Heeft de man nog íéts als zijn kind de achternaam van zijn vrouw krijgt?

Modernisering Naamgeving wordt ingewikkelder. De zoon van kreeg de naam van zijn vriendin en dat maakte meer los dan hij dacht.

Illustratie Jet Peters

Haar naam heb ik altijd woest aantrekkelijk gevonden: Floor Lely. Dus toen we moesten kiezen voor de achternaam van ons in schande geboren nageslacht, was het eigenlijk gauw beklonken. Een praktische en nuchtere keuze vonden we: Van Noort is zeker geen Naaktgeboren, maar Lely is wat specialer én bekt makkelijker over de grens. Bovendien: het is 2021.

Ik ben in mijn omgeving niet de enige die kiest voor de moedersnaam voor het kind, zo is te zien aan de geboortekaartjes in de vensterbank. De standaard is nog steeds duidelijk de vadersnaam, maar er is, in mijn bubbel tenminste, wel wat aan het bewegen.

Ook Nicholas Semertzidis koos voor zijn kind de naam van zijn vrouw. „Omdat ik emancipatie belangrijk vind én omdat ik irritant veel tijd kwijt ben aan het spellen van mijn Griekse naam, elke dag weer.”

Hij is gynaecoloog, en inmiddels hebben veel van zijn patiënten het opgegeven. Hij staat simpelweg bekend als ‘die dokter met de moeilijke naam’, vertelt hij. Dat wilde hij liever niet voor zijn kind. De achternaam van zijn vrouw was een logische keuze: Jacobs. „Rechttoe rechtaan, internationaal makkelijker.”

Gerard Buitelaar zal minder tijd kwijt zijn aan het spellen van zijn naam, maar ook hij en zijn vriendin kozen voor hun kind háár achternaam: Boon. „Mooi, kort, krachtig. Wij zijn niet getrouwd, dus was het sowieso fiftyfifty wat ons betreft, en we hebben er eigenlijk zonder al te veel gedoe over besloten.”

Naamgevingstradities passen zich langzaam maar zeker aan bij de 21ste eeuw, en gelukkig maar – toch? Volgens de Sociale Verzekeringsbank kreeg in 1998, toen het na een wetswijziging voor het eerst kon in Nederland, 6,1 procent van de kinderen de achternaam van de moeder. De laatste jaren schommelt dat tussen de 7,9 en 8,7 procent. Een stijgende lijn, maar nog geen revolutie.

Vergeleken met andere typen familierecht, zoals echtscheidingen en kinderrechten, buigt het namenrecht véél langzamer mee met de veranderende samenleving, zegt hoogleraar familierecht Wendy Schrama van de Universiteit Utrecht. „Maar er vindt wel wat emancipatie plaats.” Al lijkt volgens haar de keuze voor moeders achternaam vooral te gebeuren in „hoogopgeleide en stedelijke kringen”.

Binnenkort moderniseert het naamrecht verder. Dan wordt het waarschijnlijk mogelijk om kinderen een dubbele achternaam te geven, van de vader én de moeder. De Boer Jansen, of Jansen de Boer. Een wetsvoorstel om dat te regelen is in de maak, omdat volgens een peiling van het ministerie van Justitie ongeveer een derde van de Nederlanders die optie wil.

Ook het achteraf aanpassen van je eigen achternaam is sinds vorig jaar makkelijker geworden, waarna fors meer mensen dat zijn gaan doen. „De ruimere mogelijkheden voor naamgeving passen bij gelijkere rollen voor mannen en vrouwen”, zegt Schrama. „En voor kinderen vervult het een behoefte om te laten zien waar je vandaan komt – eigenlijk is er geen goed argument dat alleen de naam van de vader dat bepaalt.”

Lees ook: Een dubbele achternaam moet mogelijk zijn

Verstrekkend besluit

Meer keuzevrijheid is meer vooruitgang. Toch?

Nou, namen zijn toch aparte dingen. Zo simpel en rationeel als de beslissing eerst bij ons leek, blijkt het toch niet altijd te zijn, merk ik zelf. Het opgeven van mijn achternaam doet meer met me dan ik van tevoren had verwacht. Het kleine, boze patriarchje in mij protesteert.

Er steekt iets als de dame achter het bureau bij de burgerlijke stand me vertelt dat het een verstrekkend besluit is. „Dit geldt ook voor uw eventuele toekomstige kinderen, dat weet u toch?” Ja ja, dat wist ik wel, maar het voelt nu wel erg definitief. Of als mijn vader, wanneer we het hem tijdens een etentje ruim voor de geboorte vertellen, liefdevol benadrukt dat dit mijn eigen keuze is maar toch duidelijk moet slikken. Niet fijn om te zien.

Het zit in de kleine momentjes. Als ik het consultatiebureau bel en mezelf moet introduceren als ‘de vader van baby Lely’. Als ik ergens mijn familienaam zie staan, schiet tóch altijd door mijn hoofd dat mijn loot van de familiestamboom overgaat in een andere tak. Mijn vader vraagt zich af wat ik ga voelen als iemand die mijn kind kent mij aanspreekt met „meneer Lely”. Ik ook wel eigenlijk.

Op de een of andere manier daalt het besef over wat voorouderschap écht betekent pas in als je daadwerkelijk een voorouder bent. Bij mij dan. Dat besef draait er onder meer om dat je in een lange keten van familieleden en voorouders staat, en dat jouw keuzes in dit soort kwesties ook invloed hebben op hún voorouderschap. Nauwelijks een baanbrekend inzicht, en toch denk ik er nu meer, en anders, over na dan ik had voorzien – en ik ben geloof ik niet de enige.

