Interview

‘Bomen hebben geen hersenen, maar wel hoogontwikkelde ondergrondse communicatienetwerken’

Wood Wide Web Voor de Canadese onderzoeker Suzanne Simard is een bos niet een verzameling bomen, maar een door schimmeldraden verbonden samenleving. „Het heeft veel weg van onze hersenen.”

Suzanne Simard probeert mensen te laten inzien dat het bos veel meer is dan een verzameling losse bomen.
Suzanne Simard probeert mensen te laten inzien dat het bos veel meer is dan een verzameling losse bomen. Foto Brendan George Ko

Als ze haar ooms, oudooms en opa’s weer eens ziet, wordt Suzanne Simard zich er ineens van bewust dat ze nog al haar vingers heeft – en haar beide oren. Haar familie zat in de bosbouw in de uitgestrekte wouden van het Canadese British Columbia, waar ze met paarden de bergen in gingen om een paar bomen per week te kappen. „Mijn grootvader werd geraakt door een tak van een vallende boom die zijn oor eraf haalde. En met al die kettingen en zagen verloor iedereen weleens een vinger, of een stukje ervan.”

Lees ook het bijbehorende stuk: Wat de hype rondom schimmels zegt over onze relatie met de natuur

Het bos zit Suzanne Simard in het bloed. Ze heeft de kleinschalige, handmatige bosbouw zien veranderen in een nietsontziende gemechaniseerde industrie die niet alleen bomen kapt, maar het bos vernietigt. Als wetenschapper – ze is professor forest ecology aan de Universiteit van British Columbia – probeert ze de industrie, de wetenschap en het publiek te laten inzien dat een bos veel meer is dan een verzameling losse bomen. „Een bos is een samenleving van bomen die allemaal met elkaar verbonden zijn, die met elkaar communiceren en elkaar helpen.” Het wetenschappelijke tijdschrift Nature noemde haar in 1997 de uitvinder van het Wood Wide Web.

Op haar 60ste heeft Simard voor het eerst een boek voor een breed publiek geschreven. In Finding the Mother Tree: Uncovering the Wisdom and Intelligence of the Forest (deze zomer bij uitgeverij Prometheus in vertaling verschenen als Op zoek naar de moederboom: Ontdek de wijsheid van bossen) vervlecht ze vaardig haar eigen levensverhaal met haar vaak controversiële wetenschappelijke ontdekkingen. Als we elkaar online spreken, is ze thuis in Vancouver. Buiten, zegt ze, is de geur van de bosbranden aan de Amerikaanse westkust te ruiken.

Hoe kwam u tot de ontdekking dat bomen met elkaar verbonden zijn?

„Dat heb ik als meisje voor het eerst gezien, toen onze hond Jiggs in het gat onder het toilethuisje viel. Dat gat was diep, ze moesten het met bijlen en pikhouwelen groter maken om hem eruit te kunnen halen. In die dwarsdoorsnede van de aarde zag ik toen allemaal draden en netwerken van verschillende kleuren lopen. Er ging een wereld voor me open. Met dank aan arme Jiggs.” Die heeft het overigens wel overleefd.

Simard ging voor een commerciële logger werken, maar kreeg algauw weerzin tegen de destructieve praktijken. „Ze kappen alles op een bepaald perceel, de zogenaamde clearcut, vergiftigen de bomen die niet lucratief zijn, en planten kleine boompjes terug die in die woestenij niet kunnen groeien. In de ogen van deze bedrijven zijn de andere bomen concurrenten voor hun cash crop.” Dat competitieve denken gaat terug naar Darwin en zijn survival of the fittest, denkt Simard. „In die tijd was het kapitalisme in opkomst – dat had een politieke invloed op de interpretatie van zijn werk. Maar Darwin zelf had echt oog voor dieren en planten die wisten te overleven, juist dankzij samenwerking.”

Hoe communiceren bomen met elkaar?

„Ze krijgen water en voedingsstoffen aangeleverd via de kilometerslange ondergrondse netwerken van schimmeldraden. De schimmels krijgen daarvoor suikers terug die de bomen via fotosynthese maken uit water en zonlicht. Die wijdvertakte ondergrondse draden brengen ook chemische signalen over, bijvoorbeeld als er gevaar van insecten dreigt. In dat netwerk vormen de grote, soms honderden jaren oude bomen, de mother trees, de knooppunten.”

U spreekt over een samenleving van bomen, noemt ze intelligent. Dicht u ze niet te veel menselijke eigenschappen toe?

„Ik heb patronen in de natuur ontdekt die veel weg hebben van de neurale netwerken in onze eigen hersenen. Natuurlijk hebben bomen geen hersenen, maar wel hoogontwikkelde systemen om stoffen en informatie uit te wisselen. Wij zijn zo op ons eigen soort gericht dat we denken dat alleen wíj intelligent kunnen zijn.”

Ze kijkt naar het bos op een holistische manier, zegt ze: het is een ecosysteem waarin alles met alles te maken heeft. „Ik denk dat vrouwen meer zo kijken dan mannen. Toen ik in de industriële bosbouw werkte, was ik bovendien de enige vrouw – en ook heel jong nog. Mijn onderzoek werd makkelijk terzijde geschoven, ook omdat mijn ideeën dwars tegen het businessmodel in gingen. Het werd moeilijk om financiering voor onderzoek te krijgen. Ik trok me de kritiek zo aan, dat ik vijf jaar iets anders ben gaan doen. Maar toen ik aan de universiteit ging werken, kon ik mijn onderzoek naar het leven van bomen weer oppakken.” Intussen is het Wood Wide Web een begrip, maar haar werk roept nog altijd verzet op, ook binnen haar eigen universiteit.

Bent u activist?

„Ik worstel ermee. Ik ben wetenschapper, maar veel wetenschap wordt genegeerd als het de politiek van de dag niet uitkomt. Ik zie dat het bos blijft verdwijnen en dat de overheid er niets aan doet. Dit is een kritiek moment. De bossen die ons water zuiveren en CO2 opslaan, gaan verloren, het klimaat verandert. Ik heb ruim tweehonderd wetenschappelijke artikelen geschreven, maar nu is het nodig om een breed publiek te bereiken. Als ik nu niet opsta, wanneer dan wel? Ik geef om mijn kinderen, ik geef om de aarde. Dus ik sta op. Als we de bomen verliezen, verliezen we onszelf.”