Reportage

Amelander moet nog wennen aan ‘nieuwe toerist’ met bakfiets of naaldhakken

Toerisme Ameland, vanouds in trek bij sobere Duitsers, trekt sinds de coronacrisis een ander, meer op luxe gesteld type toerist. De gemeente stelde ‘een paar kleine regeltjes’ voor hen op.

Vakantiegangers en dagjesmensen stromen vanaf de veerboot Ameland op.
Vakantiegangers en dagjesmensen stromen vanaf de veerboot Ameland op. Foto Siese Veenstra

Met horten en stoten baant een moeder zich met kind en bakfiets een weg door de drommen mensen die maandagochtend vanaf de veerboot Ameland op lopen. „Dat is nou de nieuwe toerist”, zegt Amelander Richard Kiewiet terwijl hij er met verbazing naar kijkt. „Soms zie je zo’n badkuip op wielen rijden met ook nog een karretje erachter, voor de hond.”

De nieuwe toerist is het gesprek van de dag op Ameland. In de hotel-restaurants noemen ze ’m de TUI-gast die naar een bordje vraagt voor het niet-bestaande buffet. Bij de zeehondenboot gaat het over de all-inclusivegast die belt om te vragen wanneer het busje hen komt ophalen van het hotel. En op de pier fronsen eilanders hun wenkbrauwen als ze vrouwen op tien centimeter hoge hakken de boot af zien stappen. „Hakjes, die draag je ’s avonds bij het diner”, zegt Kiewiet.

De nieuwe toeristen komen vaker met de auto om vervolgens de fietspaden te trotseren op de Chopper Spyder Wheelz, een elektrische snorfiets met dikke banden en een hoog stuur.

Maar bijna geen eilander klaagt hardop over deze toeristen, die vaak voor het eerst het eiland bezoeken. Want Ameland is gastvrij, iedereen is welkom. Bovendien, ook echte waddentoeristen doen eilanders soms de wenkbrauwen fronsen. „Dan zie je wandelaars met zoveel spullen rondlopen alsof ze dagenlang door de Schotse Hooglanden trekken”, zegt Kiewiet, terwijl zijn jeep een wandelaar passeert die bepakt en bezakt door de weilanden loopt. „Deze man heeft duidelijk te veel Rambo gekeken.”

Natuurlijk helpt het dat wij Duitsers met onze Mercedessen het eiland op mogen

De komst van de nieuwe toeristen heeft geleid tot de bewustzijnscampagne ‘Welkom in onze wereld’ van de gemeente Ameland, die zo’n 3.600 bewoners telt en jaarlijks ruim 600.000 bezoekers trekt. Via een site, filmpjes en banners krijgen de toeristen „een paar kleine regeltjes” mee over onder meer vervoer (claxonneer alleen „als dat nodig is”), natuur (de duinen zijn verboden terrein) en honden (kunnen „naar hartenlust ravotten”, maar wel bijna overal aangelijnd).

Bleekneusjes in de stal

Ameland is het eiland van de Duitsers. In hun verlangen mee te draaien in de toerisme-industrie, richtten Amelanders vanaf de jaren zestig de blik naar het oosten. Vooral arbeiderskinderen uit het vervuilde, arme Ruhrgebied kwamen via Duitse kerken ’s zomers voor de frisse lucht naar het Friese eiland. De bleekneusjes, zoals de kinderen werden genoemd, sliepen voor een appel en een ei bij de boer in de stal. „De koeien gingen eruit en de kinderen erin”, vertelt Richard Kiewiet aan zijn keukentafel. Het was het begin van wat voor het toen nog arme eiland een royale inkomstenbron zou worden.

Want als de kinderen volwassen waren, dan bleven ze komen. „En natuurlijk helpt het dat wij Duitsers met onze Mercedessen het eiland op mogen, in tegenstelling tot op sommige andere Waddeneilanden”, lacht Kiewiets vrouw, de Duitse Gunda Brunotte die als kind al op het eiland kwam en er sinds 2001 woont.

Door de coronacrisis blijven de Duitsers, normaal goed voor ruim een derde van alle toeristen op Ameland, weg. Ook deze zomer klinkt er nog maar weinig Duits door de strenge reismaatregelen van de oosterburen. Toch zijn bijna alle bedden gevuld – met nieuwe toeristen.

„Voor de eilanders voelt het anders”, zegt Brunotte. „Voorheen kwamen er duizenden Duitse kinderen naar de groepsaccomodaties, die speelden en aten rondom hun verblijf. Er komen nu minder mensen, maar die zijn wel mobieler. Ze huren een fiets, gaan naar de musea en winkels, eten buiten de deur en willen in korte tijd het hele eiland zien. Daardoor voelt het veel drukker.”

