Eendenveren en paardenschedels

‘Ga je het redden, vroeg de vader van het kind bezorgd.‘ Deel 5: De Hydra van Lerna.

Illustratie Sharon Coone

De vader van het kind moest naar Parijs voor een restauratieklus; een gigantisch schaakspel van tien bij tien meter dat deel uitmaakte van een outsider art-expositie in de Fondation Louis Vuitton. Hij zou zes weken wegblijven. Ik probeerde hem dat kwalijk te nemen, maar de waarheid is dat ik me bevrijd voelde. Niet van hem in het bijzonder, maar van iets wat tijd en ruimte kostte.

Ga je het redden, vroeg hij bezorgd, de dagen voorafgaand aan zijn vertrek. Het was de oude manier van praten, de gedempte manier, de maak-haar-niet-van-streekmanier. Hij had hem tijdens mijn zwangerschap voor het eerst in jaren weer uit de kast gehaald. Ik had hem kunnen zeggen dat hij zich nergens zorgen over hoefde te maken, dat ik echt niet van plan was opnieuw in te storten nu ik moeder werd, niet ieder cliché hoefde ook daadwerkelijk geleefd te worden. In plaats daarvan liet ik hem begaan, sterker nog, ik ging er een beetje in hangen, alsof er inderdaad een risico bestond, een potentieel gevaar van gekte.

In werkelijkheid voelde ik me uitstekend. Na haar week van afwezigheid was de vrouw uit het park naar ons teruggekeerd. We spraken er niet over, er was niets om over te spreken, ze was er, we waren weer compleet — met de vader van het kind in Parijs zelfs completer dan ooit.

Toen ze op een middag over hem begon, was het alsof ze een stilzwijgende afspraak tussen ons verbrak. De vader van het kind maakte deel uit van mijn andere leven, een leven dat ooit belangrijk had geleken maar dat me nu voorkwam als een matig interessante serie die je alleen uitkijkt omdat je er nu eenmaal aan begonnen bent.

Ze was bovenmatig geïnteresseerd in zijn werk, met name het schaakproject. Ik had hem er weinig over gevraagd, van schaken wist ik niks en ook het eeuwige gemier over precies de juiste verf, lijm, epoxyhars, werkte me op de zenuwen.

We googelden de kunstenaar en ontdekten dat hij, een man die leed aan schizofrenie en als een kluizenaar leefde aan de Ierse westkust, onlangs was overleden door een val van een klif.

Zijn schaakbord, een werk uit de vroege jaren ’90, had een iconische status verworven. De witte velden waren ingelegd met een paar duizend kippenbotjes, de zwarte met een ontstellende hoeveelheid diepgroen glanzende eendenveren. De pionnen en stukken waren gemaakt van bordkarton en pluche. Voor de paarden had de kunstenaar echte paardenschedels gebruikt. Zwart had maar één paard. Voor dit stuk had hij zich, lazen we op zijn Wikipediapagina, laten inspireren door de Hydra van Lerna. Negen zwartgeverfde schedels ontsproten aan het paardenlijf, het was een angstaanjagend gezicht, een schaakstuk dat zich als een nachtmerrie over het bord bewoog.

„Interessant,” mompelde de vrouw uit het park, „het waterdier dat zich op het land begeeft.”

Later die avond dansten we op Fleetwood Mac, ik herinner het me omdat ik die nacht half doorweekt wakker werd, rillend van het zweet. Players, galmde het door mijn koortsige hoofd, only love you when they’re playing.

Volgende week: Kinderkopjes