Recensie

Recensie Beeldende kunst

Je kijkt anders als natuur & kunst ideaal samengaan

Kunstexpeditie Into Nature ‘Into Nature’ in het Drentse Bargerveen gaat over energie. Kunstenaars hebben speciaal voor deze plaats werk gemaakt. Om te ondergaan als je daar op het veen staat.

De tweejaarlijkse expositie ‘Into Nature’ is in 2021 in het Bargerveen in Drenthe.
De tweejaarlijkse expositie ‘Into Nature’ is in 2021 in het Bargerveen in Drenthe. Foto Heleen Haijtema

De lucht heeft die kleur die geen naam heeft maar die betekent: daverende regenbui. In de fietstas de regenbroek, aan de voeten wandelschoenen die beloven dat ze waterdicht zijn maar waarvan je weet dat dat maar tot op zekere hoogte waar is. De huurfiets heeft zulke enthousiaste nieuwe remmen dat ze niet meer kunnen stoppen met remmen, ook niet bij tegenwind. De achterband loopt na een uur leeg, en blijft dat.

We zijn hier nu, in een letterlijke uithoek van het land, die vreemde bijna rechte hoek die Drenthe maakt aan de oostgrens, en we gaan dus de kunst bekijken, daar moet je wat voor over hebben. Into Nature heet de ‘kunstexpeditie’ hier, dus niet kinderachtig zijn als de natuur zich een beetje gelden laat.

Maar dat gevoel van ‘daar moet je wat voor overhebben’, dat flinke, onverschrokkene, verdwijnt razendsnel. Want je hoeft er helemaal niets voor over te hebben eigenlijk, integendeel, je ontvangt. Al snel hoor je jezelf zachtjes neuriën, glimlachen doe je ook, en nadenken of juist helemaal niet denken maar ondergaan. Je bent op een andere manier gaan kijken, al na een paar kunstwerken, wat zeg ik, al na één.

Hier voel je hoe bevrijdend het is om échte, geen virtuele, belevingen te hebben

Het is, laten we daar meteen maar voor uitkomen, heerlijk in het Bargerveen waar het tweejaarlijkse Into Nature haar verrassingen vertoont. Niet omdat het allemaal koek en ei en vrede en vogelzang is, kunstenaars zouden geen kunstenaars zijn als ze niet ook vreemde en onrustbarende dingen willen laten zien of voelen, maar omdat dit de ideale combinatie is tussen in de natuur zijn en in de artificiële omgeving die kunst qualitate qua biedt.

Zo ren je vanuit de natuurlijke regenbui een container in waar negen videoschermen onder luid geraas bijzonder waterige beelden vertonen. Ze lijken op de werkelijkheid, maar toch ook weer niet. Jan Robert Leegte heeft zich laten inspireren door het computerspel Minecraft zegt het reisgidsje dat de bezoeker meekrijgt bij de kaartverkoop. Dat zal zo zijn, maar wat de beelden laten zien is een eeuwige beweging van water, groot en veel water, deinend en stromend, overspoeld met zilveren licht soms, of doorschenen van vreemd rood uit waterige wolken. Is dat zonlicht? Staat die boom daar nu echt onder water, zijn we zelf onder water? Het is, met de overstromingen in Limburg, België en Duitsland nog vers in het geheugen, een heel toepasselijke installatie waar misschien onbedoeld iets waarschuwends vanuit gaat. De hemel kan veranderen in water en wat er over zal blijven is een wuivend landschap daaronder, een landschap dat geen mens meer zal zien. En toch zie je het nu. En ook zie je wat een machtige kracht water is en hoe vreemd en bijzonder landschappen kunnen zijn.

Energie

Dat laatste zie je buiten ook. Het Bargerveen bestaat uit verende zwarte grond en moerassige vlaktes met veel bies en andere moerasplanten erin, uit riet en uit heidevelden met breed spreidende eiken, en uit verdronken berken die uit zwarte poelen omhoog steken. Boven dit alles de weidse wolkenlucht. In de verte staat een rij windmolens. Bwggh, windmolens! Zijn we eens in de natuur heb je dat!

Maar Hans den Hartog Jager, de artistiek leider van Into Nature (en medewerker van NRC), schrijft dat het daar juist over gaat, over energie. Op alle mogelijke manieren. Die windmolens en het water. Het veen onder onze voeten dat jarenlang afgegraven is door turfstekers opdat de mensen hun kacheltjes konden stoken. Hier en daar staan nog kiepkarren, lorries op stukjes rails. Ergens is een voormalig veenhutje ingestort. Kunstenaar Veit Laurent Kurz heeft er juist eentje neergezet waar twee vreemde, trol-achtige snuiters, ‘Dilldaps’ uit Duitse sprookjes, binnen zitten met drank en sigaretten en een trictrac-bordje, alles even armoedig, ze lijken wel in het veen en de tijd vastgezette overblijfselen van de arbeid die hier ooit verricht is.

