Goudkoorts

Lopend vuurtje Dennis Boxhoorn noteert in Tokio wat hem opvalt tijdens de Olympische Spelen.

Lopend vuurtje Tokio

Twee vrienden waren van Tokio naar Izu gereden om nog iets van de Spelen mee te krijgen voor ze alweer voorbij waren. Ze hadden ook kaarten voor tafeltennis en roeien, maar die waren door de noodtoestand waardeloos geworden.

In Izu golden minder strenge regels. Op de tribunes van het velodroom mocht niet aangemoedigd worden. Klappen wel. De twee namen evengoed enthousiast plaats.

Een van hen, Kaz Nagaye (35), vertelde hoe blij hij was toen de Olympische Spelen aan Japan werden toegekend. Dat gold voor de meesten van zijn generatie, zei hij. Maar sinds het uitstel vorig jaar was voor blijdschap geen plaats. Zelfs al had je zin in de Spelen, dan liet je het niet zien, uit respect voor coronapatiënten en medewerkers in de zorg. Zij hadden het zwaar tijdens de pandemie. Kaz legde uit hoe belangrijk fatsoen is in Japan.

In de weken voorafgaand aan de openingsceremonie bleek uit peilingen dat steeds minder Japanners de Spelen wilden ontvangen. Op het dieptepunt nog niet de helft. Vanwege de hoge kosten, angst voor het virus.

Maar volgens Kaz was de publieke opinie de laatste dagen aan het kantelen. Japan had met nog vier dagen te gaan al een recordaantal van twintig gouden medailles, drie meer dan in 1964, de laatste keer dat de Spelen in Tokio waren. Die goudkoorts heeft alles veranderd, zei Kaz.