Opinie

De revolte is geluwd maar niet verdwenen

Marijn Kruk

Een handvol gele hesjes die slag leveren met de oproerpolitie; sterfilosoof Bernard-Henri Lévy die twittert dat „onze jaren dertig” lijken aangebroken. De protesten, afgelopen weekend, tegen het coronapaspoort van Emmanuel Macron hadden iets van een déjà-vu. Maar wat we zagen was toch vooral een residu. Hier stonden de schamele overblijfselen van wat ooit een massabeweging was. En behalve ‘BHL’ zag niemand hier een bedreiging voor de Franse democratie in.

Eind 2018 was dat anders. Toen aanschouwde Parijs de meest gewelddadige rellen sinds mei 1968 en trokken groepjes geradicaliseerde gele hesjes, linksrevolutionairen, radicaal rechts militanten en ordinaire vandalen een spoor van vernieling door de stad. Een geplande bestorming van het Élysée werd voorkomen. Maar de situatie was wel zo precair dat een helikopter klaarstond om Macron in veiligheid te brengen. Het was het begin van een protestbeweging die pas zou luwen toen de eerste lockdowns het openbare leven begin 2020 lam legden.

Een maand voor die eerste geweldexplosie zocht ik Lévy op in Parijs. In 2016 waren Engeland met de Brexit en de Verenigde Staten met Trump bezweken voor de sirenes van het nationaal populisme. Even leek de verkiezing van Macron (2017) de trend te keren, maar klinkende overwinningen van Orbán in Hongarije en Salvini in Italië (beide in 2018) hadden die hoop doen verbleken, en BHL maakte zich zorgen.

Hij zag geen strijd van ‘het volk’ tegen ‘de elite’, maar tussen universalisme en fascisme en koesterde de overtuiging dat het liberale establishment nu wel genoeg meegebogen had met de populistische storm die door de westerse wereld raasde. De liberale democratie stond op het spel. Het is niet meer vijf maar één voor twaalf, waarschuwde Lévy in zijn kapitale appartement, het karakteristieke witte overhemd tot de navel ingesneden.

Het was aandoenlijk en potsierlijk tegelijk. Net als de theatertour die hij op het punt stond te ondernemen langs een twintigtal Europese hoofdsteden, waaronder Amsterdam. Een try-out in Londen was in Le Monde afgekraakt en ik vroeg me af wie Lévy met zijn gezwollen taal en slappe performance dacht te overtuigen. Diens obsessie met de jaren dertig en oprukkend fascisme leek me eerder contraproductief. Maar zijn engagement was echt en zijn gevoel van urgentie was wijdverbreid, zeker in die dagen.

Ik herkende het bij mezelf. Hoe ik na de verkiezing van Trump koortsachtig het nieuws uit Amerika volgde. Steeds de opluchting als de voorbije nacht geen al te gekke dingen waren gebeurd. Te leven in aanhoudend besef dat er iets wezenlijks op het spel stond. Stond de ‘liberale orde’ nog steeds overeind? Pas toen Trump goed en wel in Mar-a-Lago zat en van Twitter was gegooid veranderde dat.

Het meest wonderlijke van de populistische revolte is misschien nog wel hoe snel het ging van ‘alle hens aan dek’ tot er schouderophalend aan voorbij gaan. Het coronavirus hielp een handje, in ieder geval deels. Het legde genadeloos de incompetentie bloot van de demagogen die her en der waren komen bovendrijven (Trump in de VS, Johnson in Engeland, Bolsonaro in Brazilië, Modi in India). In ons eigen land zag Thierry Baudet ‘het goud’ dat hij in handen had verdampen zodra hij eenmaal op zijn coronacomplottoer ging.

Het onttrekt aan het zicht dat de factoren die het nationaal-populisme aanjoegen – groeiende economische ongelijkheid, immigratie, de afbrokkelende macht van het Westen – niet verdwenen zijn. Ze hangen samen met de globalisering en er is weinig reden om aan te nemen dat die niet zal voortschrijden, ook al zet de pandemie deze nu even op de rem. Dat wéten we natuurlijk ook wel, en dat maakt tegelijk dat we ons toch niet helemaal met een gerust hart achter het fornuis kunnen terugtrekken. Het is het ongemakkelijke besef van de vraag waar we nu de afgelopen jaren nu precies getuige van waren.

Een kantelmoment in de wereldgeschiedenis of een duister toneelstuk met goede afloop? Verkeerde de liberale democratie werkelijk in existentieel gevaar, of was het meer een hobbel in de weg?

Ik neig zelf naar het laatste.

De nationaal-populistische revolte is geluwd, maar niet verdwenen. Het systeem heeft de schok geabsorbeerd. Toch zal niets meer hetzelfde zijn – zoals de scheur in de grond na een aardbeving laat zien dat de wereld misschien minder solide is dan je dacht.

In die zin is het een waarschuwing. De weg was die van steeds voortgaande globalisering en liberalisering en daar dachten we verder niet over na. Soms heb je een hobbel nodig om je ervan bewust te maken dat de weg niet vanzelfsprekend is. Of BHL daar ook zo over denkt weet ik niet. Maar mij lijkt het een goede les.

Marijn Kruk is journalist. Hij vervangt deze week Luuk van Middelaar.