Reportage

‘Er is niemand meer hier die ons helpt’ — verslag vanuit Afghanistan

Kabul Terwijl de Taliban in hoog tempo provinciesteden veroveren, vragen Afghanen in de hoofdstad Kabul zich vertwijfeld af of ze nog even kunnen blijven of nu moeten vluchten. Ze staan uren in de rij om een paspoort aan te vragen. Verslag uit een angstige stad.

Afghanen staan in een rij van drie huizenblokken lang om een paspoort aan te vragen, 8 augustus. Wekelijks verlaten 30.000 Afghanen het land.
Afghanen staan in een rij van drie huizenblokken lang om een paspoort aan te vragen, 8 augustus. Wekelijks verlaten 30.000 Afghanen het land. Foto Kiana Hayeri

De typiste op het paspoortbureau van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Kabul werkt zich een slag in de rondte. Nazila Sadat (27) schat dat er dagelijks tussen de duizend en tweeduizend Afghanen een paspoort komen aanvragen, tegenover 600 enkele weken geleden. Voor alle loketten staan mannen en vrouwen met papieren in hun handen te hopen op nieuw perspectief: een toekomst buiten Afghanistan, tijdelijk of permanent.

Wat Sadat betreft komt er zo snel mogelijk een einde aan haar situatie. „Nog één maandsalaris en dan heb ik zélf genoeg geld om een paspoort aan te vragen voor mijn man, mijn kind en mij.” Haar tweede kind, dat in haar buik zit, wordt wat Sadat betreft geboren „in welk land ons ook maar wil accepteren”. Ze voegt toe: „als ik had voorzien wat er nu gebeurt, was ik voor de geboorte van de eerste al gevlucht.”

Sadat anticipeert op een onwaarschijnlijk, maar niet uit te sluiten scenario: de inname van de zwaarbeveiligde hoofdstad door de Taliban. De opmars van de extremisten is de laatste maanden zo onverwacht snel gegaan, dat ook veel inwoners van de miljoenenstad Kabul bang zijn geworden. Sadat: „Mijn thuisprovincie Kapisa is grotendeels in handen van de Taliban en dat is maar anderhalf uur rijden hier vandaan. Als ze dat kunnen, begin ik te vrezen dat ze ook Kabul kunnen innemen.”

Het leven in de stad gaat op het eerste gezicht gewoon door: de bakker bakt nog altijd zijn geweldige Afghaanse brood, wie ‘s ochtends ergens moet zijn belandt onvermijdelijk in de file, het trouwseizoen is in volle gang. Maar de veroveringstocht van de Taliban in de provincies gaat zeker niet aan de stad voorbij. Veel inwoners moeten gevluchte familieleden opvangen. Zelf komen ze niet meer buiten de stad, of alleen als het niet anders kan.

Daarnaast worden ze via familie en de media voortdurend gevoed met berichten over de gruweldaden van de Taliban in de provincies: openbare executies, martelingen, gedwongen huwelijken van meisjes en jonge vrouwen met Talibanstrijders. Uit alle hoeken van het land komen nu dergelijke meldingen, steeds vergezeld van deze conclusie: ze zijn niets veranderd. Ondanks hun mooie woorden over modernisering zijn deze Taliban even bruut als het Talibanregime van twintig jaar geleden.

Het zorgt ook in de hoofdstad voor een haast verlammende angst, precies wat terreur beoogt. In Kabul is het nu wachten op wat komen gaat en steeds opnieuw alle mogelijke scenario’s nalopen. Nog even aanzien of vluchten? En waarheen dan? Van welk geld, en voor hoe lang?

