Sekswerk is nergens onomstreden, maar in Zweden ligt de focus wel erg sterk op schadelijke gevolgen

Bescherming sekswerkers Ook in Zweden heeft online sekswerk sinds het begin van de coronacrisis een hoge vlucht genomen – tot ongenoegen van velen.

Linnéa Johansson doet sinds het voorjaar van 2020 online sekswerk op websites als OnlyFans.
Linnéa Johansson doet sinds het voorjaar van 2020 online sekswerk op websites als OnlyFans. Foto Linnéa Johansson

Op haar profielfoto draagt de Zweedse Linnéa Johansson (27) een zwart korset en een zwarte string. Ze staat met haar billen naar de camera en leunt tegen een muur; haar rode haar glanst in de zon.

De foto moet mensen overhalen een abonnement te nemen op Johanssons pagina op OnlyFans, een website waarop ze erotische foto’s en video’s verkoopt voor 14 dollar per maand. OnlyFans is bedoeld voor allerlei makers – van fitnesscoaches tot kunstenaars – maar wordt vooral gebruikt voor deze vorm van sekswerk.

De als historicus opgeleide Johansson begon na haar afstuderen begin 2020 met online sekswerk. En ze is niet de enige: sinds de coronapandemie uitbrak, nam het aantal creators op OnlyFans toe van zo’n 350.000 tot meer dan een miljoen. Vergelijkbare sites kenden eenzelfde groei. Volgens Zweedse media is de trend er ook in Zweden, al ontbreken cijfers.

De ontwikkeling is afgelopen jaar wereldwijd opgemerkt en wat opvalt, is dat de teneur in Zweden negatiever lijkt dan in andere westerse landen.

Hoewel sekswerk nergens onomstreden is, is een aantal verschillen te zien. Zo schreven (progressieve) media in landen als de VS, het VK en Nederland vooral over succesverhalen en de invloed van de opkomst van OnlyFans op regulier sekswerk, terwijl de focus in vrijwel alle Zweedse tv-uitzendingen en krantenartikelen op de vermeende schadelijke gevolgen van deze vorm van sekswerk lag. Ook hebben verschillende bekendheden – van de Amerikaanse Disney-actrice Bella Thorne tot GTST-acteur Ferry Doedens – en public de keuze gemaakt naaktbeelden te verkopen, maar Zweedse voorbeelden hiervan ontbreken. Zweden die wel online sekswerk doen, zeggen zich bovendien gestigmatiseerd te voelen door hun landgenoten. „Het wordt niet gezien als een respectabel beroep”, zegt Johansson via Skype vanuit haar woonplaats Östersund.

Totaalverbod

Het lijkt strijdig met het imago van het land dat in de jaren vijftig en zestig juist bekend stond om zijn seksuele vrijheid. Een belangrijke verklaring is dat ‘gewoon’ sekswerk in Zweden aan banden is gelegd. In 1999 was Zweden het eerste land dat betalen voor fysieke seks strafbaar stelde. De regering en veel Zweden beschouwen die wet als een succes omdat straatprostitutie volgens officiële cijfers tussen 1999 en 2008 is gehalveerd. Daar staat wel tegenover dat het toezicht verslechterde. Volgens activisten uit de branche nam ook de stigmatisering van sekswerkers toe.

Uit onderzoek blijkt dat Zweden na de invoering van de wet negatiever gingen denken over sekswerk. Waar in 1996 iets meer dan 30 procent van de Zweden voor een verbod op het kopen van seks was, lag dat percentage in 2008 op zo’n 70 procent. Ook gaan in het land sinds 1999 steeds meer stemmen op voor een totaalverbod.

Ook speelt mee dat de Zweedse antiprostitutieorganisatie Talita een belangrijke stem heeft in het debat. Terwijl zulke organisaties in andere westerse landen vaak in de marge opereren, wordt Talita, een christelijke ngo die onder meer pleit voor een pornografieverbod, in vrijwel elk artikel over online sekswerk geciteerd.

Zweden willen iedereen redden – van vluchtelingen en oorlogsslachtoffers

Linnéa Johansson sekswerker

Johansson verklaart de tendens vanuit het aloude Zweedse redderscomplex. „Zweden zien zichzelf graag als redders in nood. We hebben een sterke verzorgingsstaat en voelen ons fijn bij het idee dat we anderen kunnen helpen, ook omdat andere landen ons daarom roemen. Dus proberen we allerlei mensen te redden, van immigranten tot sekswerkers.”

Verder speelt volgens haar mee dat Zweden zichzelf ziet als feministisch. Het land voert een ‘feministisch buitenlandbeleid’ en hamert van Bolivia tot Tanzania op seksuele zelfbeschikking voor vrouwen. Ook is Zweden het land met het hoogste percentage inwoners ter wereld dat zichzelf feminist noemt (46 procent). Ook Talita hanteert feministische taal: de organisatie zegt op te komen voor vrouwen en hen te beschermen tegen seksualisering en objectivering.

Foto Linnéa Johansson

Volgens Johansson ontbreekt het in het Zweedse feminisme echter aan aandacht voor de seksuele vrijheid van vrouwen en de rechten van sekswerkers. „Het feminisme heeft veel bereikt op het gebied van emancipatie, maar vrouwelijke seksualiteit is een taboe gebleven.”

Nou hééft online sekswerk ook schaduwzijden. Zo kunnen minderjarigen met een nep-ID makkelijk accounts openen op sites als OnlyFans, waarschuwde hoofdonderzoeker van Talita Meghan Donevan meermaals in Zweedse media. Ook vreest zij dat mensen hun eigen grenzen overschrijden: omdat er een financiële beloning is, zouden ze steeds extremere content maken en dingen doen die ze eigenlijk niet willen.

Bovendien ziet Donevan het verkopen van seksuele beelden op internet als „toegangspoort” tot prostitutie omdat online sekswerkers vaak ook gevraagd worden om ‘echte’ seks en sommigen daarmee instemmen. Voor voorstanders van sekswerk hoeft dat geen probleem te zijn, maar Talita beschouwt prostitutie als „een vorm van geweld door mannen tegen vrouwen” en iets wat onlosmakelijk verbonden is met mensenhandel.

Zwak

Johansson erkent dat er „problematische aspecten” zijn aan het werk. Toch vindt zij dat het Zweedse debat te eenzijdig wordt gevoerd. Het stoort haar dat sekswerkers als zwak worden gezien. „Het vermogen van sekswerkers om voorzichtig te zijn wordt onderschat. Waarom zouden wij niet voor onszelf kunnen zorgen?”

Verder vindt Johansson dat Talita en media „overdreven negatieve bewoordingen” gebruiken. Door het verkopen van naaktfoto’s af te schilderen als gateway naar mensenhandel, zou het stigma op sekswerk enkel groter worden. „Het zou beter zijn als we een realistisch gesprek voeren over de voor- en nadelen, in plaats van het te demoniseren.”