Reportage

Repetities in een hermetisch afgesloten coronabubbel

Nederlands Studenten Orkest Het Nederlands Studenten Orkest wil begin augustus de grootste interdisciplinaire orkestervaring van de coronatijd creëren. Hiervoor repeteerden de orkestleden in een hotel, volledig afgezonderd van de buitenwereld. „Alten, zoek de pijn daar vlak voor maat veertig!”

Dirigent Frans-Aert Burghgraef voor het Nederlands Studenten Orkest tijdens de repetitie in hotel Figi in Zeist op 31 juli (boven); een van de slagwerkers van het NSO (l) en een partituur (r).
Dirigent Frans-Aert Burghgraef voor het Nederlands Studenten Orkest tijdens de repetitie in hotel Figi in Zeist op 31 juli (boven); een van de slagwerkers van het NSO (l) en een partituur (r).
Lees ook: Nederlands Studenten Orkest meeslepend in werk van jonge componist Rick van Veldhuizen

In een aparte vleugel van Figi, een hotel én theater in Zeist, logeren een kleine honderd studenten die dit jaar het Nederlands Studenten Orkest vormen. Tien dagen lang repeteren ze ruim acht uur per dag aan een programma dat ze vanaf 6 augustus zullen uitvoeren. Het doel: de grootste interdisciplinaire orkestervaring van de zomer neerzetten. Dat de repetities in de zomer, en niet in februari zijn, is voor het eerst, maar toch is dat niet wat dit jaar zo gek doet voelen. Het bijzondere zit ’m in dat wat eigenlijk normaal is: een orkestopstelling zonder anderhalve meter, en vrije tijd volop studentikoze gezelligheid, massages, knuffels en vrijpartijen.

Priegelstuk voor strijkers

Repetitiedag 4, de repetitie van 14 uur.

Ik mag meeluisteren op het balkon naast de enige andere luisteraar, de levensgrote mascottebeer Joop. Op het programma The Ring, an Orchestral Adventure, een orkestbewerking van de Ringcyclus van Wagner, zestien uur opera teruggebracht tot een ruim uur door Henk de Vlieger, met zo’n beetje alle muzikale hoogtepunten achter elkaar. Het orkest oefent net een lastig priegelstuk voor de strijkers, die nog behoorlijk wiebelig en onzeker klinken. De anderhalvemeterregel mag dan fysiek zijn losgelaten, de afgelopen anderhalf jaar afstand houden moet duidelijk nog uit de hoofden worden weggespeeld. „Violen, luister naar de houtblazers!” Een aanwijzing van dirigent Frans-Aert Burghgraef. „Zoek die kleur en vorm je daarnaar.” En: „Alten, zoek de pijn daar vlak voor maat veertig!” De voorste altvioliste swingt mee als Burghgraef de piccolo en de harp hun lijnen samen laat repeteren.

Orkestpartij van de tweede violen.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Niet minder dan 48 Zoomvergaderingen hield het orkestbestuur nadat vorig jaar was gebleken dat de februari-editie dit jaar niet door kon gaan. Zestig-urige werkweken aan rondbellen, regelen en toestemming vragen waren nodig om toch iets neer te zetten. Hoe, was lang niet duidelijk, maar er moest en zou iets georganiseerd worden. In plaats van de normale tournee langs alle studentensteden werd Topsportcentrum Almere gevonden als vaste en veilige concertlocatie, en het hotel in Zeist als repetitieplek.

De uiteindelijke oplossing: om veilig te kunnen repeteren en concerteren zonderen de honderd studenten zich bijna een maand lang compleet af van de buitenwereld. Want, legt voorzitter en trombonist Siebren van Noort (21) uit: „Je kunt wel opschrijven dat je op anderhalve meter gaat repeteren en braaf overal afstand houdt, maar hoe realistisch is dat? Iedereen weet dat mensen zich daar nauwelijks meer aan houden. Wij wilden dus een situatie waarin géén afstand veilig is.”

