Springruiter Maikel van der Vleuten: ‘Met deze bronzen medaille geef ik iets terug aan mijn familie’

Tokio 2020 Springruiter Maikel van der Vleuten pakte brons in de individuele wedstrijd. „Je kan een paard beledigen door het te overvragen.”

Maikel van der Vleuten en zijn paard Beauville Z bleven in Tokio twee keer foutloos.
Maikel van der Vleuten en zijn paard Beauville Z bleven in Tokio twee keer foutloos. Foto Amr Abdallah Dalsh/Reuters

Van de dertig springcombinaties die woensdag de individuele finale in het Equestrian Park in Tokio reden, haalden er slechts zes de barrage. Het parcours was dan ook verraderlijk moeilijk, zelfs voor toppers als de mondiale nummer één, Daniel Deusser uit Duitsland, die met acht strafpunten het veld moest ruimen. Ook de Brit Scott Brash, de mondiale nummer vier, overschreed de tijdslimiet. Maar Maikel van der Vleuten (33) en ruin Beauville Z reden een foutloze eerste ronde – ze stonden zelfs even bovenaan – en eindigden uiteindelijk als derde, achter de Brit Ben Maher met superpaard Explosion W (goud) en de Zweed Peder Fredricson met All in. Er zat slechts 1,05 seconden tussen de tijd voor goud en brons. ‘Bronsgoud’ noemde Van der Vleuten zijn eremetaal na afloop.

Tijdens de uitreiking was je zichtbaar geëmotioneerd. Zo zien we je niet vaak.

„Dat klopt. Op zo’n moment denk ik aan alles wat er aan de finale vooraf is gegaan. Het is niet alleen deze week hè. Ik heb zo lang met Beauville naar dit moment toegeleefd, daar gaat veel tijd en energie in zitten. We hebben het afgelopen jaar een aantal mooie wedstrijden gereden [hij won met Beauville onder meer de Grote Prijs van Aken] maar dan moet het hier in Tokio wel eventjes gebeuren. Ik denk op zo’n moment ook aan mijn familie, mijn vriendin Rachelle en mijn kinderen [hij heeft twee dochters, van drieënhalf en van tien weken]. Al die mensen hebben grote offers gebracht. Het draait thuis toch altijd allemaal om mij. Als ik die medaille in ontvangst neem ben ik blij dat ik hun iets terug kan geven.”

Bij de Spelen in Rio stond de hele hippische afvaardiging met lege handen, voor het eerst sinds de Spelen van Seoul in 1988. Moeten we je emotie ook in dat licht zien: Nederland staat weer op de olympische kaart?

„Ach, met Rio ben ik niet meer bezig. Ik focus me op het hier en nu. Anders dan bij eerdere edities begonnen ze bij deze Spelen met de individuele finale in plaats van met de teamfinale. Voor mij persoonlijk was dat wel fijn, want ik had daardoor wat meer energie in de kast. Wat niet wegneemt dat het voor mijn gevoel toch draait om die teamfinale, daarvoor kom je uiteindelijk naar de olympiade.”

In maart vertelde je aan NRC dat je tijdens de pandemie moeite had met het gebrek aan wedstrijden in de aanloop naar ‘Tokio’. Je twijfelde zelfs of het wel verantwoord was naar Japan af te reizen. Hoe kijk je daar nu tegenaan?

„Het was gewoon anders dan normaal. Normaal rijd ik wekelijks wedstrijden, waardoor ik snel in een ritme kom. En dat ritme was voor mij extra belangrijk, omdat Beauville vrij onervaren is. Het feit dat we brons hebben gehaald, bewijst dat we ondanks de nodige obstakels de juiste route hebben uitgestippeld.”

Hoe zag die route eruit?

„Thuis je trainingen op peil houden. Zorgen dat je paard op en top fit is. Als dat allemaal in orde is, en je bent zelf ook in vorm, komt het alleen nog op het laatste aan: vertrouwen. Hoe zorg ik ervoor dat het paard en ik elkaar moeiteloos begrijpen? Dat we elkaar op belangrijke momenten op de juiste manier kunnen aanvullen? Het enige waar je niet echt aan kunt werken is de spanning op zo’n evenement; dat valt niet na te bootsen. En Beauville had ook maar één keer eerder zo’n lange vlucht gemaakt, naar Shanghai.”

En de hitte in Tokio is moordend, zeker voor een paard.

„Het is hier nu 29 graden, moet je nagaan hoe heet het overdag is. Dat is wel een geluk, hoor, dat we niet overdag hoeven te rijden. Als de zon hier doorkomt is het niet te doen, maar om zeven uur ’s avonds, als de zon ondergaat, komt er een heerlijk briesje.”

Bondscoach Rob Ehrens hoopte vooraf op ‘een faire proef zodat het niet ten koste gaat van de paarden’. Wat bedoelde hij daar precies mee?

„Dat het parcours springbaar moet zijn, ook voor ruiters met hele goede paarden. Het mag best zwaar zijn, maar niet onmogelijk. Beauville geeft 110 procent, maar als ze geen kans heeft, dan breekt ze. Dat kan snel gaan, hoor. Je kan een paard beledigen door het te overvragen.”

Zelf ging je bijna de mist in bij de laatste balk. Die schommelde gevaarlijk.

Hij lacht. „Beauville versnelde iets te laat voor de hindernis. En ik reed iets te makkelijk mee. Gelukkig ging het net goed. Een lullig fout zit in deze sport in een klein hoekje.”

Marc Houtzager startte veel eerder dan jij en haalde de barrage niet. Heeft hij nog iets tegen je gezegd toen het jouw beurt was?

„Daar gaan we nog wel over praten. Marc en ik weten dat we ons eigen ding moeten doen. We laten elkaar in onze waarde.”

Zaterdag is de landenfinale. Geeft de bronzen plak een extra impuls?

„Waarschijnlijk wel, maar er zijn meerdere teams die kansen maken. Ik blijf realistisch.”