De warrige strijd tegen de eikenprocessierups

Toezicht nieuwe middelen Het bestrijden van de overlastgevende rups is een miljoenenmarkt geworden. Middelen waarvan de werking niet is bewezen, zijn gewoon bij bouwmarkten en tuincentra te koop.

Eikenprocessierupsen op een afzetlint, de haartjes kunnen zorgen voor huidirritatie. Foto Laurens van Putten / HH
Eikenprocessierupsen op een afzetlint, de haartjes kunnen zorgen voor huidirritatie. Foto Laurens van Putten / HH

Johan van Reel rijdt in zijn zwarte SUV tussen de Overijsselse weilanden door. Rechts, links, bij een windmolen nogmaals links. Dan stopt hij abrupt bij een stoffige schuur. „Je ruikt het al zodra je aan komt lopen”, zegt hij. Een indringende, zurige knoflooklucht. Alsof iemand de fles shoarmasaus te lang buiten de koelkast heeft laten staan.

Hij draait een grote jerrycan open. Erin zit witte dikke vloeistof. „Hier, ruik maar.” Eenmaal ademhalen is voldoende. Bedwelmende knoflookgeur. Eén druppel op je vinger, en de lucht gaat de eerste paar uur niet meer weg. „Dit was écht een effectief middel. Ik vind nog steeds dat het werkt. Maar ja, het mag niet.”

Van Reel is aannemer; directeur bij het familiebedrijf dat zijn naam draagt. Grondsanering, sloopwerk, recycling – de Van Reel Groep is van veel markten thuis. Ook bestrijding van de eikenprocessierups behoort tot de werkzaamheden.

Die kleine rupsensoort, nog geen drie centimeter groot, is al jaren de nachtmerrie van wandelaars, fietsers, picknickliefhebbers. Van tuinbezitters. Van festivalgangers. Van hondeneigenaren. Van gemeenten, van camping- en vakantieparkuitbaters. Van iedereen die wel eens in de buurt kwam van een eik. De minuscule brandhaartjes van de rupsen kunnen zorgen voor huidirritatie, en soms ook voor ernstige klachten aan de ogen en de luchtwegen. Soms overlijden honden of katten eraan, wanneer zij een nest vol met brandharen in hun bek nemen.

Geen wonder, kortom, dat er steeds meer methoden komen om overlast door de rupsen tegen te gaan. De afgelopen jaren is er een nieuwe groep bestrijdingsmiddelen op de markt verschenen: ‘fixeermiddelen’, waarvan de producenten beweren dat ze de brandhaartjes die voor de jeuk zorgen inkapselen en zo onschadelijk maken. De vloeistoffen hebben namen als Rupssol, Catefix, Oakshield en Rufix, en worden aangeprezen als biologisch en gebruiksvriendelijk. Rufix is al aan te schaffen bij onder andere Hornbach, Jumbo en Welkoop. Andere middelen zijn in webwinkels te bestellen.

Een bestrijder met een nest van de eikenprocessierups. Foto ANP/Hollandse Hoogte

Sommige wetenschappers kijken met argusogen naar de wildgroei. Uitgebreide veldproeven ontbreken, meer dan anekdotisch bewijs voor de werking is er niet. In e-mails tussen experts en betrokkenen uit een paar provincies, in bezit van NRC, schrijft een expert van het Kennisplatform Eikenprocessierups (een samenwerkingsverband van onder meer het RIVM, Wageningen University, het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen, de Vereniging van Hoveniers en Groenverzorgers en de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren): „Het regent geboefte in eikenprocessierupsland.”

Entomologen en chemici vrezen niet alleen dat de middelen een kat in de zak blijken, maar zelfs dat gebruik ervan schadelijk kan zijn – ofwel door de samenstelling van de middelen, ofwel doordat er tóch brandharen vrijkomen. Daar komen mensen en huisdieren dan onbeschermd bij in de buurt, in de veronderstelling dat ze veilig zijn.

De producenten snappen niet dat zo vertwijfeld gereageerd wordt op hun middelen, en voelen zich tegengewerkt door het Kennisplatform en instanties die bij toelating betrokken zijn.