Om dat mogelijk te maken moest iedereen voor vertrek vijf dagen in thuisquarantaine zitten (de maximale incubatietijd die een PCR-test nodig heeft om een besmetting op te sporen) en een negatieve PCR-test laten zien. Om ook daadwerkelijk het hotel binnen te mogen, werd iedereen buiten nog eens gezelftest. Die zelftests blijven tot en met de laatste dag elke ochtend verplicht, als entreebewijs voor de ontbijtzaal. Contact met elkaar mag, maar met iemand van buiten de bubbel niet. Een wandeling in het bos mag, een winkel binnengaan niet. Het protocol is helder: zou iemand tussendoor positief testen, dan blijft iedereen op de hotelkamer tot een PCR-test definitief uitsluitsel geeft. Is die positief, dan stopt het hele project. Om de bubbel twee dagen van binnenuit mee te maken moest ook ik een negatieve PCR-uitslag laten zien na vijf dagen thuisquarantaine.

De naleving van die regels is grotendeels een kwestie van goed vertrouwen. Wat als er wordt gesjoemeld? Van Noort: „Of iedereen ook echt in quarantaine is gegaan, nee, dat kunnen we niet checken. Maar we hebben wel op iedereens geweten ingepraat. Houd je je niet aan de regels, dan ben jij degene die het project verpest, en dat wil niemand. Iedereen komt hier om eindelijk weer normaal muziek te maken. Iedereen wíl die concerten spelen.”

Het moet een ‘once in a lifetime’ ervaring zijn

Uit een rondvraag blijkt dat niemand zich onveilig voelt. Verschillende studenten blijken zich binnen de bubbel zelfs juist veiliger te voelen dan erbuiten. Ook Burghgraef, die bij het eten en de borrel graag aansluit, voelt zich veilig en denkt niet dat iemand de regels zal overtreden. „De liefde voor de muziek is groot. Ze willen er echt alles uithalen. Mocht het niet kunnen doorgaan, dan gaat er een enorme smak geld down the drain. Dat weten ze.”

Ongelijke inzetten

Alle hoogtepunten van de Ringcyclus achter elkaar is uitzonderlijk moeilijk om te spelen, zeker als je je bedenkt dat een groot deel van de studenten anderhalf coronajaar nauwelijks muziek heeft kunnen maken. Ook In Transit, de opdrachtcompositie door Thomas van Dun voor orkest en solo slagwerker, is verre van makkelijk. Om de paar maten wisselt de maatsoort, het stuk is veelkleurig en gejaagd en zit vol ongelijke inzetten. Soloslagwerker Dominique Vleeshouwers, vorig jaar de winnaar van de Nederlandse Muziekprijs, speelt de solopartij.

Wagner en Van Dun: de repertoirekeus mag je rustig ambitieus noemen. Burghgraef blijft daarom herhalen dat iedereen voorzichtig moet zijn: „Doe je niet stoerder voor als je lichaam pijn doet of als je uitgeput raakt. Als een sporter een tijd niet geoefend heeft, rent hij ook niet meteen een marathon. Eigenlijk is dat wel wat we hier van ze vragen. We hebben nog wel gedacht aan iets simpelers van Haydn of Beethoven, maar dat is niet NSO. Het moet een once in a lifetime-ervaring zijn.”

Elke dag spelen, het is voor de meesten inderdaad weer even wennen. Overal zie je mensen met armen zwaaien, nekken draaien en elkaars schouders masseren. Contrabastrombonist Gerrit Jan Elzinga (22) is een van de studenten die bewust speelrust heeft genomen; hij heeft zijn lippen kapot geblazen. Elke repetitie zit hij in de zaal met zijn partij op schoot. Maar niet teleurgesteld, glunderend juist. „Die muziek is toch vet?! Ik heb alleen maar kippenvel”, fluistert hij meermaals. En over zijn lippen, met plat accent, wijzend op een appel: „Oh, maar dat kom wel goed hoor. Gewoon veel vitamine C, dan zijn ze zo weer heel.”

Een van de slagwerkers van het NSO.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Hoewel het NSO vooral is bedoeld voor niet-muziekstuderende studenten, zijn sommige secties aangevuld met studenten van het conservatorium. Zo mag het orkest zijn handen dichtknijpen met hoorniste Karla Hernández (26), die uit Cuba komt en nog maar net in Nederland woont. Ze blaast de beroemde hoornsolo van Siegfried alsof het een simpel inspeeloefeningetje is.

Aan het einde van de laatste repetitie van dag 4 wordt Burghgraefs gemeende aanwijzing ‘hoorns, jullie spelen dit veel te zuiver!’ in de WhatsAppgroep uitgeroepen tot quote van de dag. Bij de uitgang van het theater staat een enorme doos vol met nieuwe zelftests voor de volgende morgen.

