Opinie

Troep opruimen voor hordes jonge mannen

Jannetje Koelewijn

Op een zaterdag laatst liep ik over het Rokin in Amsterdam en daar zag ik hoe een jongen van een jaar of twintig de papieren wikkel van zijn Big Mac haalde en op de wind liet wegwaaien, toevallig in mijn richting. Vlak voor mijn voeten dwarrelde het naar de grond. Het was zo’n doorzichtig stukje papier, niet heel vies of vervuilend, een onaanzienlijk plukje afval eigenlijk te midden van al het plastic en blik dat daar weer ligt nu de toeristen terug zijn, maar toch. Waarom moest dit? Waarom dacht die jongen dat dit kon? Of dacht hij niets? En wat was erger?

Jaren geleden ben ik eens in de nacht van Oud en Nieuw met een groepje Amsterdamse straatvegers mee op pad geweest en ik zie nog het plaveisel van de Dam voor me – daar begonnen ze. Er was geen halve vierkante meter waar géén kapotte champagneflessen of lege vuurwerkdozen lagen. Tussen twee en vijf veegden zes mannen met wilgentakkenbezems twintig ton afval bij elkaar. Op het Monument zaten hordes Engelsen, Fransen, Italianen, Polen, Russen, Roemenen, Duitsers en Nederlanders, allemaal jonge mannen, dronken of stoned. „Pissen, kotsen, schijten”, zei de opzichter. „Dat is wat ze doen.” Een Engelsman sprong voor een van de veegkarren, boog voorover en trok zijn broek naar beneden. Wat deed de opzichter? Hij nam niet eens de moeite om zijn schouders op te halen.

De jongen die de wikkel van zijn hamburger liet wegwaaien was een Duitser. Dat weet ik omdat hij „vielen Dank” tegen me zei. Echt hè. Hij zei „vielen Dank” toen ik het stukje papier had opgeraapt en zonder iets te zeggen aan hem teruggaf. Het leek me wel duidelijk en dat was het dus ook. Vielen Dank. Hij lachte naar me. Paar dagen later – zelfde verhaal, alleen was het deze keer een Amerikaan. Hij had op de stoeprand in de Wijde Lombardsteeg een frietje zitten eten en liet bij vertrek zijn lege milkshakebeker staan. Toen ik die hem achterna bracht bedankte hij me en wenste me nog een fijne dag toe. Thanks, you too.

Ik heb overwogen dit experiment ook eens bij avond op de Wallen uit te voeren nu ze er weer bijna allemaal zijn, de jongens die komen blowen en snuiven en drinken, en in de grachten pissen, en naar de sekswerkers kijken natuurlijk, en al doende bergen troep verspreiden. Ik zou weleens willen zien tot welk punt ze nog in staat zijn te veinzen dat hun slordigheid een vergissing was en wanneer hun gevoel van gêne – uiterst licht, vrees ik – omslaat in agressie. Maar eigenlijk weet ik het wel: zodra ze niet meer in hun eentje zijn. Het leek me sowieso beter om me er maar weer snel bij neer te leggen dat Amsterdam niet van de Amsterdammers is, maar van de hele wereld. Je moet wel, je hebt anders geen leven.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt deze week Christaan Weijts, die met vakantie is.