Opinie

‘Ze vroeg erom’ – dat bestaat nooit

Joyce Roodnat is op het festival van ‘teruggevonden films’ in Bologna. En ziet een film waar ze nog nooit van gehoord had: ‘Anatomy of a Murder’. Ze gunt hem iedereen.

Joyce Roodnat

Ja, Drenthe is ook leuk, maar ik ben een week in Bologna, op het Cinema Ritrovato – festival van ‘teruggevonden’ films. Hittegolf (Bologna) en hernia (ik) – zo staat het ervoor. Dan is de bioscoop de ideale plek. Er is airco en ik kan blijven zitten. ’s Avonds ben ik buiten, voor „cinema sotto le stelle”, film onder de sterren in de mooist denkbare bioscoop ter wereld: op het Piazza Maggiore waar naast de kathedraal een immens filmdoek is opgericht en honderden stoelen zijn neergezet. Daar vertoont Bologna filmklassiekers die we allemaal graag nog eens zien (of, nog heerlijker: voor het eerst!).

Lees ook: Zes filmklassiekers voor zwoele zomeravonden

Zo zie ik het legendarische La piscine (uit 1969, met Romy Schneider en Alain Delon, dertigers dan en op hun sexyst) en de onuitsprekelijke jongensweemoed van Les 400 coups (1959, van François Truffaut). Hoogtepunt van het festival voltrekt zich echter in een cultuurpalazzo met Anatomy of a Murder (uit 1959, van Otto Preminger). Nooit van gehoord? Ik ook niet. Maar wat een film! Ik wilde hem meteen opnieuw zien en ik gun hem iedereen. Zeg, EYE? Ja jullie, daar in Amsterdam. Jullie zijn een filmmuseum. Wat denken jullie van een Otto Preminger-programma? MetThe man with the golden arm (heroïne) en Bonjour tristesse (decadentie aan de Rivièra). En vooral met Anatomy of a Murder – een rechtbankdrama over moord.

De moordenaar speelt een bijrol, eigenlijk gaat het over een verkrachting. Och, verkrachting, men heeft zo zijn twijfels. De veronderstelde dader is zelf vermoord en hij was een aardige man. En die vrouw kan het sjansen niet laten, dus, tja, ‘ze vroeg erom’… Scène na enerverende scène wordt het recht gefileerd dat zo gemakkelijk onrecht wordt als het frivole vrouwen betreft (in 1959 en nog steeds hoor, laten we ons niets verbeelden). Lee Remick (geweldige actrice, hoezo is die min of meer vergeten?) speelde die vrouw. Zij kreeg van de kritiek ervan langs, alsof ze niet acteerde maar haar rol wás.

Gustave Caillebotte: Côte de boeuf (1882).

Op de weg terug word ik verliefd op een côte de boeuf. Niet van vlees en bloed maar van verf en doek. Ik ontmoet hem dankzij een afslag naar Martigny, waar een routebord lokt naar de Fondation Pierre Gianadda en een tentoonstelling van de impressionist Gustave Caillebotte.

Inderdaad: vaut le détour. Het is een magnifieke expositie, waar ik tussen landschappen en Parijse taferelen dat aandachtige portret van een runderribstuk (1882) ontmoet. Hij schilderde het weerloos. Naakt ligt het te kijk met vet en bot. En voor ik het weet, denk ik aan Lee Remick in Anatomy of a Murder – weerloos voor de mening van het burgermansfatsoen, gereduceerd tot een stuk vrouwenvlees. Ik weet het, dat kan Caillebotte zo niet bedoeld hebben. Maar ik kan het wel zo denken.