Opinie

Sportende helden

Schrijfster Cindy Hoetmer tweette dat ze het stom vindt als sporters helden worden genoemd. „Die sporten gewoon voor zichzelf” stond er. Peter R. de Vries vindt ze wel een soort held want „die deed ook dingen voor anderen”. De tweet bleef me achtervolgen.

Ik dacht dat helden lieden waren die voor hun natie edelmetalen uit andere continenten snaaiden, dat is het resultaat van een passage door scholen aan beide kanten van de Atlantische Oceaan. Geen heldenstatus stond zo vast als die van Piet Hein of Christoffel Columbus. Nu dit type roven qua populariteit op zijn retour is, noemen we sporters helden omdat zij diezelfde edelmetalen alsnog ophalen, maar dan in kleine symbolische hoeveelheden gegoten in medailles en bekers. Zoiets had ik ervan gemaakt. Eigenlijk kon ik niet verklaren waarom sporters helden worden genoemd.

In de sport wordt vaak gerept over ‘offers brengen’ en ‘jaren naar dingen toewerken’ maar dat doen leraren en ondernemers ook. Zij worden geen helden genoemd, noch worden ze in feesttenten met live uitzending door de natie bejubeld als ze hun doelen halen.

Na het neerstrijken van de coronapandemie werden zorgmedewerkers kortstondig helden genoemd. Volgens de Hoetmerdefinitie is dat correct. Zorghelden doen veel voor de ander. Edelmetalen haalden ze nergens, sterker, ze kregen ze thuis ook niet.

Nadat hij goud won op BMX, zei Niek Kimmann dat het de droom was geweest „dit voor Nederland te doen”. Toch denk ik dat sporters wanneer ze om welke reden ook, niet zouden mogen uitkomen voor het eigen land, maar wel voor een willekeurig ander, ze gewoon de vlag van Duitsland in de koffer proppen en hup, naar die Spelen gaan. Hele leven naartoe gewerkt, offers gebracht, doelen.

Het werd tijd om de held te bezoeken in het woordenboek. Volgens de gratis service is een held iemand die uitblinkt door moed. In dat geval zouden teamsporten minder helden moeten voortbrengen dan individuele sporten, want met z’n elven het veld opgaan om de vijand in de pan te hakken, vereist minder moed dan in je eentje, gekleed in een veredelde pyjama, een mat betreden om een judoka van honderdzestig kilo aan te pakken.

Henk Grol toonde moed en kan volgens het woordenboek een held worden genoemd. Volgens Hoetmer waarschijnlijk niet.

Sporten waarbij de atleet verwondingen riskeert, zouden volgens de moed-definitie meer helden moeten produceren dan sporten als badminton, zwemmen of schaken waarbij je echt iets bijzonders moet kunnen om jezelf te verminken. Toch geeft de zoekslag ‘Magnus Carlsen + held’ in het Nederlands meer dan 6.000 resultaten. In het Engels 190.000.

Voor de betalende woordenboekgebruiker wordt een held gedefinieerd als ‘een ridder zonder vrees of blaam’ of 2) een personage of 3) een idool of ster. Het moet vanwege die derde definitie zijn dat we sporters helden noemen: als synoniem van idolen of sterren, niet te verwarren met lieden die moed bezitten of die dingen doen voor medemensen.

Wat trouwens ook een enige moed vereist is, tijdens de Spelen, in een van olympische koorts bevangen natie, twitteren dat het stom is om sporters helden te noemen.

Carolina Trujillo is schrijfster.