Opinie

Te vroeg

Ellen Deckwitz

Zaterdagmiddag zou ik op de thee gaan bij oudoom Karel (109 ofzo) en stond ik een half uur van tevoren al op zijn stoep. Karel haat vroegkomers. Overigens haat hij laatkomers ook, evenals personen die op tijd zijn, eigenlijk haat hij iedereen, maar het meest stoort hij zich aan mensen die voortijdig arriveren. Dat kwam mij goed uit, want zo kon ik op het bankje voor zijn huis nog even een half uur lezen. Ik zette een wekker en pakte er een boek bij.

Voor de tijd om was, deed Karel de deur open.

Nu waren we allebei te vroeg.

„Je bent voorspelbaar”, zei hij.

„Je bedoelt consistent”, zei ik, terwijl ik de wekker afzette.

„Wat bezielt jullie vroegkomers toch.”

Nou ja, ze zeggen weleens dat stipten in feite neuroten zijn, bang om onderweg te worden opgehouden door bijvoorbeeld omgewaaide bomen, emotioneel behoeftige buurtbewoners of de NS. Zelf ga ik altijd veel te vroeg van huis om tijd over te hebben om te kunnen lezen. Er zit rust in het moment tussen reis en aankomst. Ik ben niet zozeer te vroeg omdat ik bang ben om te laat te komen, ik ben te vroeg omdat ik houd van tijd voor mezelf, en me dat thuis zelden toesta.

Karel vergaf me mijn premature aankomst en al snel vloeide de thee rijkelijk. We hadden net een discussie over Aerosmith toen de deurbel ging. Mijn oudste neef (15) stond op de stoep.

„Ik zou toch vandaag langskomen?” vroeg hij. Verward pakte Karel zijn agenda. De fout bleek bij de neef te liggen. Ze hadden een dag later afgesproken.

Gelukkig mocht hij alsnog naar binnen. „Sorry man”, zei hij tegen Karel, die mopperend naar de keuken verdween.

„Beter vervroegd dan vertraagd”, zei de neef.

„Doorgaans is je timing lovenswaardig”, zei ik.

„Dank je”, glunderde hij. „Ik vind het zelfs zo vreselijk om te laat te komen dat wanneer ik weet dat ik bijvoorbeeld tien minuten later zal zijn, ik altijd app dat ik er over een kwartiertje ben, waardoor ik alsnog vijf minuten te vroeg arriveer!”

Hij pulkte even aan de bank.

„Maar weet je”, zei hij met gedempte stem, „het gaat me eigenlijk niet eens om stiptheid, maar vooral omdat een afspraak je de kans geeft om op pad te gaan. En je dus ook een excuus hebt om voortijdig te vertrekken. Het mij gaat niet om aankomen, maar om wegkomen.”

Ik gaf hem een kneepje in zijn hand, en blij staarden we voor ons uit, in een heerlijke zee van tijd en ruimte.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.