Recensie

Recensie

Alsof psychedelische platenhoezen uit de jaren zestig en zeventig tot leven komen op deze tentoonstelling

Jan M. Verburg Een overweldigende overzichtstentoonstelling in Lochem toont het werk van Jan M. Verburg. Hij verbindt de Middeleeuwen en de Renaissance met het heden, alsof psychedelische platenhoezen uit de jaren zestig en zeventig tot leven zijn gekomen.

De overzichtstentoonstelling The Gate of The Lost Paradise van Jan M. Verburg in de Grote of Sint-Gudulakerk in Lochem
De overzichtstentoonstelling The Gate of The Lost Paradise van Jan M. Verburg in de Grote of Sint-Gudulakerk in Lochem Foto Jopie Nijstad

Duizenden muziekliefhebbers passeerden tussen 1993 en 2003 de poorten van het popparadijs van Lowlandsfestival in Biddinghuizen. Metershoge, monumentale schilderijen sierden de entree. Ze stelden Napoleon voor, Elvis Presley, koningin Beatrix, Muhammed Ali, Brigitte Bardot en Beethoven.

De kunstenaar achter de doeken is Jan M. Verburg (72). Hij werkt enigszins in de luwte met slechts sporadisch een expositie. Daarin is nu met een overweldigende tentoonstelling in de Grote of Sint-Gudulakerk in Lochem in een keer een einde gekomen: het lege, gotische interieur is veranderd in een wervelstorm aan kleur en beweging, alsof psychedelische platenhoezen uit de jaren zestig en zeventig tot leven zijn gekomen. The Gate of The Lost Paradise heet de overzichtstentoonstelling. Het ‘verloren paradijs’ betekent in dit geval het einde van een hoofdstuk in de popgeschiedenis: sinds corona is het misschien niet snel meer mogelijk dergelijke meerdaagse evenementen voor tienduizenden bezoekers te organiseren.

De band tussen Verburg en Lowlands is innig: samen met festivalpionier Joost Carlier, ook uit Lochem, was hij van begin af aan betrokken bij de Lochemse Popmeeting, voorloper van Lowlands. Ook voor de roemruchte nachtclub en discotheek Roxy in Amsterdam ontwierp hij iconische doeken, bestemd voor de nissen van dat gebouw. En nu komen Roxy én Lowlands en nog veel meer samen in dit plechtige kerkinterieur.

Religieuze triptiek

Bij de entree wordt de blik meteen gezogen naar het koor waar drie werken een bijna religieuze triptiek vormen. In het midden een zelfportret van de kunstenaar in felrood. Links daarvan een reusachtige uitvergroting van een meesterstuk van Dalí, De brandende giraffe (1936-1937) en aan de andere zijde het laat-middeleeuwse werk De dood en het meisje van Hans Baldung. De werken hangen voor de sobere raampartijen, waardoor het lijkt alsof die zijn omgetoverd tot kleurrijke glas-in-loodramen.

Drie werken van Jan M. Verburg vormen een bijna religieuze triptiek. In het midden een zelfportret van de kunstenaar in felrood. Links daarvan een reusachtige uitvergroting van een meesterstuk van Dalí, De brandende giraffe (1936-1937) en aan de andere zijde het laat-middeleeuwse werk De dood en het meisje van Hans Baldung. Foto Jopie Nijstad

Verburg is een onstuitbaar schilder, gulzig en vrijgevig. Bekendheid verwierf hij als Gouden Penseel-winnaar voor het prenten- én latere cultboek Tom Tippelaar (1977) met tekst van Annie M.G. Schmidt. Ter gelegenheid van deze expositie verschijnt deze maand een herdruk bij uitgeverij Querido. Op hoge schragen in de kerk staan meterslange leporello’s uitgestald, boekwerken in grillige, zigzaggende vorm. Die bevatten de weerslag van Verburgs reizen, onder meer naar Thailand, Rome, Suriname en Londen. In de laatste stad bezocht hij de grote tentoonstelling van dichter en schilder William Blake (1757-1827), onmiskenbaar een van zijn inspiratiebronnen. Van die expositie maakte hij een harmonicaboek waarin hij het werk van Blake verbindt met zijn eigen visioenen. De zigzagboeken vormen indringende, caleidoscopische beeldverhalen waarin landschappen, portretten, bomen, vogels, vlinders, doodskoppen, skeletten en stadsgezichten in eindeloze en associatieve reeksen in elkaar overvloeien.

Middeleeuwen

De kunst van Verburg is bij uitstek eclectisch: hij kiest uit de hele kunstgeschiedenis, van Middeleeuwen en Renaissance tot de moderne tijd, van Goya en Dalí tot Damien Hirst zijn voorbeelden. Die transformeert hij op hoogstpersoonlijke manier, zodat het voor de toeschouwer spannend is te ontdekken waar het een eindigt en Verburgs werk begint. Het surrealisme van Dalí past moeiteloos bij een Egyptische valkgod of de hindoeïstische Ganesha, de god met het olifantenhoofd.

Bij de tentoonstelling hoort de door Irma Boom prachtig vormgegeven catalogus in de vorm van een leporello. Hierin is een ZKV (Zeer kort Verhaal) van A.L. Snijders over Verburg opgenomen die hem „een middeleeuwer in onze tijd” noemt. Dat is goed gezien. Maar dan wel een middeleeuwer die op zijn expositie een lichtkunstwerk van Joeri Vermeulen op de gewijde kerkgewelven laat projecteren als vloeistofdia’s. En er klinkt rock- en punkmuziek als op Lowlands, van Iggy Pop en The Smashing Pumpkins. En kijk eens achter de doeken, daar zijn op de muren de tedere, bijna verwaterde tinten te onderscheiden van de eeuwenoude fresco’s van de van oorsprong katholieke Sint-Gudulakerk. En ook dat past wonderwel bij deze stormachtige, overvloedig rijke expositie.