Opinie

‘Ken je de Snollebollekes?’, zowel de vraag als het antwoord boeien niet

Marcel van Roosmalen

De ophef van de dag ging over journalist Hidde van Warmerdam van het AD die voor het AD-programma Hallo Tokio aan goudenmedaillewinnares Sifan Hassan de vraag stelde of ze de Brabantse band Snollebollekes kende. Ze kende ze niet.

Ik zag het geknipte fragment voorbijkomen en vond het suf.

Nederlandse atlete levert topprestatie, journalist wil weten of ze de Snollebollekes kent, want dat hoorde hij direct na afloop in het stadion.

Veel mensen heel erg boos.

De vraagstelling zou respectloos zijn, en volgens een enkeling zelfs discriminerend.

Thijs Zonneveld van het AD reageerde via Twitter vanuit Tokio. Hij begreep de ophef niet.

„We hebben verslaggevers die Hassan jaar in, jaar uit volgen. We schrijven column na column en artikel na artikel. Het is vrij ridicuul om een vraag te pakken en daar schande over te schreeuwen. Aan Dafne Schippers zou dezelfde vraag zijn gesteld.”

En: „Wij proberen andere vragen te stellen. Aan iedereen, dus ook aan Hassan.”

Ik geloof Thijs Zonneveld, je moet de verkeerde intentie willen zien. Sifan Hassan zag het overduidelijk niet, ik ook niet.

Blijft over het totale gebrek aan fantasie, met je: „We proberen andere vragen te stellen.”

”Ken je de Snollebollekes?”, zowel de vraag als het antwoord boeien niet. Andere vragen in het interview met Hassan: „Wat is moeilijker: goud halen op de Olympische Spelen of 46 interviews achter elkaar doen?”, „Hoe voel je je?” en „Had je het nog verwacht na vanochtend?”

Wat wel lief van sportjournalisten is: ze steunen elkaar door dik en dun. John Volkers van de Volkskrant twitterde: „Houd de rug recht, Thijs. Ik stel ook andere vragen dan gebruikelijk. Goed voor het verhaal immers. Daar zijn we journalisten voor. Laat ze ...”

In de sportjournalistiek proberen ze al eeuwen om de vragen ‘anders’ te stellen, je snakt zo nu en dan naar een normale vraag.

Of naar geen vraag.

Ik steek de hand ook in eigen boezem. Een paar jaar als fremdkörper in de sportjournalistiek rondgelopen, geen normale vraag gesteld. Sportjournalisten hebben wekelijks te maken met teleurstelling en euforie. Ze zijn voortdurend op zoek naar een nieuwe vorm, en eindigen uiteindelijk altijd bij een variant van die gouwe ouwe „wat ging er door je heen?”

Of als er niet gewonnen is: „Waar ging het mis?”

Antwoord op die laatste vraag: waar het altijd misgaat, bij de Snollebollekes. Zij verknipten een interviewtje van drie minuten tot die ene vraag. En daarna begon de ellende. Nondeju.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.