Na 10 kilometer zwemmen is het verschil tussen goud en zilver minder dan een seconde

Tokio 2020 Sharon van Rouwendaal ging in Tokio op voor haar tweede olympische titel bij het openwaterzwemmen. Ze werd tweede na „een hele goede race”.

Sharon van Rouwendaal na haar tweede plaats op de 10 kilometer openwaterzwemmen in Tokio.
Sharon van Rouwendaal na haar tweede plaats op de 10 kilometer openwaterzwemmen in Tokio. Foto Olaf Kraak/ANP

Bij het laatste keerpunt in het water bij Odaiba, een kunstmatig eiland in de baai van Tokio, lag Sharon van Rouwendaal voor een op haar ongewone positie. Als vierde ging ze om de gele boei, op een armlengte achterstand van de Braziliaanse Ana Marcela Cunha. Het was een bewuste keuze geweest, zo zei de 27-jarige openwaterzwemster na de race tegen de NOS. Van Rouwendaal wilde in het spoor van de Braziliaanse blijven. Want, zo zei ze, had ze als favoriet vooraan gezwommen dan „trekken ze je helemaal terug”. Dan zou ze aan het einde van de olympische tien kilometer sowieso te weinig energie over hebben gehad.

En favoriet was ze. In Japanse wateren ging Van Rouwendaal dinsdagavond laat Nederlandse tijd op voor haar tweede olympische titel op rij, na het goud in Rio vijf jaar geleden. Het werd zilver. De Braziliaanse Cunha nam in de laatste ronde de leiding in de wedstrijd en gaf die niet meer weg. Op tien kilometer borstcrawl het verschil minimaal – na twee uur zwemmen tikte Van Rouwendaal nog geen seconde later aan dan de winnares.

Ontdaan van het mislopen van goud leek Van Rouwendaal nauwelijks. „Ik had het niet beter kunnen doen vandaag. Ik ben heel erg blij met zilver, het was een hele goede race”, zei ze kort nadat ze uit het water was gekomen.

Ze had te weinig kracht over gehad om nog een keer aan te zetten en Cunha voorbij te gaan. Net te weinig vermogen voor nog een versnelling. Cunha had het tempo in de laatste ronde dusdanig hoog gehouden, om daarmee uit voorzorg aanvallen te pareren en hield aan de finish dus precies genoeg over voor de gouden plak.

Van Rouwendaal had zich in de sprint meer gericht op het behoud van de tweede plaats bleek achteraf. De Australische Kareena Lee was echt aan het „vechten” geweest in de heupen van Van Rouwendaal, zei ze. Lee tikte acht tienden na de Nederlandse aan.

Goud aan de Copacabana

In Rio de Janeiro was het verschil met de nummer twee, de Italiaanse Rachele Bruni, in 2016 nog zeventien seconden. Cunha eindigde in Brazilië op meer dan een minuut als tiende. Aan de Copacabana zette Van Rouwendaal de kroon op het jarenlange beulswerk onder de Franse coach Philippe Lucas. Jaren achtereen zwom zij in een vijftigmeterbad tientallen, zo niet honderden baantjes per dag. Gehard door de vaak troosteloze omgeving, eenzaam in het water, in combinatie met de spartaanse wijze van coachen van Lucas. Vele zwemsters ging eraan onderdoor, haakten af. Van Rouwendaal niet. „Want onder heftige omstandigheden functioneer ik het best. Ik zet mijn gevoel uit, stap over de pijn heen en ga ervoor”, zei ze in juni vorig jaar nog in een interview in NRC.

Lees ook: ‘Al mijn verdriet stopte ik in de sport’

Twee maanden later kwam er toch de twijfel over de samenwerking, de 'magie' met Lucas leek uitgewerkt. Van Rouwendaal was klaar voor iets nieuws, zei ze in een verklaring van de KNZB. In augustus stapte ze over naar de Duitse trainer Bernd Berkhahn. Olympische kwalificatie was toen al een feit, Van Rouwendaal kon rustig toewerken naar de Spelen van Tokio.

Dit jaar nog won ze goud bij de vanwege corona uitgestelde Europese kampioenschappen op de vijf en de tien kilometer openwater in Boedapest. Daarmee prolongeerde ze haar titels van de Europese Spelen in Glasgow.

Van Rouwendaal is dus gewend aan goud, maar woensdag vond ze al snel berusting in het zilver, zei ze bij de NOS: „Ik lees ook vaak dat mensen schrijven dat sporters goud hebben verloren. Dat is niet zo. Mijn gouden medaille ligt thuis op mijn nachtkastje en nu heb ik zilver. Die neem ik ook mee.”