Asielaanvraag Nigeriaan die zegt homo te zijn moet opnieuw worden bekeken

Asielprocedure Staatssecretaris Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid, VVD) wees het asielverzoek van een Nigeriaan af omdat ze betwijfelt of hij echt homo is. Van de Raad van State moet zij duidelijk maken wat zij vindt van ondersteunend bewijs, zoals bonnetjes van een homosauna.
Het IND-loket in Den Haag.
Het IND-loket in Den Haag. Foto Peter Hilz/HH

De afgewezen asielaanvraag van een Nigeriaanse man moet opnieuw worden bekeken. Dat heeft de Raad van State woensdag besloten. De man vroeg in Nederland asiel aan omdat hij homoseksueel zegt te zijn en daarom gevaar loopt in zijn thuisland. Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid, VVD) wees de aanvraag af omdat ze twijfelt aan zijn verhaal, maar volgens de hoogste bestuursrechter is het onduidelijk of zij bij de weging van het bewijs wel grondig genoeg te werk is gegaan.

De Nigeriaan stelt in zijn verklaring in eigen land met zijn mannelijke partner te zijn betrapt, en daarom de wijk te hebben genomen naar Nederland. In Nigeria worden lhbti’ers ernstig onderdrukt en krijgen zij geregeld met geweld te maken.

Broekers-Knol vond het verhaal dat de man in zijn gesprekken met de IND vertelde niet overtuigend genoeg. Ze houdt er rekening mee dat hij zijn homoseksualiteit veinst om een verblijfsvergunning te krijgen - een strategie die asielzoekers uit sommige Afrikaanse landen volgens de IND vaker toepassen.

Volgens de IND hebben Oegandese asielzoekers zich ten onrechte voorgedaan als homoseksueel en zo asiel gekregen. Vier Oegandezen vertellen wat dit voor hen betekent.

Homosauna

De zaak belandde bij de rechter, waar het ook ging over ondersteunend materiaal waarmee de Nigeriaan zijn homoseksualiteit probeerde aan te tonen. Hij liet onder meer een toegangsbewijs van een homosauna zien, en een afschrift van een betaling aan deze seksclub. De rechter oordeelde dat zulk bewijs niet doorslaggevend was, en dat de - volgens Broekers-Knol tekort schietende - mondelinge verklaring van de man leidend moest zijn.

Deze overweging van de rechter is volgens de Raad van State „te kort door de bocht”. Wat asielzoekers gedurende hun gesprekken met de IND vertellen is weliswaar belangrijk, maar ander bewijsmateriaal moet net zo goed meetellen, aldus de Raad. „De staatssecretaris zal bij haar beoordeling van de geloofwaardigheid altijd moeten motiveren hoe zij rekening heeft gehouden met de door de asielzoeker ingediende ondersteunende informatie. Dat heeft ze in dit geval niet gedaan.”

Bij de beoordeling moet Broekers-Knol duidelijk uitleggen wat ze van het ondersteunende bewijs vindt dat de man heeft aangeleverd. Een termijn waarbinnen de bewindsvrouw dat moet doen, noemt de Raad niet.