Gelukseconoom Martijn Burger: „Je eigen positie en kansen op de werkvloer vergelijken met die van anderen, kan echt killing uitpakken”.

Interview

'Meer geluk op de werkvloer leidt tot een hogere productiviteit en minder ziekteverzuim'

Martijn Burger Globale inzichten in wat werknemers gelukkig maakt bestaan wel, zegt gelukseconoom en kersverse hoogleraar Martijn Burger. „Maar maatwerk, gericht op het individu, is beter”.

Het is een vreemd toeval: ‘geluksgeleerde’ Martijn Burger werkt zelf in de twee minst gelukkige steden van Nederland. Als wetenschappelijk directeur van de Erasmus Happiness Economics Research Organisation, die deel uitmaakt van de Erasmus Universiteit, is dat Rotterdam. En vorige maand is daar Heerlen bijgekomen, want daar is hij bijzonder hoogleraar geworden aan de Open Universiteit, met als leerstoel ‘economie van het geluk’.

Het gebrek aan welbevinden in Rotterdam en Heerlen dat Burger in eerdere onderzoeken al signaleerde, heeft volgens hem veel te maken met perspectief, legt hij uit achter een cappuccino in een Heerlense horecagelegenheid.

Of liever gezegd: het gebrek aan perspectief. „Een behoorlijk deel van de inwoners van deze twee steden zit zonder werk. En nogal wat anderen hebben banen met weinig uitzichten, bijvoorbeeld in de schoonmaak of industrie. Persoonlijke verbetering lijkt er voor hen niet in te zitten. En automatisering en andere ontwikkelingen maken de jobs onzeker.”

Burger (39) gaat zich als bijzonder hoogleraar onder meer verdiepen in geluk van werknemers binnen bedrijven en organisaties. Dat is niet geregeld met meer geld. „Een jaarinkomen van 65.000 euro is een kantelpunt”, vertelt de econoom. „Een hoger salaris dan dat zorgt niet meer voor extra geluk, zo blijkt uit onderzoek. Welbevinden zit ook in heel andere dingen: de inhoud van je werk, verbinding met collega’s voelen, de managementstijl van je leidinggevende, en een goede balans tussen je werk- en privéleven.”

Economie van het geluk, ofwel het onderzoeken van de relatie tussen individuele tevredenheid, werk en welvaart, is nog een jong vakgebied. „Het is zich pas twintig, dertig jaar geleden flink gaan ontwikkelen. In Nederland heeft professor Ruut Veenhoven [emeritus-hoogleraar aan de Erasmus Universiteit] veel betekend voor het vakgebied. En internationaal was de toekenning van de Nobelprijs voor economie aan de [Brits-Amerikaanse Princeton-econoom] Angus Deaton en zijn analyse van consumptie, armoede en welvaart in 2015 van groot belang.”

Ingrepen op de werkvloer kunnen ook heel simpel zijn

Toch neemt nog lang niet iedereen het vakgebied serieus volgens Burger. „Arbeids- en gezondheidseconomen voelen er vrijwel automatisch een zekere verwantschap mee. Maar bedrijfs- en macro-economen vinden ons al snel soft en een beetje zweverig.”

Wat voor de wetenschap geldt, gaat voor een belangrijk deel ook op voor ondernemingen en organisaties, waar vaak de bedrijfseconomen aan de knoppen zitten, aldus Burger. Maar de opvattingen over gelukseconomie gaan vaak wel schuiven als het verband tussen welbevinden en bedrijfsresultaten duidelijk wordt, zegt hij. „Meer geluk leidt tot een hogere productiviteit, minder ziekteverzuim en een minder groot personeelsverloop.”

Nieuw onderzoeksthema

Burger kwam min of meer bij toeval bij happiness economics uit toen hij na twee masters (economie en sociologie) gepromoveerd was. Na zijn proefschrift, dat zich meer richtte op het terrein van de economische geografie, zocht hij een nieuw onderzoeksthema. Dat was in 2021. „En toen zochten ze bij een nieuw onderzoeksinstituut dat zich bezighield met de economie van het geluk iemand met mijn profiel. De vragen die ze opwierpen, spraken me aan. Het ging ook om het soort onderwerpen dat me toch al bezighield.”

Het vakgebied is wel nog verre van volgroeid, constateert Burger. „Het blijft nu te veel steken bij generieke uitspraken. Vervolgonderzoek is nodig om erachter te komen wat precies voor welke individuele werknemer werkt, en onder welke omstandigheden. Het geluk van het individu en de stuurbaarheid daarvan is nu nog grotendeels een black box.”

Lees ook: Geluk. Wie wil dat nou níét op zijn werk?