Een jonge moeder die ik ernaar vraag, vertrouwt me toe dat zij en haar vriend preventief de achternaam (de hare) van hun dochter niet op het geboortekaartje hadden gezet. „Zodat het geen reuring zou veroorzaken bij mijn schoonfamilie.” Ze zegt erbij dat haar vriend regelmatig de grap herhaalt dat zij hem er heeft ingeluisd toen hij lam was. Het klinkt alsof daar thuis een beetje wordt geworsteld met deze beslissing.

Illustratie Jet Peters

Is het mannengeklaag? Vrouwen geven al eeuwen hun achternaam op, en hebben het daar soms ook moeilijk mee. En moeten nu soms allerlei kunstgrepen uithalen om die naam toch door te geven. Shari Deira vertelt: „Ik wilde graag een dubbele achternaam voor mijn kinderen maar dat kan helaas niet. Omdat mijn Surinaamse naam in Nederland niet specifiek wordt gezien als achternaam konden we ervoor kiezen mijn achternaam als tweede naam te geven. Niet ideaal maar the next best thing.” Je mag in Nederland namelijk geen geijkte achternaam zoals Jansen als voornaam of tweede naam geven. Voor vrouwen met Hollandser achternamen, zijn er nu dus weinig opties. De dubbele achternaam lost dit misschien op.

Voor mannen én vrouwen kan een achternaam raken aan eergevoel. Gerard Buitelaar merkt wel dat de keuze voor de achternaam van de moeder meer losmaakt dan hij had gedacht. „Niet eens bij mijn eigen familie, want het is in goed overleg gegaan. Maar het is toch wel erg opvallend hoeveel mensen over de achternaam op het geboortekaartje begonnen, en niet altijd op een leuke manier.”

Nicholas Semertzidis herkent dat: „Natuurlijk doet het iets met je trots als je je naam ‘opgeeft’, maar gaat het nou om jou of om wat het beste is voor je kind? Mijn vader snapte het heel goed. Sterker nog: hij kwam er op een gegeven moment zélf mee dat hij het goed zou begrijpen als we de achternaam van mijn vrouw zouden kiezen omdat die zoveel makkelijker te spellen is.”

Twijfel over afstamming

Een argument dat vaak klinkt als mensen zich afvragen waarom wij voor de achternaam van mijn vriendin hebben gekozen: de naam van de vader is de enige zekerheid dat een kind van hém is. Wie de moeder is, weet je wel zeker, de vader herken je aan de achternaam. Heeft die arme man nog íéts?

Maar dat is nou typisch zo’n drogredenering waardoor het namenrecht zo langzaam verandert, zegt hoogleraar Wendy Schrama. „Als je twijfelt over de afstamming kun je ook een dna-test doen, toch? Daar heb je al een tijdje geen namenrecht meer voor nodig, hoor.”

Dit soort argumentatie tekent volgens haar het conservatieve denken dat ervoor zorgt dat er nu pas een beetje schot zit in de emancipatie van naamgeving. En zo snel gaat de verandering nou ook weer niet: zelfs in de nieuwe situatie blijft vaders achternaam nog altijd de standaard voor gehuwde stellen, en bij ongehuwde stellen kiezen de meeste ouders na erkenning ook voor de naam van de vader.

Nog lang niet alle procedures bij de burgerlijke stand zijn ingericht op zoveel vooruitstrevendheid, vertelt Nicholas Semertzidis: „Ik had mijn vader meegenomen naar de aangifte, ik zag daar echt naar uit als een bijzonder moment. Maar de ambtenaar vertelde doodleuk: ja sorry, maar de achternaam van de moeder hadden jullie eerder moeten aanvragen, nu kan het alleen maar Semertzidis worden.”

Want wat kies je dan? Hoe kies je? Wat als vader en moeder het er niet over eens kunt worden?

In plaats van dat hij met zijn vader een speciaal moment kon delen, moest hij zijn pas bevallen vrouw in de auto hijsen om het met haar erbij alsnog te regelen. „Ik ben daar wel echt een beetje ontdaan van geweest.”

Ook Gerard Buitelaar had de achternaam van de moeder niet van tevoren aangevraagd, waardoor ook zijn net bevallen vrouw gehaast naar het gemeentehuis moest.

En als de vrij eenvoudige keuze voor de achternaam van de moeder al gedoe oplevert – hoe gaat dat dan straks bij dubbele achternamen? Welke naam komt dan als eerst? De juridische standaard wordt waarschijnlijk die van de vader. Maar waarom niet die van de moeder? En aangezien vierdubbele achternamen dan weer níét mogen, moet baby Jansen de Boer als die zelf kinderen krijgt straks kiezen voor óf Jansen óf De Boer om door te geven, of geen van beide?

Voor de groep mensen die al een dubbele of meervoudige achternaam heeft, zoals Van Bergen Henegouwen of Korthals Altes, wordt het al helemaal een complexe puzzel. Deze namen worden als een enkelvoudige geslachtsnaam gezien. Mochten zij dat willen, kunnen ook zij hun kind dus een dubbele geslachtsnaam meegeven, zoals Van Bergen Henegouwen Korthals Altes – of andersom. Ga er maar aan staan om dat te spellen aan de telefoon.

Want wat kies je dan? Hoe kies je? Wat als vader en moeder het er niet over eens kunt worden? En wat als je er later toch net anders over gaat denken?

Al die keuzes zijn misschien fijn om te hebben – maar soms lastig om te maken. Ik sta nog steeds vierkant achter onze beslissing, maar besef toch dieper dan voorheen: een naam is veel meer dan wat letters op een papiertje. Of, zoals mijn vader laatst zei: „Namen zijn gekke dingen waarbij je kan rationaliseren wat je wilt, maar gevoelens toch tegen wil en dank ineens opborrelen.”