Een stel trapt een waterfiets voort onder de rook van bosbranden nabij de stad Jakoetsk in Siberië

Foto door Dimitar Dilkoff /AFP

Interview

Klimaatwetenschapper Arthur Petersen is vol lof over het IPCC-rapport: ‘Ze zijn minder bang’

Arthur Petersen |Klimaatwetenschapper

Wetenschappers durven het nu duidelijk te stellen: de mens is de veroorzaker van de recente opwarming van de aarde en moet in actie komen. „Ze zijn minder bang.”

„Wat een schoonheid! Ik kan er tranen van in mijn ogen krijgen.” Klimaatwetenschapper en filosoof Arthur Petersen is vol lof over het nieuwste rapport van het IPCC, dat deze maandag verscheen. En dat is opmerkelijk, want toen in 2013 de vorige cyclus van rapporten verscheen, concludeerde hij nog dat het nu wel mooi geweest was. Waarom zou je steeds weer een immense machinerie optuigen van honderden wetenschappers die op vrijwillige basis jarenlang aan zo’n rapport werken? Waarom weer zo’n „stand-alone telefoonboek publiceren”, zoals hij het noemde, „dat toch door vrijwel niemand wordt gelezen”.

Al in 2007 was Petersen nauw betrokken bij de IPCC-rapporten. Hij werkte destijds bij het Planbureau voor de Leefomgeving, eerst als hoofd van de methodologiegroep en sinds 2011 als hoofd-wetenschapper. Als het IPCC de definitieve tekst van een rapport moest bepalen, zat Petersen erbij. In eindeloze sessies legde hij namens Nederland ieder woord uit de samenvatting op een weegschaal. Hij onderhandelde over iedere zin die volgens hem niet deugde, of die juist wel belangrijk was maar door anderen uit het rapport gesloopt dreigde te worden.

„Mijn interesse stamt al uit begin jaren negentig”, vertelt Petersen in een video-interview vanuit Den Haag. „Ik was natuurkundestudent toen mijn hoogleraar wetenschap en maatschappij een IPCC-rapport aan ons liet zien en zei: ‘Jongens, dit is het. Dit is waar jullie aan moeten gaan werken’. Dat heeft indruk gemaakt.”

Zijn studie filosofie sloot hij af met een scriptie die ging over kritiek op het IPCC. Petersen vond dat het onzin was om te streven naar consensus in die rapporten. „Dat is politiek”, meende hij. „Dat heeft niets met wetenschap te maken.” Als natuurkundige verdiepte hij zich intussen in het begrip onzekerheid. En uiteindelijk concludeerde hij dat je best consensus kunt formuleren over onzekerheid. „En dat is iets waar het IPCC heel erg goed in is geworden”, zegt Petersen bewonderend.

Gek genoeg is er volgens Petersen inhoudelijk niet eens zo veel veranderd sinds het vorige rapport. „We hadden ook een paar updates kunnen uitvoeren van dat rapport, dan waren we er ook geweest. Dat zouden er niet eens zo heel veel zijn geweest. Wat extra zinnen over attributie en een paar opmerkingen over weerextremen. Veel weten we eigenlijk al lang.”

Vanwaar dan toch uw enthousiasme over dit rapport?

„Dat heeft veel met de voorzitter te maken, Valérie Masson-Delmotte, een Franse paleoklimatoloog. Een groot verschil met de vorige voorzitter, een Zwitser. Die zat daar destijds echt als een hoogleraar, die delegaties vaak de les las als hij het niet eens was met de kritiek. Masson-Delmotte heeft charisma, ze heeft managementkwaliteit, ze werkte heel goed samen met de Chinese co-voorzitter. Alles was tot in de puntjes geregeld.

„Maar een van de belangrijkste veranderingen in dit rapport is dat ‘onzekerheid’ er een legitieme plek in heeft gekregen. Klimaatwetenschappers publiceren bijvoorbeeld onderzoeken over wat er kan gebeuren in de Amazone of met de ijsmassa’s op Groenland of Antarctica. De media schrijven erover. Als je dat niet opneemt in een IPCC-rapport omdat er onzekerheid over bestaat, vind ik dat onverantwoord. Het gaat over gebeurtenissen met een heel kleine kans, maar wel met een enorme impact. Die moet je benoemen.”

