Reportage

Uitvaartverzorger of hondenuitlater: deze mensen verlieten de horeca tijdens de coronacrisis

Personeelstekort Corona dreef veel medewerkers uit de horeca en evenementensector naar ander werk. Daar vonden ze meer zekerheid en vrije tijd. „Nu zie ik in dat ik veel te hard werkte voor veel te weinig geld.”

Anne van der Kuur was barkeeper. „Honden zijn veel leuker om mee te werken dan mensen.”
Anne van der Kuur was barkeeper. „Honden zijn veel leuker om mee te werken dan mensen.” Foto David van Dam

‘Pas op voor de brandnetels”, waarschuwt Anne van der Kuur (36), terwijl hij er zelf kordaat doorheen stapt in zijn korte cargobroek. Elf honden dartelen om hem heen op het smalle olifantenpaadje, waar het onkruid boven Van der Kuur – bijna twee meter lang – uittorent.

Iedere dag wandelt hij hier door de duinen van IJmuiden, met zijn vissershoedje op, sinds hij vorig jaar zijn hondenuitlaatservice Your Favorite Dog Walker begon. Anderhalf jaar geleden stond hij nog iedere nacht achter de bar in een hiphopcafé in Amsterdam, of op het festivalterrein van Thuishaven, als manager. Maar door de coronacrisis verloor hij beide banen. „Daar ben ik nu superblij mee. Honden zijn veel leuker om mee te werken dan mensen.”

Van der Kuur is niet de enige uit de horeca of evenementensector met andere werk. Hoeveel personeel er niet meer in die branches terugkeert, is nog niet in kaart gebracht.

Volgens een woordvoerder van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is er „vanuit het hele land een toenemende vraag naar nieuwe medewerkers”, al ligt het aantal vacatures nog onder het niveau van vóór de coronacrisis. De branchevereniging is een campagne begonnen om werken in de horeca te stimuleren.

Riemer Rijpkema, directeur van brancheorganisatie Eventplatform, beaamt dat de evenementensector veel werknemers kwijt is. Hij schrijft dat toe aan de aanhoudende onzekerheid – zeker nadat eerdere versoepelingen van coronamaatregelen werden teruggedraaid. In andere branches vonden die werknemers wel zekerheid. Volgens Rijpkema zal duidelijkheid van het kabinet de werving van personeel „een boost” geven.

Hoe groot zijn de personeelstekorten in de horeca? Lees ook dit vragenstuk

Pure emotie

Ook Jordy Kribben (34) vond nieuw werk. Hij was dj, werkte in een kroeg in Callantsoog en in een strandtent in Den Helder. Nu zit hij in de uitvaartzorg. „Dat is wel even wat anders”, zegt hij telefonisch. „Je krijgt echt met pure emotie te maken. Op feestjes gaat het meer om zien en gezien worden.” Bovendien biedt het werk meer „vastigheid” dan de horeca.

Kribben doet nu de verzorging en het vervoer van overledenen. Wassen en kleden, binnenmondse hechtingen plaatsen (zodat de mond niet openvalt), katheters of pacemakers verwijderen. „Het is het laatste wat je voor iemand doet. Dat maakt het mooi werk.”

Een vriend van hem deed dit al langer. Ga het ook doen, zei die jaren terug al tegen Kribben, het is zulk leuk werk. „Maar dat leek me echt helemaal niets. En ik had meer dan genoeg werk. Elk weekend stond ik wel ergens te draaien, andere dagen stond ik achter de bar. Toen dat wegviel, heb ik dit een kans gegeven. Nu blijf ik het doen.”

De overgang was soepel, zegt Kribben. „Natuurlijk, er wordt niet met confetti en drank gegooid. Maar er zitten wel hoogtepuntjes tussen. Als een nabestaande naar een overledene kijkt die we verzorgd hebben, en zegt: ‘ja, dat is vader’. Negen van de tien keer hangt er een losse sfeer, gaat het met humor, met een lach.”

Hoewel hij, zodra het weer kan, wel weer wil draaien op feestjes, heeft hij het barmannenbestaan voorgoed gedag gezegd. „Nu zie ik in dat ik eigenlijk veel te hard werkte, voor veel te weinig geld. Zowel in de keuken als achter de bar.”

Ik had al drie jaar geen vakantie gehad. Nu ging ik tweeënhalve week op vakantie

Willem Verheij

Dat besef had Willem Verheij (43), freelancer op evenementen, al eerder. Hij maakte zich al langere tijd druk over de „slechte arbeidspositie” van mensen in de horeca en evenementenbranche. In 2008 begon hij als stagemanager bij poppodium Paard in Den Haag. Later deed hij ook de technische productie van onder meer het kunstprogramma van het Vlielander festival Into The Great Wide Open.