NRC sprak de afgelopen maanden met diverse producenten, wetenschappers en toezichthouders over de introductie van deze groep fixeermiddelen tegen de eikenprocessierups. Toezichthouders als de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zouden erop moeten toezien dat de middelen op de markt veilig én effectief zijn. Maar in de praktijk blijkt niet duidelijk wie eindverantwoordelijk is voor de toelating ervan. Ondertussen blijven de niet-wetenschappelijk bewezen middelen van nieuwkomers tussen de regels doorglippen om toe te treden tot de miljoenenmarkt, en zijn ze voor iedereen te koop.

Wondermiddel

Het knoflookmiddel uit de schuur van Van Reel, waarmee zijn bedrijf de eikenprocessierups bestreed, is ontwikkeld door het bedrijf Centrics Naturals. Dat brengt later een nieuw middel op de markt, naar eigen zeggen zonder knoflook maar met azijnzuur: EPRavage. ‘100% natuurlijk’ staat er in de productfolder, en: ‘biologisch afbreekbaar’. De zure vloeistof, met een pH-waarde van 2,4 (vergelijkbaar met cola) kan met lagedrukspuit op een nest gespoten worden, dat vervolgens met brandharen en al zou verteren.

De media staan er in 2019 vol mee: ‘Is dit hét wondermiddel tegen de eikenprocessierups? In Holten denken ze van wel: ‘Makkelijk én betaalbaar”, kopt De Stentor. Maar even abrupt als het verscheen, verdwijnt het middel weer als de vrijstelling niet rondkomt. Wel komt Centrics Naturals niet lang daarna met een nieuwe productfolder, bijna identiek aan de eerste. Alleen de pH-waarde en chemische samenstelling ontbreekt, en de naam is anders: Rufix.

Experts van het kennisplatform Eikenprocessierups vinden het etiket van Rufix vaag en zeggen het middel daarom niet aan te kunnen raden. ‘Op basis van natuurlijke polymeren’ staat erop. Dat is een breed begrip – ook zetmeel en rubber zijn biopolymeren. Bovendien ontbreken uitgebreide onderzoeksresultaten.

Rufix is niet het enige bestrijdingsmiddel waarover onduidelijkheid heerst: ook Rupssol, Oakshield en Catefix gebruiken vage omschrijvingen als ‘100% natuurlijk’ en ‘fixeren van het nest’. Hiermee omzeilen ze goedkeuring om op de markt te komen. Die is namelijk niet nodig voor bestrijdingsmiddelen die ‘fysiek’ werken, zoals bijvoorbeeld bij muizenvallen of vliegenmeppers, en die geen biociden bevatten, oftewel stoffen die schadelijke organismen doden. Het nest dichtplakken waardoor rupsen met elkaar verkleven zou een puur fysieke werking zijn en zonder goedkeuring mogen. Maar is dat terecht?

Weggeconcureerd

Centrics Naturals is op papier gevestigd in Hongkong, en is opgericht door experts uit de voedingsmiddelenindustrie. Naar aanleiding van de eikenprocessierupsoverlast werd de fabrikant, die niet met zijn voor- en achternaam in NRC wil omdat hij ook andere bedrijven heeft, benaderd door Gert Jansen, een gepensioneerde ondernemer uit Holten. De fabrikant zegt: „Hij wilde dat maatschappelijke probleem oplossen. Er waren wel al middelen op de markt, zoals het bacteriepreparaat Xentari, waarmee je preventief de boom behandelt. Rupsen die van de bladeren eten gaan dood – maar dat geldt voor álle rupsen, ook van andere soorten. Onze middelen werken veel selectiever en dus milieuvriendelijker.”

Samen met Jansen, die zich opwierp als officieuze pr-medewerker van Centrics Naturals, probeerde de fabrikant EPRavage op de markt te brengen. Vanwege het ingrediënt azijnzuur, dat bestempeld is als biocide, moesten ze goedkeuring vragen aan het Ctgb, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Omdat sprake zou zijn van een plaag – een noodsituatie – deed Centrics Naturals een aanvraag voor versnelde toelating, goedkeuring is in dat geval niet nodig. Dat werd afgewezen omdat er al voldoende alternatieven waren.

