Analyse

Biden viert de 1.000 miljard voor infrastructuur als overwinning op de polarisatie

Verenigde Staten De Amerikaanse infrastructuurwet is een ouderwets compromis, zo eentje waar Joe Biden als presidentskandidaat altijd hoog van opgaf. Symbolisch is het een grote overwinning. De almacht van Trump over de Republikeinse partij lijkt ten einde.

Een verkeersknooppunt in het oosten van Los Angeles, een van de drukste ter wereld.
Een verkeersknooppunt in het oosten van Los Angeles, een van de drukste ter wereld. Foto Bing Guan / Reuters

Na een paar lastige weken, met stijgende inflatie, een sterke toename van migranten aan de zuidgrens en stagnerende vaccinaties, heeft de Amerikaanse president Biden een klinkende politieke overwinning behaald.

De verlammende polarisatie ten spijt heeft hij dinsdag negentien van de vijftig Republikeinse senatoren zover weten te krijgen dat ze instemden met een wetsvoorstel voor de infrastructuur. Totaal aan voorgestelde uitgaven: 1.000 miljard dollar (ruim 850 miljard euro, ongeveer tweeënhalf keer de totale Nederlandse rijksbegroting). „Wij bouwen hier de toekomst op en zijn straks weer in staat de rest van de wereld voor te blijven”, zei Biden in een toespraak na afloop van de stemming.

Wie de symboliek van zijn overwinning zelf niet zag, werd er door de president wel op gewezen. De kern van Bidens presidentscampagne in 2020 was dat hij beloofde de diepe kloven in het land en met name in politiek Washington te overbruggen. Dat deze wet met 69 tegen 30 stemmen in de Senaat is aangenomen, greep Biden in zijn toespraak aan om de symboliek ervan te onderstrepen: het kan dus nog wel, ouderwetse compromispolitiek.

‘Infrastructuur-decennium’

Biden had voor zijn toespraak een sneertje in de richting van zijn voorganger ingestudeerd: „Na een jaren en jaren met een ‘infrastructuur-week’ staan we nu op de drempel van een infrastructuur-decennium.” Donald Trump had in zijn campagne van 2016 ook grootschalige investeringen in de verkommerde wegen en bruggen van de Verenigde Staten beloofd, maar ruimde voor de plannen jaarlijks slechts een week in – er is nooit een wetsvoorstel van zijn regering gekomen.

Vanaf de zijlijn stuurde oud-president Trump, volgens partijvoorzitter Ronna McDaniel nog altijd de belangrijkste Republikein, de laatste weken verklaringen uit over de „geen-infrastructuur wet”, om te verhinderen dat zijn partijgenoten het voorstel zouden steunen. Dat negentien Republikeinen het toch deden, is ook van symbolisch belang.

Het schrikbewind dat Trump als president over de Republikeinse Partij voerde, is nu wel ten einde.

Het schrikbewind dat Trump als president over de Republikeinse Partij voerde, is nu wel ten einde. Republikeinse politici maken hun eigen afweging en daarbij is de factor-Trump niet langer vanzelfsprekend doorslaggevend. De negentien „RINO’s”, zoals Trump hen noemde (Republicans In Name Only) vrezen de Trump-aanhang niet én ze zien kennelijk electoraal voordeel in hun bijdrage aan een verbetering van de infrastructuur.

Onder de ja-stemmers bevond zich de Republikeinse leider Mitch McConnell – „Van wie ik geen bewijs heb gezien dat hij slim is”, aldus Trump zaterdag in zijn verklaring. Enkele maanden geleden heeft McConnell nog gezegd dat hij „100 procent van zijn aandacht” zou richten „op het verzet tegen de agenda van deze regering”. Maar nu al stemde hij met een deel van die agenda in. Het leverde hem en de anderen een dankwoord op van Biden „voor betoonde moed”.

Ouderwets compromis

De Republikeinen hebben niet zonder slag of stoot ingestemd met de Democratische plannen. In het oorspronkelijke voorstel wilden de Democraten 2.600 miljard dollar uitgeven, en besloeg de ‘harde’ infrastructuur – wegen, bruggen, kanalen, dammen, trein- en internetverbindingen – maar een klein deel van het totaal. In wat dinsdag werd aangenomen, ontbrak ieder spoor van de oorspronkelijk voorgestelde investeringen in bijvoorbeeld kinderopvang, woningbouw en belastingvoordelen voor energiezuinige ondernemingen. Van de 157 miljard die oorspronkelijk waren voorzien voor de ontwikkeling van elektrische auto’s, bleef in het uiteindelijke wetsvoorstel 15 miljard over. Het was een ouderwets compromis, zo eentje waar Biden als presidentskandidaat altijd hoog van opgaf.

Politieke waarnemers kijken nu met belangstelling uit naar het volgende punt van Bidens agenda: een voorstel voor de begroting ter waarde van 3.500 miljard dollar. Voor de Republikeinen, maar vooral voor de linkervleugel van de Democratische Partij, wordt dat een nieuwe test. Het is een prestatie van Biden en van de Democratische leiders in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden dat zij hun eigen partijgenoten in het gelid wisten te houden terwijl zoveel linkse (klimaat-)wensen uit de infrastructuurwet werden geschrapt om de Republikeinen over de streep te trekken. Zullen zij even gehoorzaam zijn als hetzelfde gebeurt bij het begrotingsvoorstel?

De eerste horde is genomen. In de nacht van dinsdag op woensdag behandelde de Senaat het begrotingsvoorstel. Het werd aangenomen. De uitslag was: alle 50 Democraten voor, alle 50 Republikeinen tegen. Nu gaat het voorstel naar het Huis van Afgevaardigden, waar de meest rechtse Republikeinen en de meest linkse Democraten zitten.