Vrij man

Lopend vuurtje Dennis Boxhoorn noteert in Tokio wat hem opvalt tijdens de Olympische Spelen.

Lopend vuurtje Tokio

Veertien dagen van olympische semi-quarantaine zaten erop. Dat betekende dat ik me onder de mensen mocht begeven. Het openbaar vervoer was vrij toegankelijk en de restaurants van Tokio waren niet langer verboden terrein.

Ik was schuchter geworden. Het gaf een veilig gevoel om de stad door het raam van een taxi of een bus voorbij te zien trekken, onderweg van hotel naar stadion en terug. Zeker nu de coronabesmettingen bleven toenemen en het Japanse vaccinatieprogramma nog altijd te wensen overliet.

Een collega van tv was besmet geraakt en zat tien dagen in een quarantainehotel. Ik moest er niet aan denken.

Van de organisatie kreeg ik een chipkaart waarmee ik tot het einde van de Spelen bussen en treinen in kon. Er zat ook een plattegrond bij van het metronetwerk van Tokio – een spinnenweb van lijnen. De hotelreceptioniste moedigde me aan. Met de kaartenapp op mijn telefoon moest ik een eind komen.

Ik liep naar het dichtstbijzijnde station. Kennelijk zag ik er verdwaasd uit.

Een vriendelijke dame schoot me wel erg snel te hulp. Ze tikte mijn startlocatie en bestemming in, ik maakte een foto van haar scherm.

Een uur lang keek ik naar gewone Japanners. Ze vonden mij ook interessant, leek het. Nooit eerder genoot ik zo van een rit met het openbaar vervoer. Ik was een vrij man.