Lees ook: Vanuit een hoogwerker met een stofzuigerslang de rupsen te lijf

Uit een rapport van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat er twijfels waren over de werking van het middel: „Twee van de geraadpleegde deskundigen geven aan dat onduidelijk is of de ingedroogde brandharen vervolgens alsnog kunnen verwaaien en zo een risico kunnen opleveren voor de omgeving. Daar is geen onderzoek naar gedaan.” Ook noemen de experts „irritatie aan huid en ogen” als mogelijk risico, omdat het middel „zwak zure eigenschappen” heeft.

Rupsen in processie. Foto Getty Images/iStockphoto

Voor goedkeuring was een ingrediëntenlijst en meer onderzoek nodig. De fabrikant zegt de lijst later alsnog gestuurd te hebben, net als labonderzoek, maar toen er opnieuw vervolgonderzoek gevraagd werd, staakten ze de procedure omdat de kosten te hoog opliepen. Hij zegt: „Het enige wat niet goed was, was een houdbaarheidstest. Toen heb ik het Ctgb gebeld en gevraagd: als ik die test doe, krijg ik dan wel goedkeuring? Maar toen zeiden ze dat ik dan ook nog Europese toestemming nodig had. Die toelatingsprocedure kost al snel enkele honderdduizenden euro’s.”

Na een pauze: „We voelden ons tegengewerkt. Weggeconcurreerd. Alleen grote concerns kunnen zich die uitgebreide proeven permitteren.” Ook Gert Jansen was het zat. In zijn woonboerderij in Holten, zegt hij zich „strijdlustig” te voelen. „Noch de overheid, noch het Kennisplatform staat open voor nieuwe methoden. Ze blijven maar hameren op bestrijding met aaltjes en op wegzuigen. Maar dat is voor de gewone consument onbetaalbaar. Het is een besloten wereld, waar je als nieuwkomer niet tussenkomt.”

Lees ook: Een Twentse rupsenval? De rupsen trappen er niet in

Jansen bedacht een andere manier om een middel aan de man te brengen. „Van onderaf”, zoals hij het zelf noemt. Wegblijven van de overheidsinstanties „en aan de gewone man laten zien dat het product werkt”. Daarnaast wist Jansen nu: „Volgens het Ctgb hoeven producten met enkel een fysieke werking niet gekeurd te worden.” Rufix werd het alternatieve middel dat hierop inspeelde.

Ook dit middel wordt met lagedrukspuit op het nest aangebracht, maar doodt de rupsen niet actief, aldus Centrics Naturals. Ondanks de gelijkende folder is Rufix niet hetzelfde als EPRavage, zegt de fabrikant. Het bedrijf wilde de ingrediëntenlijsten van EPRavage en Rufix niet met NRC delen.

Minigolfbaan

In de stromende regen beweegt een hoogwerker langs een eikenboom omhoog, achter in het Landalpark Twenhaarsveld. Bij een witte, pluizige bal stopt de machine. Er staan twee jongens op, ingepakt met regenpakken en een plastic scherm voor hun gezicht. Eén richt een handsproeier op het rupsennest en bedekt het met een doorzichtige vloeistof. Dan steekt hij het uiteinde van de spuit in het nest, om het met het plakkerige spul te vullen. „Laatst viel het nest naar beneden toen we dit deden. Toen hebben we het alsnog bespoten.”

Al in de zomer van 2020 begon dit Landalpark bij het Overijsselse Holten met het testen van Rufix, net nadat de versnelde goedkeuring van EPRavage werd afgewezen. Gert Jansen kende de schilder op het park en zo waren de contacten snel gelegd. De proef beviel en dus wordt het middel ook nu, in de zomer van 2021, gebruikt.

„Afgelopen maandag nog ontdekte ik een eikenprocessierupsnest vlak bij de Adventure Mini Golf”, vertelt manager Rutger Cruiming in het bungalowpark. Hij besloot het eigenhandig weg te halen in zijn overhemd met korte mouwen. Dat was onverstandig, concludeert hij tijdens een rondje over de minigolfbaan. „Mijn armen zaten vol jeukende bultjes. Maar kijk, het heeft wel z’n werk gedaan.” Hij wijst op een eikenboom vlak bij hole 9. Op kniehoogte zit een bruin verkleurd, ingedroogd nest. Tevreden: „Er zijn er een paar ontsnapt, maar de meeste zijn samengeplakt in het nest.”