Mocht het tot een inname van Kabul komen, dan worden ambtenaren als Sadat doelwit. „De Taliban willen niet dat vrouwen werken, en vooral niet voor de overheid”, weet ze. De laatste weken zijn er voorbeelden te over geweest van gruweldaden tegen overheidspersoneel in Talibangebieden. Zo is er de 21-jarige vrouw die uit haar auto getrokken werd en geëxecuteerd omdat ze voor het ministerie van Vrouwenzaken werkte. Of de twaalfjarige jongen in het noordelijke Faryab die met zweepslagen werd toegetakeld, volgens lokale veiligheidsbronnen omdat zijn vader militair is.

Vergeldingsactie

Het grootste schrikbeeld voor Afghanen die voor de overheid werken of dat gedaan hebben is de moordpartij in de zuidelijke stad Spin Boldak, aan de Pakistaanse grens, waar de Taliban zeker veertig (oud-)ambtenaren uit hun huizen hebben meegenomen en geëxecuteerd. In Kabul lieten de Taliban vorige week een aanslag uitvoeren op het huis van de minister van Defensie, met acht doden tot gevolg. Volgens de extremisten was dit een vergeldingsactie voor recente tegenaanvallen door de krijgsmacht, en zullen er meer aanslagen volgen.

Lees ook: ‘Waar de Taliban regeren worden rechten beknot’

Voor inwoners van het vrijdag veroverde Zaranj, de eerste provinciehoofdstad die in handen van de Taliban is gevallen, is er geen kans meer om naar het buitenland te vluchten. „Er is niemand meer hier die ons helpt”, zegt Hasina Azizi, een 30-jarige hulpverleenster aan de telefoon vanuit Zaranj, aan de grens met Iran. „In plaats van ons te verdedigen, zijn de militairen en de politie er zelf vandoor gegaan. Ze zijn de grens over gevlucht, terwijl gewone Afghanen dat niet mogen. De gouverneur bleef alleen over en kon niet anders dan de stad aan de Taliban overdragen.”

Azizi voelt zich in de steek gelaten, door de overheid in Kabul en door de internationale legermacht, die de afgelopen maanden bijna geheel vertrokken is en zo de opmars van de Taliban mogelijk heeft gemaakt. „Zodra zij vertrokken kwamen de Taliban terug. En nu kunnen we ons huis niet uit. Slapen of eten lukt niet, omdat we de hele tijd geweerschoten en bommen horen.” De luchtmacht voert inmiddels bombardementen uit, wat riskant is in stedelijk gebied, door de grote kans op burgerslachtoffers.

De opmars van de Taliban gaat zo snel, en gaat met zoveel terreur gepaard, dat geen Afghaan meer optimistisch is. Zaterdag viel Sheberghan, aan de noordelijke grens met Oezbekistan. Dat is een relatief kleine provinciehoofdstad, maar symbolisch van groot belang omdat het de thuisbasis is van maarschalk Dostum, tevens een krijgsheer met grote hoeveelheden bloed aan zijn handen. Zondag pakten de Taliban bijna de gehele stad Kunduz – wegens de omvang en de ligging een grote overwinning – en de kleinere provinciehoofdsteden Sar-i-Pul en Taloqan.

Moedig protest

Strijdbaar zijn veel Afghanen nog wel. „God is groot!”, riepen inwoners van Herat, Kabul en andere steden vorige week nog vanaf de straat, hun daken en hun balkons, om te laten zien dat ze het Afghaanse leger steunen en verenigd zijn tegen de extremisten. Het was een moedig protest, dat door de Taliban meteen werd beantwoord met dreigementen aan het adres van de deelnemers.

Op sommige plaatsen is er enig succes te melden, al is dat zeer bescheiden. Zo hebben militairen het centrum van Lashkar Gah, de hoofdstad van het zuidelijke Helmand, iets sterker in handen gekregen. Eerder leek het erop dat de hele stad verloren was, maar het leger heeft weer greep op het terrein tussen de overheidsgebouwen en het vliegveld. En ook Kandahar en Herat, twee grote steden, zijn ondanks hevige gevechten nog niet gevallen.