Roddelcommissie

Tuurlijk, het uiteindelijke doel is een geslaagd muziekprogramma, maar het NSO is en blijft een studentenorkest. In een normale repetitieperiode is er elke avond wel een themafeest tot in de vroege uren; broodnodige ontspanning na acht uur repeteren, verzekeren velen me. Maar in een braaf hotel gaat dat niet. Nu wordt er het laatste uur van de dag netjes aan tafels geborreld en moeten de vroege uurtjes genoegen nemen met kleine groepjes bier en gin-tonic drinkende studenten op hun hotelkamers. Ook de zogenaamde ‘roddelcommissie’ merkt dat het geen normaal jaar is. Op het ‘regelschema’, een groot vel papier dat op de muur achter de pauken hangt en waarop wordt bijgehouden wie het met wie doet, staat nog maar één stel; een hoornist en een violiste die het al een paar nachten erg goed met elkaar kunnen vinden. Nogal een zwakke score voor een dag vier volgens commissielid en violist Sascha Bergsma (22). Iemand laat me een foto van het regelschema van vorig jaar zien. Die staat zwart van de namen in een lijnenlabyrint. Maar vergelijken met vorige jaren heeft niet zo veel zin, zegt altvioliste en nestor Floor van der Does (28) nuchter, met een beker gin-tonic in de hand. „Want het is dit of niks. En dít is al zo veel.” De kamer waarin ze het zegt ligt bezaaid met zelftestverpakkingen.

Toch worden uiteindelijk niet de gemiste feestjes het vaakst genoemd als nadeel van de coronabubbel. Altviolist Laurens Kok (22): „Naar de uitvoeringen komen altijd vrienden luisteren die anders nooit naar klassieke muziek gaan. Dat we die na het concert nu niet dankbaar mogen begroeten, is pas echt jammer.”

Het is een troost dat niet alle leuke extra’s afgeblazen zijn. Zo gaat de traditionele kamermuziekavond, waarop spontaan gevormde groepjes kamermuziek voor elkaar spelen, wel door. Op de gangen en in de foyer van het hotel kom je dan ook lessenaars met muziek tegen waar op de schaarse vrije momenten van de orkestleden vrolijke tango’s voor twee violen of Schuberts strijkkwintet klinken, alsof Wagner en Van Dun nog niet uitdagend genoeg waren. Werkelijk elke kans om weer samen muziek te maken wordt aangegrepen.

Kleine ogen

10.00 uur, de eerste repetitie van dag 5. De ogen zijn nog wat klein, hier en daar wordt een gaap weggemoffeld. Burghgraef begint vandaag met het verhaal van de Ringcyclus. Zijn beknopte samenvatting duurt drie kwartier. Hij zingt alle muzikale leidmotieven voor: dit zijn de Rijndochters, zo klinkt het Rijngoud, zo de slapende Brünnhilde en dit is de draak. Her en der wordt druk aangetekend in de bladmuziek.

Het werkt. Het is indrukwekkend hoe snel de kwaliteit vooruitgaat. De violen, die gisteren nog verwoed bezig waren met zoveel mogelijk ongeveer goede noten raken, komen vandaag toe aan mooi spelen. Ook Burghgraefs herhaalde aanwijzing nog beter naar elkaar te luisteren begint vruchten af te werpen. Het orkest komt met elke herhaling muzikaal een stukje dichter bij elkaar. Het belooft veel. Als corona nu maar buiten de bubbel blijft.

Uiteindelijk maakt lichtkunstenaar Teus van der Stelt er die gewenste interdisciplinaire orkestervaring van. In Transit en The Ring zullen in Almere gespeeld worden in een grote ringvormige lichtstellage, die de sfeer en het verhaal in licht moet uitbeelden. Acht keer kunnen 500 mensen publiek komen kijken en luisteren, maar die moeten natuurlijk wél op anderhalve meter afstand van elkaar blijven.

Nederlands Studenten Orkest, met slagwerker Dominique Vleeshouwers en lichtkunstenaar Teus van der Stel: The Ring en In Transit. 6 t/m 15 augustus in Topsportcentrum Almere. Inl: www.nso.nl