Cruiming noemt Rufix een succes, onder meer vanwege de geringe kosten: ruim honderd euro exclusief btw voor een flacon van vijf liter, en daarmee kunnen de medewerkers van de technische dienst zo’n tien bomen behandelen. „Vorig jaar hadden we ruim tweehonderd bomen om te behandelen.” Rufix is volgens hem aanzienlijk goedkoper dan wegzuigen. Hij vindt het ook positief dat de verwijderaars de rupsennesten makkelijk kunnen weghalen, zonder buitenaardse maanpakken.

Na het succes bij Landal was ook de lokale Welkoop geïnteresseerd in het middel. Daar vult Rufix prominent de kop van een schap, voorin de winkel. Sinds vorig jaar verkopen meerdere winkels van Welkoop het product. Ook Hornbach en Jumbo verkopen Rufix nu.

De strategie van Jansen om Rufix van ‘onderaf’ op de markt te brengen lijkt succesvol. Maar is het toegestaan?

De ingrediënten van Rufix zijn dan wel anders dan van EPRavage, maar de werking is vergelijkbaar en daar was juist kritiek op. In het rapport van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat het over de kwestie „of de brandharen alsnog verwaaien”. Bij gebrek aan wetenschappelijke veldtesten van zowel EPRavage als Rufix, is onduidelijk wat er bijvoorbeeld gebeurt na een fikse regenbui of langdurige droogte.

Jansen ziet er geen probleem in: „We hebben nog nooit klachten gehad. Iedereen die het middel gebruikt is enorm positief. In het vakblad Boomzorg heeft zelfs een artikel gestaan over een bestrijder die bij wijze van proef zijn hand in een met Rufix behandeld eikenprocessierupsnest stak. Geen enkele klacht.”

Op de website van Rufix staat dat het nest na behandeling volledig verteert, met daaronder de aanprijzing: „Afzuigen of opruimen is dus niet nodig.” Dat impliceert dat de rupsenharen ook verteren, maar dat is uit onderzoek nog niet gebleken. De fabrikant zegt: „We zijn nog onderzoek aan het doen, en monitoren de nesten in samenwerking met een boomverzorgingsbedrijf.”

Chemisch onwaarschijnlijk

De werking die Centrics impliceert om de brandharen onschadelijk te maken, is chemisch onwaarschijnlijk. Arts en chemicus Henk Jans, verbonden aan het Kennisplatform, acht de kans op vertering nihil. „De brandharen bestaan uit een harde buitenlaag, chitine, met daarin een eiwit dat voor de jeuk zorgt. Het is uiterst onwaarschijnlijk dat een middel die chitinelaag afbreekt en dan het eiwit onschadelijk maakt. De haren blijven dus intact en kunnen later nog steeds schade toebrengen. Alleen bij extreme chemische reacties – bijvoorbeeld als een middel heel zuur of heel basisch is – dan zouden de haren kunnen oplossen, maar in zo’n geval zouden consumenten het dan niet zonder waarschuwing kunnen gebruiken, want het kan oogirritatie veroorzaken.”

De fabrikant zegt: „In de bijsluiter staat wel dat je beschermende kleding moet aandoen. En bovendien: bij dat afzuigen van de rupsen waaien de haren in het rond, dat is ook niet veilig.”

Kortom: óf het is onwaarschijnlijk dat het middel werkt, óf de omschrijving klopt niet met de inhoud van het middel. Dat roept de vraag op: is Rufix, in tegenstelling tot wat de fabrikant zegt, toch een biocide en moet het langs het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctbg)?

Een chemische laboratoriumanalyse in opdracht van NRC, uitgevoerd door de Radboud Universiteit in Nijmegen, wijst uit dat Rufix zuur is, met een pH-waarde rond de 1. Daarmee is het veel zuurder dan de andere fixeermiddelen die in de analyse werden onderzocht. Het middel blijkt volgens de rapportage ‘met grote zekerheid uit citroenzuur, glucose en fructose te bestaan’, en is dus te vergelijken met een soort zure suikerstroop. „Gezien de lage pH valt het niet volledig uit te sluiten dat nog een kleine hoeveelheid sterk zuur aanwezig is”, schrijft de chemicus die het middel onderzocht.

