Reportage

Op een van de spannendste dagen van haar leven loopt Femke Bol naar brons

Tokio 2020 Femke Bol werd bij de Spelen derde op de 400 meter horden na „een perfecte race”. Harder dan dit kon ze nu niet. Maar met de goede begeleiding heeft de 21-jarige Nederlandse atlete misschien nog wel een decennium aan carrière voor zich.

Femke Bol (links) en de Amerikaanse Sydney McLaughlin tijdens de olympische finale van de 400 meter horden in Tokio.
Femke Bol (links) en de Amerikaanse Sydney McLaughlin tijdens de olympische finale van de 400 meter horden in Tokio. Foto Nic Bothma/EPA

De avond voor de olympische finale op de 400 meter horden krijgt Femke Bol (21) geen hap door haar keel. Ze is nerveus, natuurlijk, op dit podium stond ze nog nooit. Ze doet pas twee jaar echt serieus aan hordenlopen. Blijf bij je plan, zegt ze tegen zichzelf. Taakgericht werken. Op die manier krijgt ze haar gedachten doorgaans rustig. Alles wat ze moet doen voor en tijdens de race staat in korte commando’s in een notitieboekje geschreven. Ze kijkt zo min mogelijk op sociale media. Op haar Japanse telefoon heeft ze maar vier essentiële contacten toegevoegd. Zo wordt ze niet van haar doel afgeleid. En toch spoken er dinsdagavond doemscenario’s door haar hoofd. Wat als het dan nu ineens misgaat?

Vroeger gebeurde het nog wel dat ze met ontzag voor haar tegenstanders naar haar startblok liep. Ze kan heel erg in haar hoofd gaan zitten, zei ze in maart tegen NRC. Zichzelf gek maken. Maar van Bram Peters, de coach die al sinds haar vijftiende met haar werkt, leerde ze die te parkeren. Door taken op te schrijven, alle mogelijke raceplannen uit te denken. Zo weet ze wat ze wanneer moet doen. Het biedt haar houvast als de spanning haar naar de keel grijpt. In plaats van door haar emoties wordt ze door het stappenplan opgeslokt. Maar de olympische finale valt niet te visualiseren. Nu ze erin staat, wil ze eigenlijk winnen ook. Ze racet altijd voor goud. Dat brengt stress met zich mee, en druk. Ze zegt te voelen dat Nederland met haar mee hoopt.

Ze zoekt de Zwitserse Lea Sprunger (31) op, haar trainingsmaatje op Papendal, bezig aan haar laatste seizoen als atlete. Zij heeft veel meer ervaring dan Bol. De twee werden de voorbije jaren goede vriendinnen. Sprunger kan haar goed kalmeren. Je mag vertrouwen hebben, zegt ze tegen Bol. Je bent sterk, fit. Dat had ze zelf ook beaamd, na haar halve finale op maandag, die ze won in de stromende regen. De debutante liep haar rondes door het olympisch stadion alsof ze nooit anders had gedaan; ontspannen doch gefocust. De klasse droop eraf.

Twee dagen daarvoor liep ze twee keer een 400 meter op één dag. Ze wilde het risico nemen om met de 4x400 meter gemengde estafette een medaille te winnen. Daar greep ze net naast, Nederland werd vierde, maar spijt van haar keuze had ze niet. Bol wilde alles meepakken, alles beleven in haar woorden. Ze was nog nooit zo fit geweest en je wist niet hoe lang dat zou gaan duren. Dat laatste zinnetje zei veel over haar. Ze is pas 21, je mag aannemen dat ze met de goede begeleiding misschien nog wel een decennium aan carrière voor zich heeft. En toch had ze zich voorgenomen nu te genieten, alsof dit zomaar haar laatste toernooi kon zijn.

Op krachten blijven

Met veel moeite krijgt ze dinsdagavond haar eten weg; rijst vooral, koolhydraten. Het is proppen om op krachten te blijven. Om negen uur probeert ze te gaan slapen, maar dat lukt niet meteen. Ze is bang dat ze een slapeloze nacht zal hebben. Een bevriende Britse atlete loopt de finale van de 800 meter. Die race wil ze eerst zien. Daarna gaat het licht uit. Om half zes, zes uur voor de wedstrijd, is ze al wakker. Dit is een van de spannendste dagen uit haar leven. En ze is niet kansloos.

