Recensie

Recensie Beeldende kunst

De mythes achter schilder Francis Bacon

Biografie Francis Bacon De Iers-Britse schilder Francis Bacon vervormde alles, ook zijn eigen leven. In een veelomvattende biografie worden alle mythes ontrafeld.

Francis Bacon had overal ter wereld tentoonstellingen, zoals in 2012/2013 in Sydney, Australië.
Francis Bacon had overal ter wereld tentoonstellingen, zoals in 2012/2013 in Sydney, Australië. Foto Tracey Nearmy/EPA

Wanneer de Britse prinses Margaret in het voorjaar van 1949 op een bal is, pakt ze de microfoon en begint te zingen. De gasten vinden het enig maar net wanneer ze ‘Let’s do it’ inzet, roept een man nadrukkelijk ‘boe’. De band stopt en de prinses verlaat emotioneel de zaal. Enkele gasten zijn woedend over de actie van de man, die ook nog eens de maker blijkt te zijn van de „afschuwelijkste schilderijen”. De criticus en schilder verklaart desgevraagd dat hij dit heeft gedaan om de normen van de gemeenschap te verdedigen. De prinses had vals gezongen: „Het was verschrikkelijk geweest. Volgens mij moeten mensen niet optreden als ze het niet fatsoenlijk kunnen.”

De scène heeft jammer genoeg de Netflix-serie The Crown niet gehaald, maar het is een mooie anekdote om de kunstopvatting van de schilder Francis Bacon (1909-1992) te typeren. Hij was namelijk niet minder streng voor zichzelf dan voor koninklijke entertainers. Toen in 1949 het Amerikaanse tijdschrift Time een profiel van hem maakte, schreef de journalist dat de man met ‘babyface’ al 700 doeken had vernietigd, omdat ze zijn eigen kritiek niet konden doorstaan.

Vervorming

Pulitzerprijswinnaars Mark Stevens en Annalyn Swan dissen de anekdote met smaak op in hun omvangrijke biografie over de kunstenaar over wie alles al geschreven leek. Ze tonen in een geweldig verteld verhaal aan welke mythes Bacon zelf de wereld in hielp, welke niet kloppen en hoe de Iers-Britse schilder zich ontwikkelde van iconoclast tot icoon („Hij was slechts een figuratief schilder, hij was zelf een figuur aan het worden”, merken ze na de Margaret-anekdote op). Bacon was de man die alles vervormde, ook zijn eigen leven.

Lees ook: Anne Wenzel maakt het werk van Francis Bacon na van klei

De basis van zijn vervorming zat al in zijn jeugd met een vader die ‘majoor’ heette en die weinig ophad met zijn verwijfde zoon. Zo moest de astmatische Bacon juist op pony’s zitten en met de honden knuffelen omdat een kind dat blauw aanliep harder aangepakt moest worden om een sterker karakter te vormen. Zijn moeder hield van hem, maar meer nog van zichzelf. Ze zou nooit een schilderij van haar kind kopen, omdat ze een voorkeur had voor landschapschilderijen en mooie portretten.

De autodidact Bacon, die pas als tiener naar school ging omdat hij te ziekelijk was, deed in 1945 de Londense kunstwereld op haar grondvesten schudden met zijn Three Studies for Figures at the Base of a Crucifixion. Het werk toonde dat het kwaad niet alleen in Duitsers zat (zoals de Britten toen dachten), maar in de mens zelf. Bacon vertelde de pers toen dat hij nooit tekenles had gehad en eigenlijk pas in de jaren veertig was begonnen met schilderen.

Dit klopt niet, vertellen Stevens en Swan. Bacon had niet alleen in de jaren twintig tekenlessen gevolgd in Parijs, maar raakte toen ook zwaar onder de indruk van het design dat hij zag in galerie Jean Désert. „Voor iemand met astma die is opgegroeid in vochtige Ierse kamers met weinig frisse lucht, beloofde Jean Désert vernieuwing en ontsnapping”, schrijven ze. De negentienjarige Bacon besloot prompt zelf designer te worden en ontwierp vloerkleden.

