Opinie

Ook empathie kan uitlopen op dwingelandij

Paul Scheffer

Ik had me erop verheugd. Een paar jaar geleden was ik uitgenodigd om iets te vertellen in het kader van Humanity in Action. Deze stichting organiseert elk jaar, met steun van Amnesty International, een programma voor Amerikaanse en Europese studenten. Ze komen een aantal weken in Amsterdam bijeen. Nu doe ik niks liever dan in zo’n gezelschap ideeën uit te wisselen, dus ik deed mijn best.

De ontmoeting viel een beetje tegen, nou zeg maar gerust, het was een merkwaardige middag, waarop ik in aanraking kwam met wat nu ‘woke’ wordt genoemd. Een van de studenten zei: „Ik heb je gegoogeld: je bent een racist.” Waarna hij zijn stoel omdraaide en met zijn rug naar me toe ging zitten. Een andere student kwam er niet uit: „Je zegt redelijke dingen. Ik kan niet tegen al deze tegenstrijdigheden, mijn hoofd klapt uit elkaar.”

Het leverde nog een hele discussie op want er waren gelukkig ook andere stemmen. Terug thuis dacht ik wel: wat hebben deze studenten in hun opleiding te horen gekregen? Waarom reageren ze zo fel op gezichtspunten die afwijken van hun eigen wereldbeeld? Lopen ze vooruit op een nieuw pluralisme of kondigt zich een nieuw conformisme aan? Ik wist niet goed wat ik van deze ‘woke’ of ‘wakkere’ ideeën moest vinden.

Misschien moeten we de radicale stemmen van nu begrijpen als onderdeel van een langere geschiedenis. Ik herinner me heel goed hoe in de jaren zestig en zeventig het debat werd gevoerd. Dat ging er bepaald niet zachtzinnig aan toe. En soms is dat nodig om de boel in beweging te krijgen: de ervaring leert dat in en door het conflict verandering vorm krijgt.

In het hedendaagse activisme herkennen we een oprechte betrokkenheid bij de wereld. Of het nu gaat om de problematiek van vluchtelingen, de kwestie van het klimaat of de rechten van dieren: zo dijt de kring van identificatie langzaam maar zeker uit. Wat ooit buiten ons voorstellingsvermogen lag wordt een gedeelde moraal. Dat is vooruitgang.

Een voorbeeld is de omgang met de slavernijgeschiedenis. Alle heftige polemiek van de voorbije jaren heeft geresulteerd in afgewogen excuses van de gemeente Amsterdam en een tentoonstelling in het Rijksmuseum. Die symbolische gebaren zijn een uitnodiging om met nieuwe ogen te kijken naar een koloniaal verleden dat vertrouwd leek.

Hier zien we een open samenleving als werk in uitvoering. Toch kan empathie ook uitlopen op dwingelandij wanneer men zich niet meer kan voorstellen dat er uiteenlopende manieren zijn om rechtvaardigheid na te streven en te verbeelden. Wie de berichtgeving volgt komt genoeg voorbeelden tegen: in menige kunstinstelling en universiteit maakt stelligheid school.

Neem de brief die de historicus James Kennedy als decaan namens het University College in Utrecht liet uitgaan. Hij schreef naar aanleiding van de dood van George Floyd beschuldigende zinnen: „Ook het verlies van tienduizenden bruine en zwarte levens in de Middellandse Zee vloeit voort uit structureel racisme.” Ik zou denken dat er over dit humanitaire drama meerdere visies mogelijk zijn.

Een kritische universiteit leeft van pluriformiteit. Die moet worden uitgedragen. Niet om radicale vragen te ontwijken, maar juist om de ruimte te waarborgen waarbinnen iedereen vragen kan blijven stellen. Dat is niet zo vanzelfsprekend als je zou hopen in deze tijd waar de loopgraven van het publieke debat verder worden uitgediept.

Ik zag op CNN een gesprek met de Nigeriaans-Amerikaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie. Ze sprak over de leerstelligheid van de ‘wakkeren’: te veel jongeren zijn zo bang dat ze verkeerde opvattingen hebben, dat ze niet zelfstandig durven te denken. Die hokjesgeest leidt tot verruwing: ze spreken wel over vriendelijkheid maar uiten zich tamelijk onvriendelijk, aldus Ngozi Adichie.

We hebben in de jaren zestig ook gezien hoe de roep om tolerantie een nieuwe intolerantie kan voortbrengen. Het is op zulke momenten wezenlijk dat er voldoende mensen zijn die begrijpen dat diversiteit over individuele vrijheid gaat en niet mag ontaarden in groepsdwang. Vooral in Amerika woedt momenteel een ‘cultuuroorlog’. Er is alles aan gelegen om niet in dat spoor te raken.

De drang naar verandering is welkom zolang culturele of universitaire instellingen een vrijplaats zijn waar alles overdacht en uitgeprobeerd kan worden. Hoor en wederhoor is de kern van een open samenleving. Dat kun je een onveilige omgeving noemen. Wie daar moeite mee heeft, zoals de studenten die ik tegenkwam bij Humanity in Action, is slecht op het leven voorbereid.

Paul Scheffer schreef onder meer De vorm van vrijheid. Dit is zijn laatste column.