&hetSap trekt dieren uit de hele stad die afkomen op de beloften die de sappen doen. Want Mier gaf zijn sappen identiteit: ze heten bijvoorbeeld Ga Weg Dokter, Beren Man, Sport Sap, Groen Schild en andere namen.

Na zoveel voorspoed vindt Mier dat hij het zich wel kan veroorloven om zijn karakterpalet wat uit te breiden

Zijn harde werk wordt beloond. Mier is steeds vaker boven om zijn geld te tellen. Algauw heeft hij zo veel geld, dat hij de tel kwijtraakt en advies zoekt bij de Olifanten. Zij komen, hun roze kranten onder hun arm gevouwen, met hun ontspannen en goedlachse zelven in het kantoor van Mier en maken een beleggingsplan voor hem. Door hun adviezen ziet Mier mogelijkheden voor een tweede Jan&hetSap. En voordat het jaar om is, zijn in de hele stad sapbarren geopend en gaat Mier naar de beurs.

De Olifanten nodigen Mier nu uit om naar de businessclub van het Concertgebouw te komen om te luisteren naar ene Krekel, die een uniek concert gaat geven, en waar ook andere opgewekte en mooie en rijke Mieren en Olifanten zullen zijn, om met elkaar te genieten van de goede dingen van het leven.

Mier meent dat hij zijn succes aan zijn wilskracht en zuinigheid te danken heeft. Na zoveel voorspoed vindt Mier dat hij het zich wel kan veroorloven om zijn karakterpalet wat uit te breiden. Bijvoorbeeld met gevoelens van ontroering of zorgeloosheid. Hij gaat daarom graag in op de uitnodiging.

Krekel staat voor de spiegel in de solistenkamer, vol concentratie voor het concert. Buiten de zaal waaieren de bezoekers uit, stralend en vol verwachting te zien en gezien te worden in de pauze en bij de receptie na het concert.

Als de muziek begint, weet Mier niet waar hij meer van geniet: van de belangrijke dieren om hem heen, of van de gouden keel van Krekel.

Als Krekel een gevoelig lied inzet, stromen de tranen bij Mier over de wangen van ontroering. Hoe is dat nu mogelijk, om door iets moois in huilen uit te barsten. Mier weet niet zeker of hij het fijn vindt.

Dan komt er een magere tijd met een Grote Ziekte en iedereen moet thuis wachten. Het Concertgebouw sluit. Jan&hetSap mag openblijven.

Krekel staat nog altijd vroeg op, om in topvorm te blijven voor wanneer de zalen weer open mogen en vijfhonderd mensen tegelijk graag zullen betalen om naar Krekel te luisteren. Optreden moet hij blijven doen, om in vorm te blijven. ’s Avonds treedt hij dan maar thuis op, voor zijn spiegelbeeld of voor zijn moeder.

Na een jaar zijn bij Krekel zowat alle kasten leeg en alle vriendschappen uitgenut, als hij moedeloos bij Jan&hetSap komt met zijn laatste geld voor een Beren Man-sap.

Mier vindt het interessant de Concertgebouwkrekel weer te ontmoeten: „Omdat het barre tijden zijn, vooral voor artistieke Krekels, deel ik met jou mijn geheim. Koop geen sap, maar eet voor een fractie van de prijs een mooie wortel, bietje of een beetje spinazie. Trouwens ook beter voor je tanden.”

Mier geeft Krekel een baan in de bar.

Krekel en Mier worden vrienden en blijven dat, ook als de Grote Ziekte allang weer weg is gegaan en Krekel weer mag optreden.

Handel is handel en kunst is onbetaalbaar.

Vrij naar ‘Krekel en Mier’ van Aesopus en La Fontaine.