Om de nesten enkel te fixeren, kun je net zo goed haarlak gebruiken

Entomoloog Silvia Hellingman

De fabrikant laat weten dat de pH van Rufix niet 1 is, en ook nooit is geweest: „De oude voorraad had een pH van 1,2-1,8, geen 1. De lage pH hebben wij aangepast bij nieuwe productie naar 2,4-2,9.” Ook zit er volgens hem geen citroenzuur in Rufix, en geen fructose of glucose – „hooguit een verbinding die eraan verwant is”. De ingrediëntenlijst of labresultaten kan hij „vanwege de privacy” niet laten zien. Wel stuurt hij foto’s van zijn pH-meter in twee flessen Rufix: de oude fles heeft een pH van 1,6, de nieuwe heeft een pH van 2,5. „Gaandeweg blijf je een middel doorontwikkelen om de kinderziektes eruit te halen.” De oude voorraad is niet van de markt gehaald, aan de verpakking is het verschil niet te zien.

Een pH van 1 is volgens chemicus Jans zo zuur dat het misschien de rupsen kan doden, wat zou betekenen dat Rufix meer dan enkel een fysieke werking heeft en officieel goedgekeurd moet worden door het Ctgb.

Warenwet

Toch mag Rufix voorlopig op de markt blijven. Want ondertussen is niet altijd direct duidelijk wie de eindverantwoordelijkheid heeft. De Inspectie Leefomgeving en Transport oordeelde eind juli – ruim een jaar nadat het op de markt verscheen – dat Rufix géén biocide is en dus niet door het Ctgb gekeurd hoeft te worden. Ze deden geen labonderzoek, maar bestudeerden de website, productfolder en ingrediëntenlijst.

De inspectie liet na hun beoordeling weten dat Rufix hoogstwaarschijnlijk een ‘waar’ is en dat de Warenwet van toepassing is. Zo’n waar heeft geen toelating, goedkeuring of voorafgaand onderzoek door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) nodig. Alleen wanneer de NVWA tijdens het toezicht een product tegenkomt dat niet aan de wet- en regelgeving voldoet, wordt er opgetreden.

Opvallend is dat de lage pH volgens inspectie en de NVWA „niet in lijn” is met de informatie die ze van de producent hebben gekregen. De NVWA zegt de pH-waarde opnieuw in het lab te gaan meten, maar op welke termijn kan de autoriteit niet zeggen. Op de vraag wat de vervolgstappen zijn na het meten van de pH, wil de NVWA niet vooruitlopen.

Het is tekenend voor de verwarrende kluwen van instanties waarmee fabrikanten van eikenprocessierupsmiddelen te maken krijgen. Ministeries en toezichthouders wijzen allemaal weer door naar andere instanties. Een eindoordeel kan zo lang duren, ondertussen blijft een middel op de markt.

Dat is onwenselijk zegt entomoloog Silvia Hellingman, verbonden aan het Kennisplatform. Volgens haar voegt Rufix niets toe aan de al bestaande bestrijdingsmethoden als het de brandharen niet afbreekt. „Om de nesten enkel te fixeren, kun je net zo goed al bestaande biologische spuitlijm gebruiken, of zelfs haarlak. Want de nesten moeten na afloop sowieso alsnog worden verwijderd. Claims van de producenten dat ze zonder problemen in de natuur kunnen blijven, zijn niet wetenschappelijk aangetoond.”

Gert Jansen vindt dat het Kennisplatform niet zomaar dergelijke beweringen kan doen zonder zélf met bewijzen over de brug te komen. „Waarom hoeven zij geen onderzoeksresultaten te laten zien waaruit blijkt dat afzuigen noodzakelijk is?” Hij vindt het bovendien kwalijk dat Centrics Naturals tot op heden vanuit de Inspectie Leefomgeving en Transport geen terugkoppeling heeft gekregen over de stand van zaken van het onderzoek. Hij wist niet dat het inmiddels naar de NVWA was overgedragen.

Bestrijder Van Reel ziet hoe dan ook niets in fixatiemiddelen als Rufix „Die werken allemaal niet, omdat ze de rupsen niet doden.” Bij gebrek aan een goedgekeurd middel, zuigt hij de rupsen nu maar weer gewoon af. „Duur en intensief, maar het is niet anders. Het werkt wel.”