Hij zou niet snappen dat de taart niet geholpen had

Sarah’s zomer De komende weken schrijft Sarah Sluimer over haar zomer. Deze keer: Taarten van Abel kijken met de vijfjarige.

Sarah's zomer

Als eerstejaars student keek ik tijdens stille zondagmiddagen op mijn kamer weleens naar Taarten van Abel. Mijn huisgenoten waren in het weekeinde regelmatig bij hun ouders, waar ik niet heen wilde omdat die van mij zo vaak ruzie hadden.

In het programma gaat banketbakker Siemon de Jong, oftewel Abel, op bezoek bij een kind dat een taart wil maken voor een geliefde. Tijdens het uitrollen van marsepein en het priegelen met versiersels vertelt het kind zijn of haar bumpy levensverhaal aan Abel. Scheidingen, pleegouders, asielzoekerscentra: alles komt aan bod. Abel, die weleens in een interview heeft gezegd dat hij niet dol is op kinderen, maar op ménsen, vertrekt ondertussen geen spier en stelt met een magistrale onnadrukkelijkheid zijn vragen. Betrokken, maar nooit zoet. Als vrienden onder elkaar.

Na een uurtje Abel voelde ik me altijd beter.

Zeventien jaar later bestaat het programma nog steeds. Abel heeft inmiddels een brilletje en een nieuwe dosis zachtheid in zijn stem. Gelukkig valt hij kinderen nog steeds in de rede als ze het fondant verprutsen. Ik kijk nu met mijn eigen vijfjarige. Met zijn oren op steeltjes, zijn rug recht en zijn hand op mijn been ziet hij hoe Dunya, Shelley en JoTo met het leven worstelen en ondertussen woeste suikerbouwwerken afleveren.

„Mag ik meedoen aan Taarten van Abel?”, vroeg hij daarna. „Dan maak ik een taart voor jou.”

En toen kwam Zwerre. Hij had een brandbrief. Zijn vader moest snel vrolijk worden, anders zou hij misschien doodgaan. Zwerre, een fijnbesnaard kind, vertelde lucide over de depressie van papa Erwin. Door corona had hij zijn vader, die van ziekenhuizen naar zijn eigen moeder was verkast, al een half jaar niet gezien. Aan het einde bracht Zwerre zijn taart naar zijn hem, een lieve man bij wie de somberheid uit zijn oren leek te spuiten. De camera ging even op zwart-wit op het moment dat ze elkaar omhelsden en Zwerre ‘papa’ zei, met het onwrikbare vertrouwen dat iedere ouder in vuur en vlam zet. Toen verscheen in beeld het bericht dat de vader in december 2020 overleden was.

Proestend snikte ik het opeens uit. Mijn kind, dat nog niet kan lezen, keek me verschrikt aan. „Wat is er?”, vroeg hij. Ik besloot hem niet te vertellen wat Zwerre overkomen was. Hij zou niet snappen dat de taart niet geholpen had.

„Mag ik meedoen aan Taarten van Abel?”, vroeg hij daarna. „Dan maak ik een taart voor jou.”

„Natuurlijk”, zei ik, terwijl ik mijn wangen poetste.

Ik hoop maar dat zijn leven te saai blijft om ooit voor het programma uitgekozen te worden.