Opinie

‘Mijn eigen telefoonnummer weet ik niet’

Spitsuur Hanni Stolker komt uit een orthodox-protestants gezin. Drie van haar broers en zussen besloten dat ze er niet meer bij hoort. Ze stort zich op het maken van kunst. Maar rust vond ze niet toen in Spanje haar buurman op de deur stond te bonzen.

Hanni: „Ik heb twee keer samengewoond en toen vond ik het wel genoeg. Toen ik achttien was, wist ik al dat ik nooit wilde trouwen of kinderen krijgen.”
Hanni: „Ik heb twee keer samengewoond en toen vond ik het wel genoeg. Toen ik achttien was, wist ik al dat ik nooit wilde trouwen of kinderen krijgen.”

Hanni: „Het werk dat je op de muur hierachter ziet, heb ik afgelopen jaar gemaakt, tijdens corona. Het is veel figuratiever en persoonlijker dan mijn vorige werk. Dingen die aan mijn ziel zijn blijven hangen, dat was de inspiratie. Dag en nacht werkte ik door. Nu moet het eruit, dacht ik. In het begin durfde ik het niemand te laten zien. Ik vond het veel te persoonlijk en te beschadigend voor mijn familie.

„Ik zat in Spanje toen de lockdown begon, daar kom ik al ruim twintig jaar als artist in residence in de provincie Alicante. Ik heb er meegelopen in de paasprocessie, zing mee in het koor, heb exposities en muurschilderingen in het dorp gemaakt. Ineens viel alles stil en zat ik binnen. Je mocht de straat niet op, je mocht helemaal niets.

„De buurman, een schrijver, kwam een avond op de deur bonken. Hoe zacht ik de televisie ook zette, hij had er altijd last van. Hij was heel agressief aan het bonzen, daar kreeg ik hartritmestoornissen van. Toen zei hij ‘ik bespeur onwil’. Dat deed me denken aan alle gekke dingen die mijn zus tegen me had gezegd.”

Het aller-, allerbeste

Hanni: „Ik kom uit een orthodox-protestants middenstandsgezin en ben de oudste van acht kinderen. Mijn moeder komt uit een rijke Twentse aannemersfamilie, mijn vader had een chique porseleinwinkel en droeg altijd maatkostuums. Ik heb altijd ontzettende bonje met mijn vader gehad, al kon ik later ook enorm met hem lachen. ‘Gebruik dat kind toch niet altijd als pispaaltje’, zei mijn moeder vroeger. Zij en ik hadden dezelfde soort intelligentie. We keken elkaar aan en dan wisten we met zijn tweeën alles.

„Drie van mijn broers en zussen hebben een jaar of zes geleden besloten dat ik er niet meer bij hoor. Ik ben links en zij zijn de corpsballen. Veel van de tekeningen gaan daarover. Hier zie je hoe ik als ‘onschuldige deerne’ op de brandstapel sta.

„Toen ik als jongere naar de kunstacademie wilde, mocht dat niet. Na de hbs ben ik sociologie gaan studeren in Tilburg. Maar ik heb altijd geïllustreerd voor blaadjes. Ik had heel erg de behoefte om daarmee verder te gaan. Ik had een baan aangeboden gekregen bij de reclassering maar ik kreeg ook een beurs voor de kunstacademie. Ik was zoveel gemotiveerder dan bij sociologie. Toen was ik blij met een voldoende maar met kunst wil je het aller-, allerbeste maken, anders is het niks.”

„Om half tien word ik wakker en dan kijk ik op NOS Teletekst en omroep Gelderland of er nog wat is gebeurd. Ik eet even wat en drink een koffie. Twee keer per week hockey ik ’s ochtends en dan sta ik al om negen uur op het veld. Daarna trek ik een homedress aan en begin ik met werken in mijn atelier. Meestal heb ik tegen die tijd al heel wat mensen aan de telefoon gehad. Ik heb alleen een vaste lijn, geen smartphone. Als ik weg wil, wil ik ook weg kunnen zijn. Ik heb wel een Samsung met beltegoed, daarmee kan ik zelf mensen bellen. Soms bellen ze terug, maar mijn eigen telefoonnummer weet ik niet.

„Ik werk tot half twee en dan doe ik eerst iets heel slechts: ik drink een glaasje wijn of bier. Ik doe boodschappen voor het eten en om tien over vier kijk ik naar de Rosenheim-Cops, een Duitse krimi over een heel vrolijk stel rechercheurs op ZDF. Ik wilde mijn Duits verbeteren, maar in plaats daarvan ben ik nu verslaafd aan een serie, haha.

„’s Middags komen er weleens mensen op bezoek. Ik doe de post of de administratie. Vroeger dacht ik altijd ik ga vrijwilligerswerk doen. Maar ik voel toch heel sterk dat ik mijn energie wil vrijhouden voor mijn werk.

„Twee keer per week ga ik ’s avonds naar een expositie van collega’s. Daar is drank, ook niet onbelangrijk. Of ik ga bridgen in Velp op maandag. Regelmatig ga ik eten met vrienden of met mijn nichtje langs de Rijn, dat betaal ik dan. Het huishouden, daar vind ik niks aan. Het is zo zonde van je tijd. Als ik met de auto moet, dan neem ik een taxi. De was laat ik ook door de wasserette doen. In het weekend ga ik weleens naar het mooiste zwembad van Nederland, Klarenbeek. Ik vind dat net een dagje strand. Daar kan ik ook rustig een dag liggen, dan sneak ik een flesje wijn mee naar binnen in mijn tas. Soms ga ik een dag naar Düsseldorf, Amsterdam of Rotterdam met vrienden om exposities te kijken.”

Grote computers

Hanni: „Ik heb twee keer samengewoond en toen vond ik het wel genoeg. Toen ik achttien was, wist ik al dat ik nooit wilde trouwen of kinderen krijgen. Ik had toen een vriendje en als we bij zijn moeder waren was ik haar aan het helpen en zat hij piano te spelen. Zaten we bij mijn moeder dan zat hij nog steeds lekker piano te spelen en hielp ik thuis. Dat gaat de verkeerde kant op, dacht ik. Ik had een keer voor hem en mijn oom gekookt. Ze deden net alsof ze in een restaurant zaten. Ik heb zitten huilen in de tuin. Als ik met hem trouw, dan moet ik een leven lang in de bediening, dacht ik. Tussen mijn 22ste en 25ste heb ik geprobeerd me te laten steriliseren. Een kind moet drie keer per dag eten. Als ik eraan denk, word ik er al moe van.

„Ik ga naar bed rond half twee. Daarvoor lees ik. Ik heb mezelf een cursus kunstgeschiedenis bedacht sinds de bibliotheek weer open is. Ik neem boeken mee van kunstenaars die ik interessant vind. Ik ben nu bij de D van Kees van Dongen. Ik heb geen computer thuis met internet. Facebook, daar loop ik helemaal op leeg. De administratie doe ik op papier. Als ik moet mailen, dan ga ik naar de bibliotheek. Daar staan hele grote computers en daar helpen ze je nog ook.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl