Opinie

Minivakantie

Marcel van Roosmalen

Iedereen was op vakantie. Wij niet. Ik was jaloers. Af en toe vroeg ik me hardop af of we niet toch beter af waren geweest in bijvoorbeeld Toscane. Lekker met de kinderwagen onder een olijfboom, ondergaande zon, een pan pasta, flessen wijn en de kinderen spelend in het gras. Daar ben ik inmiddels van teruggekomen.

Bij wijze van minivakantie gingen we een halve dag met de hele handel naar Amsterdam, dertig kilometer verderop. Met het openbaar vervoer. De rit met de sprinter vanaf station Wormerveer met Lucie van Roosmalen (5), Leah van Roosmalen (4), en Frida van Roosmalen (0) in de kinderwagen, voelde als een Transaviavlucht naar Istanbul.

Voor vertrek had de vriendin mij gesmeekt om het klein te houden. Als ik grote, irreële verwachtingen had, ging het feest niet door. Scheltema, de boekhandel op 1,2 kilometer van het Centraal Station vond ze ‘een veel te groot doel’.

Het doel werd: croissantjes eten bij bakkerij Gebroeders Niemeijer op de Nieuwendijk, want daar hadden ze volgens de bijlage van Het Parool de lekkerste croissantjes van de hele stad. Met die test hadden we ons goed geamuseerd, ook al omdat er eens een keer reëel werd geschreven over de croissants van Mediterrane aan de Haarlemmerdijk, hotspot van veel BN’ers.

De vriendin had de test bewaard. Ze stond erop dat onze kinderen een keer normale croissants aten, ze ergert zich al langere tijd aan de meelballen van de bakkers in Wormer. (Omdat ik inmiddels weet dat ze dit lezen: de bakkers in Wormer bakken prima brood, maar ingewikkelder dan dat moet het niet worden.)

Het doel helder voor ogen stapten we uit. Zij achter de kinderwagen met een huilende baby, ik met peuter op de rug en een onwillige kleuter aan een arm die om de drie meter dreigde om op straat te gaan liggen van uitputting, haar benen deden het niet meer. Geen idee hoelang we over die paar honderd meter gedaan hebben. Ik had onze trip verkocht als leuk naar mensen kijken, maar de mensen keken naar ons.

Bij de bakkerij zei een jongen met een hip knotje het maar recht voor z’n raap: de croissantjes waren ‘natuurlijk allang op’. Hij had nog wel zonnebloempittenbroodjes.

De kleuter en de peuter vielen van ellende op de grond.

„Komt dat door Het Parool?”, vroeg ik.

De jongen met de knot knikte.

„Wat is dat toch een kutkrant!”, riep ik woedend, want de groep had behoefte aan een zondebok. Lucie van Roosmalen ging helemaal mee in dat frame, ze bleef het de rest van de minivakantie herhalen.

Uitgeput dronken we uiteindelijk een glas op het terras naast mijn kantoortje aan de Westerdoksdijk, intens gelukkig dat we niet met elkaar in een ver land zaten.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.