De opwarming wordt door menselijke factoren veroorzaakt

Verschillende scenario’s na eventueel menselijk ingrijpen

Waarom gebeurde dat in het verleden niet?

„Veel wetenschappers die zich bezighielden met klimaatmodellen, vonden dat onderwerpen die niet goed in die modellen zichtbaar waren niet in de rapporten mochten. Ik herinner me dat ik in 2007 een discussie had over de bovengrens van de zeespiegelstijging. Stel dat het allemaal de verkeerde kant op zou gaan met het afsmelten van de ijsmassa’s op Groenland en Antarctica, wat zou dat dan betekenen voor de stijging van de zeespiegel? Ik heb er over onderhandeld met de auteur van dat hoofdstuk, die nota bene zelf een artikel had gepubliceerd over dit onderwerp. Maar hij durfde het niet in het rapport te zetten. Ook in 2013 kwam het er niet door. En nu staat het er gewoon in. Omkleed met alle onzekerheden die daarbij horen.

„Dat is belangrijk. Want om verstandig met risico’s van klimaatverandering om te gaan moet ook beschreven worden hoeveel de zeespiegel maximaal zou kunnen stijgen, ook al zijn er geen modellen die de versnelde afsmelting van ijskappen betrouwbaar representeren en ook al kunnen we er geen kansuitspraken aan verbinden.”

Zijn klimaatwetenschappers assertiever geworden?

„Niet per se. Ik zie wel meer zelfvertrouwen bij klimaatwetenschappers. Ze zijn minder bang om gewoon te zeggen waar het op staat. En wat zeker is veranderd, is dat er beter naar hen wordt geluisterd. Ze komen in een warmer bad. Zowel in de samenleving als geheel, als in de politiek.”

En het IPCC zelf, is dat ook veranderd?

„Het ontwerp van dit rapport is radicaal anders dan dat van alle voorgaande. Belangrijk is dat er nu al wordt toegewerkt naar de grote samenvatting van het syntheserapport, dat in september volgend jaar verschijnt. Die samenvatting, speciaal bedoeld voor beleidsmakers, zal een belangrijke rol spelen bij de klimaattop in 2023, de belangrijkste van de komende jaren omdat landen daarin hun beleid echt zullen moeten aanscherpen.

„Bovendien wordt er nu nauwer samengewerkt tussen werkgroep I, die dit rapport over de natuurwetenschappelijke basis van de klimaatverandering heeft geschreven, en de twee andere werkgroepen die komend voorjaar publiceren over de gevolgen en mogelijke scenario’s om klimaatverandering te voorkomen.

„In het verleden was er nog weleens irritatie tussen de werkgroepen. Dat heeft ook te maken met het verschil tussen natuurkundigen en ecologen. Die laatsten maken zich zorgen over het voortbestaan van ecosystemen, de natuurwetenschappers van werkgroep I maken zich vooral zorgen over de vraag of de natuurkunde wel serieus wordt genomen. In werkgroep II vonden ze altijd dat geen enkel risico onderbelicht mocht worden. Alles werd benoemd, ook al was er maar een kleine kans dat iets gebeurde. In werkgroep I bestond de vrees voor overdrijving van risico’s. Dat is heel lang de traditie geweest.”

Lees ook: Verandering van klimaat is overal anders

En dat is nu verdwenen?

„Ja, er zitten veel minder onzekerheidskwalificaties in de koppen boven de hoofdstukken. Iedereen verwachtte, ikzelf ook, dat in het rapport zou staan dat het ‘virtually certain’ is, dus 99 procent zeker, dat de mens de belangrijkste oorzaak van de klimaatverandering is. Omdat er de vorige keer stond dat het 95 procent zeker was en de keer daarvoor 90 procent. Als ze dat hadden opgeschreven, zou dat overal het nieuws zijn geweest. Maar het staat er niet in. In plaats daarvan is er een grafiek met als kop dat de mens alle recente opwarming heeft veroorzaakt. En ja, natuurlijk zijn er onzekerheidsmarges, die keurig in de grafiek zijn opgenomen. Maar zo wordt de boodschap een andere. Echt briljant.”