„In deze sector werk je keihard, altijd als freelancer, terwijl je weinig verdient, geen zekerheid hebt en nauwelijks kunt doorgroeien. Het is jammer dat er in de cultuursector weinig oog is voor wat medewerkers verdienen.”

Willem Verheij, ex-freelancer bij evenementen. „Het is jammer dat er in de cultuursector weinig oog is voor wat medewerkers verdienen.”

Foto David van Dam

Vrije avonden

Door de coronauitbraak zette hij die twijfels gedwongen om in daden: hij begon een eigen houtwerkplaats, Willems Werkplaats. „Héérlijk om vrije avonden te hebben, weekend te hebben, vakantie te hebben”, zegt hij vanachter zijn houten balie. „Ik had al drie jaar geen vakantie gehad. Nu ging ik tweeënhalve week op vakantie en dacht ik na vijf dagen: wow, ik ben al zó lang vrij!”

Aan de muur van zijn werkplaats hangt oud, verroest gereedschap: zagen, schroevendraaiers, schaafjes. De vloer is bezaaid met zaagsel, tegen de muur staan houten planken. Houtbewerking was altijd al een hobby van Verheij. „Sinds 1490 zitten er al timmermannen in de familie. Dat verklaart misschien waarom ik me zo fijn voel bij hout.”

Financieel ging hij er flink op vooruit. „De uurprijs van een timmerman is het dubbele van dat van een freelancer in de evenementenbranche.” Ook hondenuitlater Van der Kuur verdient nu beter dan voorheen. „Ik werk de helft minder en verdien anderhalf keer zoveel.”

Uitvaartchauffeur Kribben verdiende als dj per uur wel meer dan nu in de uitvaartzorg, maar gaat ervan uit dat het lang zal duren voordat de betaling in zijn vorige werkkring weer op het oude niveau zit. „Ik kreeg laatst een aanvraag voor de helft van het bedrag waar ik normaal voor draai.” Reden genoeg om in de uitvaartsector te blijven – hij was toch op zoek naar gezonder werk. „In de horeca drink je veel en slaap je weinig.”

Datzelfde geldt voor Van der Kuur. Sinds hij de horeca verliet, is hij gestopt met roken, minder gaan drinken en meer gaan slapen. En hij maakt elke ochtend een wandeling met de honden. Inmiddels neemt hij weer nieuwe honden aan, omdat er een middagwandeling bijkomt. „Ik ben iedere dag in de buitenlucht. Normaal ging ik om zes of zeven uur ’s ochtends naar bed, nu sta ik dan op. Heerlijk om mijn dag zo te beginnen: ik ga nooit chagrijnig naar m’n werk.”

Lees ook de column van Marike Stellinga: Mysterie, waar zijn de werkers gebleven?

‘Gooi de kaartprijs van festivals omhoog’

Zowel Van der Kuur als Verheij verwacht een personeelstekort in de evenementenbranche, door mensen zoals zij die niet, of in mindere mate, terugkeren. Verheij: „Als ze die mensen terug willen, moet dat aantrekkelijker worden. Gooi de kaartprijs van festivals omhoog en geef de meerprijs aan personeel. Of boek wat minder bandjes.”

Wie wél hoopt terug te keren naar zijn baan in de evenementenwereld, is Louis Baerts (54). Hij trad tijdens evenementen op als goochelaar, of ‘magisch entertainer’. Tijdens de coronacrisis begon hij als manager in een pepernotenwinkel. Omdat dat werk seizoensgebonden is, en de winkel alleen open van augustus tot begin december, maakte hij daarna de overstap naar een pindakaaswinkel.

In de winkels bleef hij zijn trucs uitvoeren, door pepernoten van smaak te laten veranderen of een kikker onder een potje pindakaas vandaan te toveren. „Ik geef klanten geen zakjes pepernoten of potten pindakaas, maar een belevenis”, zegt hij aan de telefoon. Hij geniet van het werk en heeft van de coronaperiode geleerd dat „alles altijd goedkomt”, maar „diep in mijn hart wil ik weer het podium op”.

Dat betekent niet dat hij de pindakaaswinkel uitrent zodra de evenementen weer doorgaan: „Door hier geld te verdienen, kan ik selectiever zijn in de klussen die ik aanneem. Het worden echt de krenten uit de pap – ik ga alleen nog shows doen die ik écht leuk vind.”

Anders is het voor Van der Kuur. Als de grijze wolken boven de zee plaatsmaken voor een blauwe lucht, staat hij stil. Hij kijkt naar de wild spelende honden – waarmee hij graag stukken meeholt – en keert zijn gezicht naar de doorbrekende zon. „Als ik dit zie, hoef ik nooit meer terug naar de nacht.”