Het is een onbekende fase waar Bacon niet over sprak, omdat hij mogelijk te boek zou komen te staan als commercieel. Ook de abstracte schilderijen die hij als negentienjarige maakte, liet hij ongenoemd, net als het feit dat hij veel las en vaak naar het theater ging. De selfmade man wilde het idee van autodidact en levensgenieter hoog houden.

Voor zijn eenzame dood had Francis Bacon alle voorbereidingen getroffen

Begin jaren dertig, wanneer hij in een groepsexpositie debuteert en in 1934 een solo-expositie heeft, komen vernietiging en mythe samen. Behalve enkele vrienden komt er niemand kijken, ook zijn ouders niet. Een recensent stelt dat Bacon geen „kunstenaar is, maar een ontlader van zijn onderbewuste”. Een vriend koopt nog wel het schilderij Head in Ecstasy, maar heeft algauw spijt en wil het omruilen. In het atelier van Bacon vindt hij echter niets van zijn gading en geeft het schilderij maar gewoon terug. Bacon vernietigt alles – op twee werken na – om opnieuw te beginnen.

De Iers-Britse kunstschilder Francis Bacon in zijn atelier (1985), waar het altijd een puinhoop was. Foto Terence Spencer

De basis voor de mythe

In 1945 legt hij na Three Studies… de basis voor de mythe. „Ik begon”, zei hij later onverschillig toen de kunstwereld wilde weten wie dit wonder was. Hier was een schilder aan het werk die alle conventies aan zijn laars lapte en met zijn figuratieve schilderijen een ontluisterende blik gaf op de binnenwereld van de mens. Maar ondanks zijn verzet tegen wat gangbaar was, werd Bacon steeds geliefder. Ten slotte gingen zijn kruisigingen en schreeuwende pausen de wereld over.

In het begin van zijn carrière werd Bacon ondersteund door oudere geliefden. Later ruilde hij die in voor jongere mannen. Van de vele die bij Stevens en Swan aan bod komen, zijn er twee zijn grote liefdes: Peter Lacy en George Dyer. Allebei overleden ze op de dag dat Bacon een opening van een grote tentoonstelling had.

Ook Lacy en Dyer zijn in mythes gevangen. Lacy stierf aan alcoholvergiftiging en Dyer pleegde zelfmoord. Het dode lichaam van de laatste werd de hele nacht op de wc gelaten, waar hij aan een overdosis was overleden. Om de opening van een tentoonstelling in Parijs niet te verstieren, werd zijn dood pas de volgende dag aan de politie doorgegeven.

Bij beide tentoonstellingen leek Bacon onaangedaan en jarenlang ontkende hij de zelfmoord van Dyer. Maar hoe veelomvattend zijn liefde voor hen was, blijkt uit de werken waarop hij ze had afgebeeld. Aan Dyer wijdde hij zelfs verschillende drieluiken; op een hiervan legde hij zijn doodstafereel vast.

Puinhoop

In de loop van de jaren werd Bacon steeds ‘mondainer’. Parijs en New York omarmden hem, schrijvers lieten zich graag met hem in en hij stond in Vogue. Hij werd ook invloedrijk, zoals blijkt uit een portret van de ‘icoon’ Bacon in The Daily Mail: „Studenten maken nu deprimerende, saaie en nachtmerrie-achtige portretten.”

Voor zijn eenzame dood had Bacon alle voorbereidingen getroffen. Hij zorgde ervoor niet in het natte, grijze Engeland te sterven, maar in Spanje waar hij een crematie zonder tierlantijnen had geregeld. Zijn atelier, waar het altijd een puinhoop was, had hij keurig opgeruimd. Na zijn dood had de woede over zijn boegeroep van weleer plaatsgemaakt voor lof en werd hij zelfs de ‘grootste schilder sinds William Turner’ genoemd.