Opinie

Geen toeristen, geen geld en geen vaccins: veel vakantiebestemmingen staan op de drempel van crisis

Maarten Schinkel

Triest om te zien: ondernemers aan de Turkse kust hadden al een extreem lastig 2020 achter de rug, en worden nu geplaagd door bosbranden en zeeslijm. Wie niet al door zijn reserves was heen gebrand, kan nu de fatale klap krijgen. En Turkije is niet het enige land dat het moeilijk heeft. Het internationale toerisme heeft het overal moeilijk. Chinezen blijven weg. Nu Covid in China zelf toch weer opduikt – hoe bescheiden ook – is de verwachting dat reisrestricties wel eens tot ver in volgend jaar kunnen duren. De stroom van toeristen uit China, Japan, de VS en Europa die ver buiten hun regio vakantie vieren is zo goed als opgedroogd.

Toerisme is, macro-economisch, een vorm van export waarbij de klant het gekochte zelf komt ophalen. Deze export is weggevallen, want de klanten komen niet. Dat geeft problemen.

Hier in Europa realiseren we ons het nauwelijks, maar voor de aankoop van een flatscreen, een volle benzinetank, mobiele telefoon of vaak zelfs rijst of graan op de wereldmarkt zijn harde valuta’s nodig. Wij hebben die vanzelfsprekend, maar buiten het Westen is dat heel anders. De fabrikanten zien je aankomen met je lira’s, quetzals, roepia’s, peso’s of Egyptische ponden. Dollars graag, of euro’s. Yen, of steeds vaker, renminbi. En om die te krijgen, moet je zelf eerst iets verkopen aan iemand uit een land waar zulke harde valuta’s circuleren.

Het alternatief zijn dollarleningen op de internationale financiële markten. Maar naarmate de argwaan groeit of die wel kunnen worden terugbetaald, gaat het loket dicht, prohibitief. Of stijgt de rente (ook in dollars uiteraard).

De vooruitzichten zijn niet erg goed. De World Tourism Organisation publiceerde vorige maand samen met een andere VN-organisatie, Unctad, een weinig hoopgevende analyse. Nadat het internationale toerisme er in 2020 al 2.400 miljard dollar bij inschoot, komen daar dit jaar nog eens minstens 1.800 miljard aan verliezen bij. Voor Turkije gaat het om een bedrag ter grootte van bijna 8 procent van het bruto binnenlands product. Om dat in perspectief te plaatsen: het is vergelijkbaar met het totale bedrag dat Nederland tot nu toe voor zichzelf aan economische Covid-steun uitgaf. Oost-Afrika verliest door wegvallend toerisme 8 procent van het bbp, Zuidoost-Azië 7 procent, Noord-Afrika 6,4 procent en Centraal-Amerika bijna 10 procent. Dat zijn allemaal inkomsten in harde valuta die nodig zijn om samenlevingen draaiend te houden.

De oplossing: een eind aan de pandemie uiteraard. En dan vooral door een grotere inspanning voor vaccinaties in opkomende landen en landen met een laag inkomen. Daar schiet het, zoals bekend, niet mee op. Anders dreigt naast een humanitaire ramp ook een economische. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) vindt een verband van bijna 1 op 1 tussen de afhankelijkheid van toerisme en een verslechterende betalingsbalans.

Een sprankje hoop is dat de bij het IMF aangesloten landen deze week overeen zijn gekomen dat 650 miljard dollar extra aan financiële ruime beschikbaar komt voor landen met een betalingsbalansprobleem, waarvan 275 miljard voor landen met middel- en lage inkomens. Zij mogen dat extra lenen bovenop hun formele inleg bij het IMF. En dat tegen vriendelijke voorwaarden. Maar ook dat geld moet eens weer worden terugbetaald.

Beter is een terugkerend toerisme, of (beter voor de planeet) het voorbereiden van de economie op een toekomst waarin toerisme een kleinere rol speelt. Reden te meer om een ruimhartig internationaal vaccinatiebeleid te voeren. Al was het maar omdat de rekening nog veel hoger wordt als dat uitblijft.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.