Prehistorische rode oker kwam niet toevallig op rots

Archeologie Het waren waarschijnlijk neanderthalers die de tekeningen hebben gemaakt in een grot in het zuiden van Spanje.

Wetenschappers bezig met onderzoek in de Cueve de Ardales.
Wetenschappers bezig met onderzoek in de Cueve de Ardales. Foto Pedro Cantalejo-Duarte

De rode kleurstof waarmee zo’n 45.000 en 66.000 jaar geleden neanderthalers delen van een grot in het huidige Spanje kleurden, is afkomstig van buiten die grot. Ook is het uitgesloten dat de oker daar toevallig op terecht is gekomen. Dit is de conclusie van chemisch onderzoek naar de samenstelling van okerkleuringen op een stalachmiet in de Cueva de Ardales in Zuid-Spanje onder leiding van de archeologen Gerd Weniger (Neanderthal Museum, Duitsland) en José Ramos-Muñoz (Universiteit van Cadiz) dat deze week is gepubliceerd in de PNAS.

Het is een extra aanwijzing dat het inderdaad neanderthalers zijn geweest die indertijd deze versieringen en ook handafdrukken en andere abstracte tekeningen in drie Spaanse grotten hebben aangebracht, waaronder die van Ardales. De publicatie daarover in 2018 baarde veel opzien, omdat rotstekeningen tot dan toe alleen bekend waren van Homo sapiens, de moderne mens, en altijd beschouwd werden als een sterke aanwijzing voor symbolisch denken. Vooral op de datering werd ( 1, 2 en 3) veel kritiek geuit, vooral omdat de onderzoekers misschien toch niet goed genoeg de ‘kalkkorst’ op de tekeningen zouden hebben gesampled. De precieze datering is cruciaal voor toewijzing aan neanderthalers omdat bij latere dateringen, na ca. 40.000 jaar geleden, de tekeningen ook door moderne mensen gemaakt zouden kunnen zijn. Die dateringskritiek is indertijd door de onderzoekers krachtig afgewezen (1, 2 en 3), zonder dat dat overigens de critici overtuigde. Zoals zo vaak in de archeologie zal de datering wel pas algemeen geaccepteerd worden als er nog meer neanderthal-tekeningen van vergelijkbare ouderdom worden gevonden.

Afgegeven op de wand

Het huidige onderzoek, naar de precieze samenstelling van de oker op een van de versierde stalagmieten in de Ardales-grot in Zuid-Spanje, is gedaan in antwoord op ándere kritiek op de toewijzing aan neanderthalers. In kritiek op de datering noemde de archeoloog Maxime Aubert, die bij zeer vroege rotstekeningen in Indonesië overigens dezelfde dateringstechniek gebruikt, ook nog een tweede punt, niet over de handstencils of de abstracte ‘afbeeldingen’, maar over de kleuring van sommige rotsen. Want zelfs al zou die datering dan toch kloppen, dan nog zouden die kunnen zijn ontstaan doordat oker op het lichaam van neanderthalers zou hebben afgegeven op de wand. Maar het huidige onderzoek toont aan dat die oker op sommige plekken alleen kan zijn aangebracht door actief en expres blazen en spugen.