Opinie

Huursubsidie voor de rijkaards

Sheila Kamerman

In de wijk waar ik woon, bestaan twee extremen. De ene helft van de middelbare scholieren gaat elke middag naar huiswerkbegeleidingsinstituut After’s cool. De andere helft gaat dan vakkenvullen bij de Albert Heijn XL. Nu het vakantie is, werken de vakkenvullers door en zitten de After’s cool-kinderen met hun ouders in Frankrijk.

Deze wijk, Kralingen-Crooswijk in Rotterdam, is de praktijk waarover de indrukwekkende serie ‘Ongelijkheid in Nederland’ ging, in het economiekatern van NRC. Je weet wel dat absoluut gelijke kansen een utopie zijn – kinderen die best gymnasium hadden kunnen doen komen niet eens op de havo, terwijl anderen met bijlessen door het vwo worden gesleept. Maar je hoopt dat het meevalt.

De bittere waarheid is, zo leerde ik uit die serie, dat sociale ongelijkheid in Nederland toeneemt.

Ik vraag daarom een paar vrienden, ouders van (jonge) kinderen en met een goede baan, of ze zich zorgen maken over toenemende ongelijkheid. Opvallend genoeg is de eerste reactie juist monter. Alia: „Er is nu veel meer hulp vanuit de gemeente, zoals gratis bijlessen en Cito-training. Toen ik op de basisschool zat, was dat er niet. En als het er was, hadden mijn ouders het niet geweten. Kinderen van nu hebben broers, zussen en ouders die ze kunnen helpen. Dat had ik vroeger niet.”

Fatima: „Als je ouders hier niet vandaan komen, missen ze een netwerk waardoor je minder rolmodellen hebt. En ook minder ingangen naar stage of werk. Die ouders kunnen je niet helpen met je Sinterklaassurprise, je opstel, je scriptie of studiekeuze. Op dat vlak hebben mijn kinderen betere kansen.”

Tot zover het optimisme. Beide vrouwen zien óók een problematische arbeidsmarkt. Juist voor jongeren en lageropgeleiden zijn er steeds minder banen met enige zekerheid. En nog steeds is het lastiger een baan te vinden als je er iets anders uitziet dan de dominante groep, zegt Alia. „Bijvoorbeeld met een hoofddoek.”

Abdel, met een goede baan en twee kinderen, schaamt zich haast voor zijn ruime koophuis in Rotterdam, zegt hij. „Mijn twee jongste zusjes kunnen geen betaalbare woning vinden. Intussen stijgt de waarde van mijn woning zonder dat ik er iets voor hoef te doen. Ik bouw vermogen op en mijn zusjes niet. Hetzelfde geldt voor heel veel twintigers en dertigers.”

Fatima: „Er zijn gezinnen die ervoor kiezen om dan maar samen een woning te huren. In het huis onder ons woont een Pakistaans gezin – ouders, kinderen en kleinkinderen.”

Alia, over de stijgende huizenprijzen: „Als dat in Rotterdam door blijft gaan, dan kunnen mijn kinderen alleen nog zeggen dat ze ooit in Rotterdam geboren zijn.”

Rijke gezinnen kopen gewoon een huis voor hun studerende kids, zegt Fatima. „Als ze de huur onder de huursubsidiegrens houden, krijgen ze er nog subsidie voor ook.”

Sheila Kamerman vervangt Petra de Koning, die vakantie heeft.
Lees ook: De grote scheefgroei: dit zijn de vijf belangrijkste ongelijkmakers