Buiten de hut is het landschap onwerkelijk mooi en paars bloeiend, maar er staan gekke kleine vulkaantjes in, ook van Kurz die, volgens het boekje en de audiotekst, doodsbang is voor straling en met zijn werk ook verwijst naar de kerncentrale die hier over de grens ligt in Lingen. Ik begrijp niet heel goed wat die vulkanen daarmee te maken hebben, noch wat de Dilldaps tegen of met de straling doen, maar dat geeft niet, het hutje is vervreemdend en past volmaakt bij deze omgeving en de vulkanen geven reliëf aan het veenlandschap en verwijzen ook naar wat híér diep onder de grond zit – geen lava maar samengepakt veen, tienduizenden jaren oud.

Samenhang

Een van de krachtige aspecten van deze Into Nature is dat er samenhang is ontstaan tussen wat de kunstenaars gemaakt hebben en de omgeving omdat ze hun werk echt voor dit landschap hebben gemaakt. Verschillenden van hen hebben zich afgevraagd wat veen is, hoe het eruitziet, en zelfs hoe het water smaakt dat diep onder het veen is blijven zitten, zoals de Iraniër Navid Nuur deed, die duizenden jaren oud water naar boven laat komen dat je kunt drinken uit een schaal gebakken van de grond, met klei, hier uit het Bargerveen. Het smaakt naar ijzer en nog iets – een beetje zwavelig?

Er is ook samenhang tussen de werken onderling, door het thema – energie – en door het landschap. Zo worden de verschillen interessant en niet rommelig, en zo kijk je op steeds weer een andere manier naar het landschap waardoor je omringd bent.

Soms kijk je daar trouwens even helemaal niet naar. Een van de indrukwekkendste werken sluit de bezoeker juist af van de omgeving. Het is het werk Melt (‘Smelt’) van de Deen Jacob Kirkegaard. In een geheel wit beklede container waarin een soort mist hangt, rood aangelicht, luister je naar – alweer – water. Stromend, smeltend, lekkend, druppelend, als op een besneeuwde berghelling na de winter, je ziet als het ware overal beekjes glinsterend naar beneden stromen. Maar het is geen blijde lente: je zit in een gletsjer en wat je hoort is het smelten daarvan, het angstaanjagend snelle smelten, met dezelfde vrolijke haast waarmee ijs en sneeuw er altijd vandoor gaan als het warmer wordt.

Wat de beelden laten zien is een eeuwige beweging van water, groot en veel water, deinend en stromend…

Heuvel van water

En dan fiets je weer buiten, de zon schijnt even, de hemel lacht, het razende smelten lijkt ver weg, je banden zoeven over het betonpad, je zet de fiets neer bij een paadje en wandelt over het verende veen door een vochtig dampend bosje tot bij een diepzwarte poel waar het wat mij betreft mooiste werk van deze manifestatie te zien is, het uiterst verstilde Pondering at 5.5. van de Nigeriaanse Otobong Nkanga. Het is een plek voor overpeinzing inderdaad. Het water lijkt wel bijna hoger te liggen dan je zelf staat, als een heuvel, wat niet kan uiteraard. Door de gladde, inktzwarte spiegeling is het alsof je naar een podiumpje kijkt, waarop bomen en boomstaken bezig zijn voor zichzelf – echt niet voor jou. Op een elegante stalen strip staat een tekst die zich afvraagt wat er onder de gearchiveerde materie ligt. Ja wat bedoelt ze daarmee, onder dit water, onder deze verende grond? Iets van een antwoord staat er ook, al begrijp je dat niet direct: dunne meetstokken in verschillende tinten groen die een weergave zijn van de zuurtegraad van water en grond. Scheikunde. Natuurkunde. De harde maar beweeglijke gegevens van deze plek, waarvan de kracht toch een andere is.

Hoe armelijk zou dit werk zijn op een foto of video, hoe onderga je het als je hier staat! Het is een plek om te voelen hoe bevrijdend het is om échte, geen virtuele, belevingen te hebben, van tijd en ruimte en geluiden en geuren, van stilte ook en van aandacht voor wat er te zien is en niet te zien maar altijd ondergronds bezig. Energie van een heel andere soort dan windmolens en kerncentrales.

Loop je het pad weer terug dan zie je weer een andere vorm van energie; daar heeft Semâ Bekirovic een grote toverbal van suiker neergelegd, die door de regen langzaamaan opgesabbeld zal worden deze zomer, want niets van wat stil en onbeweeglijk lijkt is dat ook, dat is wat dit veen en deze werken je steeds weer duidelijk maken.

Alles stroomt, in, onder, boven en door ons heen. In de vorm van regen en van opgewekte energie, van virussen en wind, van de zwaartekracht en het langzame, uiterst langzame samenpakken van de koolstof in het veen.

Maar ook in de vorm van geluk, om hier te zijn. Om te bestaan.