Als bedrijven en organisaties meer aandacht willen besteden aan het welzijn van hun medewerkers kiezen ze vaak voor één middel. „Terwijl maatwerk, gericht op het individu, beter werkt”, zegt Burger. „Uit onderzoek blijkt dat 50 tot 70 procent van de generieke interventies, zoals cursussen niet werkt. En iedereen kent wel het positieve gevoel na een goede cursus, dat door gebrek aan vervolg snel wegebt. Echt inzetten op geluk betekent niet af en toe iets organiseren, maar er jarenlang structureel beleid op maken en daar dagelijks aandacht aan besteden.” Bijvoorbeeld op het gebied van intercollegiaal contact, verandering van de hiërarchische verhoudingen of van de balans tussen werk en privé.

Volgens Burger is het wel belangrijk om daar „geen overdreven verwachtingen” over te hebben. „We zijn geen wonderdokters die iedereen opeens helemaal ‘heppiedepeppie’ kunnen maken. Vanuit de top maatregelen over het personeel uitstorten, werkt sowieso niet. Verder hebben mensen het ook meteen door als de aandacht voor een onderwerp niet oprecht is.”

In het hoofd van de individuele werknemer kruipen, roept ook ethische vragen op. „Tekstanalyses van mailverkeer en video-analyses van gedrag leveren veel inzichten op, maar die zijn om privacyredenen niet populair. Doorpraten met teams en medewerkers kan al veel extra’s opleveren vergeleken met onderzoek waarbij mensen slechts aspecten van hun werk met een cijfer tussen de een en de tien kunnen waarderen – bijvoorbeeld over de sfeer en de manier van leidinggeven”.

Balans tussen werk en privé

Ingrepen op de werkvloer kunnen verbazingwekkend simpel zijn, vertelt Burger. „In een team dat in een zorginstelling werkte, bleek de balans tussen werk en privé sterk verbeterd toen mensen met kinderen na negen uur ’s ochtends mochten beginnen. Daardoor verdween opeens alle stress rond het op tijd wegbrengen van hun kroost.”

Hij geeft nog een voorbeeld, van topman Dan Price van de financiële dienstverlener Gravity Payments. „Hij gaf al zijn medewerkers een minimuminkomen van 70.000 dollar, zodat ze geen financiële zorgen meer hadden.”

Soms brengen actuele ontwikkelingen gelukseconomen nieuwe inzichten. „De coronapandemie laat zien hoe veerkrachtig werknemers kunnen zijn. Ons vakgebied geeft altijd hoog op over het belang van intermenselijke relaties op de werkvloer. Maar mensen pakten het in eenzaamheid thuiswerken snel en goed op, in die zin dat ze zich snel aanpasten aan de nieuwe situatie.”

Al laat onderzoek wel zien, voegt Burger toe, dat de ervaringen met en gevoelens bij de nieuwe thuiswerksituatie sterk verschillen. „Een deel van de medewerkers loopt vast of dreigt vast te lopen.” Zij missen het werken op kantoor, worstelen met zelfstandig werken, hebben geen goede werkplek thuis, et cetera. „Die groep gaat daar minder goed door functioneren. En het valt voor bedrijven en organisaties niet mee om door te hebben om welke mensen het gaat.”

We zijn geen wonderdokters die iedereen ‘heppiedepeppie’ kunnen maken

Veel aandacht besteden Burger en zijn collega-gelukseconomen momenteel aan onderzoek in zorg- en onderwijsinstellingen. „Die zijn cruciaal voor het functioneren van onze samenleving. Mensen fatsoenlijk belonen, helpt om het personeelstekort en het grote verloop te bestrijden. Maar scherp in beeld brengen hoe je de mensen in deze sector gelukkiger kunt maken over hun vak kan evengoed voor verbetering zorgen.”

Uiteindelijk hangt het geluk dat mensen ervaren vaak sterk samen met sociale vergelijking – ofwel aan het vergelijken van de eigen positie en kansen met die van anderen, zegt Burger. „Dat kan echt killing uitpakken voor geluk en ontwrichtend werken. Bijna vijftig jaar geleden is dat fenomeen al beschreven als ‘het tunneleffect van Hirschman’. Wat dat inhoudt? Stel je een chauffeur voor die in een tunnel in de file staat en ziet dat de rij auto’s naast hem in beweging komt. Dat schept positieve verwachtingen: zijn eigen rij zal nu ook wel snel gaan bewegen, denkt die chauffeur dan. Als dat niet gebeurt, zal hij nog geïrriteerder raken over de file dan hij al was.”

Dreigt de gelukseconomie geen politieke discipline te worden? Immers, wie pleit voor meer gelijkheid op kansen- en inkomensgebied kan ook aangezien worden voor iemand met linkse opvattingen.

Daar maakt Burger zich geen zorgen over: het is zijn collega’s en hem in de gelukseconomie niet te doen om het uitventen van politieke opvattingen. „Maar als gedegen onderzoek aantoont dat economische groei in samenhang met toenemende ongelijkheid niet goed uitpakt voor ons geluk, moet je daar iets mee.”