Maar de prijs is hoog. De steden blijven alleen behouden door luchtaanvallen van de Afghaanse luchtmacht en Amerikaanse militairen, die tot de aangekondigde, definitieve terugtrekking op 11 september nog in actie kunnen komen. Het kan niet anders dan dat de luchtaanvallen gepaard gaan met burgerslachtoffers.

Een gedegen strategie van de regering in Kabul om de extremisten te stuiten ontbreekt. President Ghani is vooral stil. Vicepresident Amrullah Saleh twitterde dat Afghanistan „zal herrijzen als een feniks”, wat een zekere acceptatie van de huidige grimmige situatie suggereert.

De Taliban doen op het slagveld dingen die niet stroken met de beloftes van hun leiders, die in Qatar zijn voor een vredesproces met de Afghaanse regering. Zo hadden de leiders verklaard dat ze geen provinciehoofdsteden zouden innemen. Ook hadden zij toegezegd dat de duizenden Talibanstrijders die eerder werden vrijgelaten uit de gevangenis – een tegemoetkoming van de regering – niet meer deelnemen aan de strijd. Maar sommigen van hen worden nu toch weer vechtend gesignaleerd.

Het wekt de indruk dat de Taliban-onderhandelaars in Qatar geen echte controle hebben over hun commandanten in het veld, die vaak ook verwikkeld zijn in allerlei lokale vetes. Van het vredesproces in Qatar wordt op dit moment dan ook niets verwacht.

Van overal komen berichten over gruweldaden van de Taliban

Toegang tot Europa

Het gevoel van verlatenheid onder Afghanen wordt verder versterkt door de oproepen van onder andere de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Nederland aan hun burgers om het land zo snel mogelijk te verlaten op de nog beschikbare internationale vluchten. De meeste Afghanen hebben die mogelijkheid niet. Een paspoort kost 5.500 Afghani (zo’n 60 euro), al snel meerdere maandsalarissen. De grootste horde volgt daarna: een visum zien te krijgen, terwijl de meeste buurlanden vinden dat ze al veel te veel Afghanen moeten opvangen. Toegang tot Europa is nog veel moeilijker.

Lees ook: Wie de Taliban gelooft op hun woord is naïef

De Verenigde Naties verwachten dat het aantal migranten uit Afghanistan, regulier of illegaal, dit jaar zal verdubbelen. In een alarmerende toespraak voor een ingelaste bijeenkomst van de Veiligheidsraad riep VN-vertegenwoordiger Deborah Lyons op tot internationaal ingrijpen om „te voorkomen dat Afghanistan afglijdt in een catastrofale situatie die wat ernst betreft deze eeuw weinig of geen gelijken kent”. Ze trok een parallel met Syrië en Sarajevo.

En zo is elke Afghaan die de mogelijkheden heeft bezig met plannen maken. Sayed Wali Nasar (30) is journalist en loopt daardoor groot risico. „Als de situatie in Kabul verergert, wil ik zo snel mogelijk weg kunnen”, zegt hij in de rij bij het paspoortbureau. De Taliban voeren een gerichte campagne tegen journalisten die zich niet houden aan wat zij ‘islamitische waarden’ noemen. Tijdens het afgelopen vrijdaggebed vermoordden ze het hoofd van de communicatieafdeling van de regering. Ook sluiten ze lokale media, mogelijk om te voorkomen dat hun misdaden tegen de burgerbevolking gepubliceerd worden.

Nasar vreest voor „een langdurige burgeroorlog” waarbij ook Kabul kan vallen. „Niet omdat de Taliban zo sterk zijn, maar omdat onze regering corrupt is en geen visie heeft.” Hij probeert een visum te krijgen voor India, al kent hij daar niemand, en als dat niet lukt hoopt hij op Oezbekistan. „Al mijn collega’s doen hetzelfde”, zegt hij. „Het is tijdelijk. Als de situatie beter wordt, kom ik weer terug.”