Sinds ze vorige maand in Stockholm bijna een seconde van haar Nederlands record af liep, voor het eerst onder 53 seconden (52,37), zou ze in Tokio mee gaan doen om de medailles. Ze hoorde nu bij de drie snelste vrouwen ter wereld op de 400 horden. Alleen de Amerikaansen Dalilah Muhammad, regerend olympisch en wereldkampioen,en Sydney McLaughlin, sinds kort de wereldrecordhoudster, waren sneller dan Femke Bol uit Amersfoort.

In Stockholm werd ze tot op de streep opgejaagd door de Amerikaanse Shamier Little. Tegenstand deed haar grenzen doorbreken. Haar coaches keken vol verbazing toe. Het lag niet in hun plannen dat ze nu al zo snel zou zijn.

De races die ze daarvoor had gedaan, won ze steeds met groot gemak. Maar de snelsten ter wereld deden daar niet aan mee. Zij concentreerden zich op de Amerikaanse trials, de plaatsingswedstrijden voor de Spelen. Bol zou zich pas in Tokio met hen gaan meten. Tegen McLaughlin liep ze nog nooit en pas een keer tegen Muhammad, in de halve finale van de WK in Doha twee jaar terug. Toen had ze nog een heel ander niveau. Ze was blij dat ze zich in de series voor de Olympische Spelen had geplaatst. In de halve finale werd ze uitgeschakeld, met een tijd in de 56 seconden. „Toen dacht ik: wat doe ik hier? Nu loop ik een olympische finale. Dat is fantastisch.”

De Amerikaanse titelverdedigster op de 400 meter horden Dalilah Muhammad aan het einde van de laatste bocht, met Femke Bol en Sydney McLaughlin achter zich. Foto Francisco Seco/AP

Ze heeft baan 5 toebedeeld gekregen en dat is gunstig. De bochten zijn niet zo krap als in de binnenste twee, waardoor ze goed op snelheid kan blijven. Ze heeft zich voorgenomen hard te starten, niet per se haar handelsmerk. Bol moet het juist hebben van haar eindschot, komt doorgaans langzaam op gang. Maar zonder risico win je geen medaille, zou ze later zeggen. Ze heeft Sydney McLaughlin naast zich in baan vier. Die zal naar alle waarschijnlijkheid in de bocht al naast haar zitten. Dalilah Muhammad zit rechts van haar, in baan 7. Ook zij zal in het eerst stuk van haar weglopen. Bol moet in de achtervolging. Kan gaan jagen.

Structureel vijftien passen

Ze tikt zichzelf een paar keer hard in het gezicht, slaat op haar bovenbenen. De spanning zoekt een uitweg. Het zijn de reflexen van een atleet in een hyperfocus op presteren. Met haar eerste passen onderscheidt ze zich niet, dat zie je nu ook weer. Maar na de bocht rukt ze op in het veld. Het lukt haar sinds dit jaar pas structureel om vijftien passen tussen de horden te maken. Voorheen zaten er horden van zestien passen tussen. In het begin voelt het als veel, als haar snelheid nog hoog ligt, maar naarmate de race vordert en lactaat bewegen moeilijker maakt, worden vijftien passen een grotere uitdaging, die zij met haar lange benen als geen ander beheerst.

De drie snelste vrouwen ter wereld komen zij aan zij het laatste rechte stuk op. De rest volgt op grote achterstand. Pas op de laatste horde ontstaat het verschil. Femke Bol kan haar snelheid minder goed vasthouden dan Muhammad en McLaughlin. Die twee lopen bij haar weg en dat is geen schande. Zij zijn beiden bijna een halve seconde sneller dan het wereldrecord. Muhammad klokt 51,58 seconden, McLaughlin 51,46, de nieuwe mondiale toptijd. Bol pakt brons met 52,03, een Nederlands en Europees record. Na de finish blijft ze een paar minuten gestrekt op haar rug liggen. Dan krijgt ze de Nederlandse vlag aangereikt en poseert ze naast de vrouwen tegen wie ze anderhalf jaar geleden nog opkeek.

Bol vindt dat ze de perfecte race gelopen heeft, zegt ze later in de catacomben van het olympisch stadion. Harder dan dit kon ze nu niet. Met brons is ze „heel erg blij.” Van de race kan ze zich gek genoeg nog maar weinig herinneren. Dat had ze eerder nog nooit. Het zegt, denkt ze, alles over hoe gefocust ze was. Voor de andere „meiden” heeft ze niets dan ontzag. Hun prestaties werken als inspiratiebron voor haar. Net als Bol is McLaughlin ook pas 21. Ze kijkt uit naar de strijd die komen gaat. Maar eerst gaat ze genieten. Ze pakt haar bronzen medaille vast, en zegt met een grote glimlach: „Hoeveel Nederlanders is dit nou gelukt?”