Mountainbiketoerist

Achter de villawijk tussen Buren en Nes zijn er tientallen geitenpaadjes dwars door de duinen. Boven konijnenholen en tientallen meters van het echte fietspad vandaan loopt een wirwar van mountainbikepaden. „Hartstikke illegaal”, zegt Kiewiet, die veertig jaar de natuurbeheerder was van It Fryske Gea, dat eenderde van het natuurgebied op Ameland beheert. „Vogels broeden hier en de natuur raakt verstoord, maar je kunt het de mountainbiketoerist, die hier sinds een paar jaar komt, niet kwalijk nemen.” Want inderdaad, die lijnen door de duinen zien er uitnodigend uit.

„Dit gebied is van Rijkswaterstaat en die houdt geen toezicht op het eiland”, klaagt Kiewiet. „Plaats hier een informatiebordje, trek een afrastering langs de fietspaden of zet een mannetje in een groen pakje neer en het probleem is opgelost. Maar dat gebeurt niet.”

Dat toeristen en natuur wel hand in hand kunnen gaan, is volgens Kiewiet te zien aan de oostzijde van het eiland, bij ’t Oerd, niet geheel toevallig het terrein van It Fryske Gea. „Normaal kwamen hier 140.000 toeristen per jaar, nu het dubbele doordat de mensen meer op pad gaan”, zegt Kiewiet in zijn jeep boven het geblaf van zijn hond Rox uit. Eén fietspad leidt naar de hoogste duin van Ameland, met spectaculair uitzicht over het eiland en de wadden.

Hier mag iedereen wadlopen en de weilanden in, zolang het geen broedseizoen is. De meesten komen op de fiets, sommigen lopend en een enkeling komt vanaf een voor anker liggende boot aangelopen over het wad. „Het is nu de drukste tijd van het jaar, maar de mensen doen geen kwaad hier”, ziet Kiewiet. Hoe dat kan? „Hier mogen geen auto’s komen, dus de mensen die hier komen zijn gemotiveerd. En je biedt ze iets moois. Bovendien is er maar één afgerasterde fietsroute.”

Ook Kiewiet houdt zich aan de regels, want hoe enthousiast ook, hond Rox blijft in de auto omdat zijn riem nog thuisligt. „Had hij maar geen hond moeten worden”, grapt Kiewiet.

De bakfietstoerist biedt een nieuwe aanblik voor de eilandbewoners. Foto Siese Veenstra

Corona heeft nieuwe toeristen de weg doen vinden naar het eiland, maar heeft ook de ogen van veel Amelanders geopend voor de afhankelijkheid van bepaalde toeristengroepen. Bijna alle vijftig kampeerboerderijen op het eiland bleven de afgelopen twee jaar nagenoeg leeg. „Die staat leeg, die ertegenover wordt verbouwd en daar komen luxere appartementen in”, wijst Kiewiet de kampeerboerderijen vanuit zijn jeep aan. „Over tien jaar hebben we nog tien kampeerboerderijen over, denk ik.”

Ook Leo Kiewied (38) en Anita Kiewied-Molenaar (37), geen familie van Richard Kiewiet, gaan verbouwen. In vier gebouwen hebben ze ruim tweehonderd bedden die al decennia bezet worden door voornamelijk Duitse kerkgroepen. „Ik gaf hen de sleutel en verder kenden ze de weg”, zegt Leo Kiewied terwijl hij langs de verblijven loopt. „Maar in dit gebouw zitten nu acht Duitsers, terwijl er 104 bedden staan en daarnaast zit één familie terwijl er plek is voor honderd man.”

Ieder jaar reserveerden dezelfde groepen voor dezelfde data. Kerkorganisaties, schoolreisjes en studentenintroductiekampen volgden elkaar op tussen Pasen en de herfst. In de coronacrisis viel dat allemaal stil. Kiewied gaat zijn groepsaccomodaties nu verbouwen tot elf appartementen met elk tien tot twintig bedden, bedoeld voor familieweekenden.

Zijn bedden worden dus luxer en daardoor ook wat duurder. „Maar vakanties worden overal in Nederland duurder”, zegt Kiewied. Om het betaalbaar te houden, hebben ze bewust niet voor luxe suites gekozen. „Dan krijg je een ander soort gast, de hotelgast, terwijl ik het leuk vind als er een gezinnetje komt.”

Aqua Plaza

Tegenover zijn groepsaccomodatie staat het oude tropische zwembad Aqua Plaza al jaren te verkrotten. Een paar jaar geleden waren er plannen om er een luxe hotel met wellnesscenter van te maken. Ideaal voor de wintermaanden en de rijkere toerist. Maar de Amelanders kwamen in opstand. „Te groot, zo’n wellness”, zegt Kiewied. De kracht van Ameland is juist dat iedereen, met elk budget, er vakantie kan vieren, zegt zijn vrouw Anita. „Misschien moeten we niet zoveel meer willen.”

Daar sluit natuurbeheerder Richard Kiewiet zich bij aan. „We hebben vijftig jaar gewerkt aan ons product: Ameland. Zoals het nu is, wilden we het hebben. En nu moeten we het zo houden”, zegt hij. „Maar uiteindelijk is geld in de hele wereld bepalend.”