Opinie

Vaccinatie is niet per se een inbreuk op lichamelijke integriteit

GrondrechtenMy body, my right”, roepen tegenstanders van coronamaatregelen. Maar het recht op lichamelijke integriteit kan juist ook een argument vóór vaccinatie zijn, meent .
Demonstratie afgelopen week in Parijs tegen verplichte Covid-19 vaccinatie in Frankrijk.
Demonstratie afgelopen week in Parijs tegen verplichte Covid-19 vaccinatie in Frankrijk. Foto GEOFFROY VAN DER HASSELT / AFP)

De botsing tussen verschillende grondrechten staat centraal in de huidige discussie over (indirecte) vaccinatiedwang. Het recht van de een om een vaccinatie te weigeren gaat ten koste van de bewegingsvrijheid van kwetsbare anderen. Een van de centrale tegenstellingen in deze botsing van grondrechten is die tussen het recht op lichamelijke integriteit en de plicht van de overheid om de volksgezondheid te beschermen.

Het recht op lichamelijke integriteit, dat in Nederland in 1983 als artikel 11 in de Grondwet is verankerd als „recht op de onaantastbaarheid van het lichaam”, lijkt in deze discussie vanzelfsprekend. Demonstranten tegen coronamaatregelen als het dragen van mondkapjes roepen „my body, my right”. Maar wat betekent het recht op lichamelijke integriteit precies? De huidige discussie gaat uit van een eenzijdige en negatieve definitie. Dit recht behelst meer dan alleen een protest tegen overheidsbemoeienis met het lichaam.

Overheidsbemoeienis

De geschiedenis van het idee van lichamelijke integriteit legt twee kanten ervan bloot: autonomie over het eigen lichaam en bescherming tegen overheidsbemoeienis met dat lichaam. De filosofen van het sociaal contract, zoals John Locke en John Stuart Mill, beschreven beide aspecten. Legitiem gezag komt tot stand doordat burgers erin toestemmen om door de staat te worden geregeerd in ruil voor de bescherming van hun eigendom, waaronder ook de zeggenschap over het eigen lichaam valt. Het individu heeft de autonome beschikking over zijn lichaam, maar heeft de staat nodig om lijfsbehoud te garanderen.

Lees ook: Europa ontkomt niet aan debat over vaccinatieplicht door maatregelen in de VS

Een tweede oorsprong van het recht op lichamelijke integriteit ligt in de Verlichtingsideeën over gelijkheid en de nieuwe formulering van mensenrechten. In de 18de en 19de eeuw werden lijfstraffen afgeschaft en kwam een einde aan de tortuur, het martelen om bekentenissen af te dwingen. Ook het abolitionisme speelde een rol: empathie met het lot van slaafgemaakten leidde tot een pleidooi voor hun menselijke behandeling en een einde aan mishandeling en misbruik.

Na de Tweede Wereldoorlog legden verschillende mensenrechtenverdragen het recht op lichamelijke integriteit vast, vaak in artikelen over vrijheid, veiligheid of privacy, zoals in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948). De Code van Neurenberg (1947) vereiste – als reactie op de medische experimenten van de nazi’s – vooral geïnformeerde toestemming voor de deelname van mensen aan geneeskundige proeven.

Er zitten twee kanten aan lichamelijke integriteit die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden

Deze nadruk op medische ethiek zien we tevens in het streven in de jaren 70 om patiënten meer autonomie te geven. Ook de tweede feministische golf, met haar strijd tegen seksueel geweld en voor het recht op abortus – zie de beroemde slogan ‘baas in eigen buik’ –, gaf een sterke impuls aan het principe van de zeggenschap over het lichaam.

Deze korte geschiedenis laat zien dat er twee kanten zitten aan lichamelijke integriteit die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden: enerzijds het recht op zelfbeschikking en anderzijds het recht om het lichaam te vrijwaren tegen ongewilde invloeden van buitenaf.

Lees ook: Fransman die zich niet wil laten prikken, moet maar voelen

Menselijke waardigheid

Verschillende landen benadrukken echter andere aspecten. Zo onderstreept Nederland de principes van lichamelijke integriteit en autonomie, terwijl de Fransen spreken van de menselijke waardigheid en het principe van de onvervreemdbaarheid van het lichaam. Rechtsfilosofen en juristen vinden dan ook dat er te veel discussie is om het recht op lichamelijke integriteit nauwkeurig te definiëren.

Enkele feministische filosofen stellen een positievere definitie voor. Filosoof Judith Butler ziet het lichaam niet slechts als eigendom en roept feministen op niet alleen voor individuele vrijheid te strijden, maar zich bewuster te worden van de verbondenheid met en afhankelijkheid van andere lichamen. Ook voor filosoof Drucilla Cornell is lichamelijke autonomie niet iets wat mensen vanzelfsprekend hebben, maar eerder een proces dat bescherming en erkenning van de staat en andere mensen vereist.

Lichamelijke integriteit gaat hier over het beeld dat individuen hebben van hun lichaam. De staat moet volgens Cornell actief de voorwaarden creëren voor de gewenste persoonlijke lichaamsbeelden, in plaats van alleen tegen misbruik te beschermen. Overheden zouden bijvoorbeeld toegang tot legale abortus moeten verschaffen omdat deze de toekomstige lichamelijke integriteit voor vrouwen garandeert.

Vanuit deze optiek is het verplichte mondkapje juist een maatregel die, naast de publieke gezondheid, de lijfelijke integriteit van individuen in de toekomst bevordert. Zelfs de mogelijkheid tot vaccinatie kan zo worden gezien als een middel dat autonoom lijfbehoud stimuleert. Het recht op lichamelijke integriteit is dus meer dan een inbreuk op het lichaam door de overheid.