Opinie

Nederland moet niet afwachten wat de rest doet, maar ondubbelzinnig aan de slag met klimaatbeleid

VN-klimaatrapport

Commentaar

Het is moeilijk om niet terneergeslagen te raken van het maandag verschenen VN-klimaatrapport. Op basis van diepgravend, wereldwijd wetenschappelijk onderzoek concludeert het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, dat klimaatverandering inmiddels overal is. Hittegolven, heftige neerslag, orkanen, droogte: de trend is duidelijk. De mensheid moet zich komende decennia hoe dan ook schrap gaan zetten voor vaker terugkerende, extremere weerverschijnselen.

Geen continent zal worden gespaard, ook Europa niet, zo maakt het klimaatrapport duidelijk. De recente overstromingen in Limburg, Duitsland en België, de huidige bosbranden in Griekenland en Turkije: klimaatverandering is geen ver-van-mijn-bed-show, iets waar landen als Bangladesh of Ethiopië mee kampen, maar Europeanen niet. Het IPCC waarschuwt ook voor kantelpunten: plotselinge, door de opwarming van de aarde veroorzaakte veranderingen in het klimaatsysteem. Scenario’s waarin ijskappen onomkeerbaar afsmelten en de zeespiegel de komende eeuwen met vele meters kan gaan stijgen. De kans daarop acht het panel klein, maar de impact zou enorm zijn.

Desondanks is defaitisme niet de weg vooruit. Het VN-klimaatpanel trekt nog een andere conclusie: de invloed van menselijk handelen op die opwarming is „ondubbelzinnig”. Dit gaat niet over een asteroïde die toevallig op aarde afstevent en waar – behalve in Hollywood-films – weinig tegen te doen valt. Bij klimaatverandering is de mens de veroorzaker van het probleem. De mens heeft dus ook voor een belangrijk deel de oplossing in handen. Dat handelingsperspectief is reden tot optimisme.

De reactie van het kabinet tot nu toe is dat helaas niet. Demissionair premier Mark Rutte (VVD) noemde de conclusies maandag „zeer zorgelijk”, maar benadrukte ook dat klimaatbeleid betaalbaar moet blijven voor de burger. Hij ontwaarde „een gat” tussen de Nederlandse klimaatdoelen en wat er op dat vlak daadwerkelijk is bereikt. Alsof niet hijzelf, maar iemand anders al tien jaar het land regeert. Rutte zei ook dat het kabinet de conclusies nog gaat „bestuderen”, maar die zouden weinig verrassend meer mogen zijn: dit is het zesde rapport dat het IPCC sinds 1990 publiceert, en de conclusies uit eerdere rapporten zijn steviger geworden, maar niet wezenlijk anders. De premier trok ook een vergelijking tussen klimaatbeleid en de Olympische Spelen. De 36 in Tokio behaalde medailles zouden ter inspiratie moeten dienen om van Nederland een klimaatkampioen te maken. Alsof klimaatbeleid een wedstrijd tussen landen is met winnaars en verliezers.

Op het eigen klimaatbeleid valt flink wat aan te merken. Nederland presteert ondermaats op het gebied van duurzame energie. Het verkleinen van de te grote Nederlandse veestapel is een handschoen die politiek Den Haag al jaren niet durft op te pakken. Het klimaatakkoord uit juni 2019, het indrukwekkende resultaat van breed maatschappelijk overleg, heeft nog niet tot veel concrete actie geleid.

Er is, kortom, veel kostbare tijd verloren en tijd is hier, blijkt ook weer uit het IPCC-rapport, het schaarse goed. Niet geld of medailles. Winnen of het economisch interessant maken van klimaatbeleid zou niet het uitgangspunt moeten zijn. Laat het kabinet nu eerst maar eens doortastend concrete maatregelen nemen, ondubbelzinnig en zonder af te wachten wat de rest doet. Voor een land dat grotendeels onder de zeespiegel ligt zou dat vanzelfsprekend moeten zijn.