Reportage

‘Vanzelf’ gaat het in wijken met grote culturele verschillen en financiële kloven niet

Sociale kloof Hoe geef je achterstandskinderen toegang tot kunst en cultuur? Op het voetbalveld natuurlijk, dacht het Jeugdfonds Sport & Cultuur.

Foto Simon Lenskens

Zo’n veertig kinderen zitten aan twee lange tafels. Aan de ene wordt druk geschaafd en geschuurd aan blokjes zachte puinsteen. Beeldhouwers-in-de-dop. Aan de andere ligt een meterslang vel papier. Kunstenaar/docent Kinga Wieczorek heeft drie lijnen erop getrokken: een gele (het strand), een lichtblauwe (de branding) en een donkerblauwe (de horizon). Tekenende kinderen laten hun fantasie stromen: wat zie en doe je zoal wanneer je een dagje aan zee bent?

Ilarion en Aslan (beiden 10) zijn dikke vrienden en dol op tekenen. „Ik leer het van mijn opa, die in Bulgarije woont”, zegt Aslan. Hij pakt zijn smartphone en laat een paar tekeningen zien: „Kijk, deze foto’s van mijn tekeningen app ik naar hem. Dan appt hij wel eens iets terug, wat ik kan natekenen. Zo leer ik het.” Ilarion tekent soms samen met zijn moeder. „Al héél lang, sinds mijn vierde of zo.”

Welkom bij Cultuur@CruyffCourts, aan de Walvisvaardersstraat in Zaandam-Zuid. Zon, wind en witte stapelwolken: het is oer-Hollands zomerweer, op een woensdagmiddag waarop kinderen vrij van school zijn. Het sportveld oogt als een megakinderpartijtje, met vlaggenlijnen versierd, met aanstekelijke muziek in stevig ritme en een marktkraam vol appels, gezonde koekjes en flesjes water.

Voetbalicoon Johan Cruyff is de naamgever van deze bijna tweehonderd ‘trapveldjes’ in Nederland. De stichting die Cruyffs naam draagt, heeft ze ooit gefinancierd en investeert onder meer ook in het opleiden van sportcoaches in binnen- en buitenland.

Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens

Creatieve talenten

Kunst op sportvelden, het is een prima match. Breakdance, streetdance, rappen, drummen, jongleren, schilderen, beeldhouwen – waarom niet? Het Jeugdfonds Sport & Cultuur organiseert deze zomer ruim vijfhonderd creatieve workshops, voor kinderen tussen 6 en 15 jaar, gratis, op zeventien CruyffCourts in het land. Het doel is: kinderen laten kennismaken met verschillende kunstvormen, beeldend en uitvoerend. Want ‘vanzelf’ gaat dit niet, in wijken waar de culturele verschillen groter en de financiële kloven dieper zijn dan in gemiddelde Nederlandse buurten.

Lees ook dit artikel uit het begin van de Cruyff Courts in 2006: Voetbal voor de jeugd redt de buurt

Directeur Monique Maks van het jeugdfonds zegt: „Johan Cruyff was ook echt een kunstliefhebber. Er is ooit een prachtige documentaire gemaakt over een ontmoeting tussen hem en choreograaf Rudi van Dantzig. Daarin zie je hoeveel raakvlakken er zijn tussen voetbal en ballet, met beelden van gracieuze voetbal- en dansbewegingen die sterk op elkaar lijken. Cruyff en Van Dantzig praten erover met veel passie en grote bewondering voor elkaars talenten.”

Kruisbestuiving tussen sport en kunst zou mooie ‘bijvangst’ zijn van deze Cultuur@CruyffCourts-reeks. Het voornaamste doel is echter anders: méér kinderen uit gezinnen met een lager inkomen een kans geven hun creatieve talenten te ontdekken en ontwikkelen.

Alle stereotypen stroken in dit geval met de werkelijkheid: jongens voetballen op pleinen en grasveldjes, voor meisjes is er buiten weinig te beleven (áls ze al buiten kunnen en/of mogen spelen). Lid van een sportclub? Vooral jongens. Muziekles, balletles, jeugdtheater? Weinig kinderen uit ‘achterstandswijken’, en van hen dan vooral de meisjes.

Op deze middag in een Zaandammer buitenwijk lijken de meeste kloven overbrugd. Zo’n 150 jongens en meisjes dansen en denderen vrolijk door elkaar in en rondom de ‘sportkooi’. Ze drummen op lege plastic vaten. Ze proberen ‘balkunstenaar’ Daniël Rood na te doen, die laat zien hoe voetbal en acrobatiek met elkaar verwant zijn. Wellicht vormen ze een inspirerend voorbeeld voor hun ouders, die nog wat afstand van elkaar houden: een groep gesluierde vrouwen op bankjes, naast een kluitje Zaankanters iets verderop.

Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens

Eén slaapkamer met z’n vieren

Fondsdirecteur Monique Maks spreekt van „een marathon”, een weg die een lange adem vergt om kinderen gelijke kansen te geven bij het aanboren van hun passies en talent. „Grote gezinnen, kleine behuizing: alleen dat is al een probleem, en zeker in deze coronatijd. Kinderen die met z’n vieren op één kamer slapen. Gebrek aan een ‘eigen plek’ bevordert de creatieve of fysieke ontwikkeling van kinderen niet. Hun ouders zijn als kind zelf zelden lid geweest van een sportclub, ze hebben geen les gehad in muziek maken of dansen. Wie deze ervaring niet kent, kan deze moeilijk aan kinderen doorgeven.”

Bas Husslage geeft deze middag leiding aan dit ‘kindercircus’. Het meeste werk is door hem al gedaan: de organisatie, de praktische voorbereidingen, het werven van kinderen via scholen in de wijken. Ontspannen loopt hij rond tussen de verschillende workshops. Na afloop voetbalt hij nog even vrolijk mee, wanneer het court z’n alledaagse sportgedaante weer aanneemt.

„Gewoon dóén” is zijn motto. Hij is in heel Zaandam actief met allerlei initiatieven om mensen bij elkaar te brengen. „Zo kwam ik laatst een meisje tegen dat heel graag wilde dansen, maar ze had een aangeboren afwijking aan een been. Haar ouders hielden het tegen: ‘Nee, dat kun jij niet!’ Maar ze hield vol en ging meedoen aan een workshop. Dat geeft een kind zóveel energie, zóveel zelfvertrouwen!”

Aan de tekentafel heeft Zeynep (7) het strand en de zee intussen volgetekend met een walvis die water spuit en zichzelf en haar vriendinnen die op handdoeken in de zon liggen. Haar tekenstijl is opmerkelijk fijn ontwikkeld. Heeft ze les? Ja, op internet – „via allerlei Turkse filmpjes.” Zou ze elke week les willen krijgen, bijvoorbeeld hier in het buurthuis? Nee, zegt ze resoluut, „ik vind school vervelend”.

En gewoon, zoals nu, met kinderen aan één grote tekening werken – zou dat dan wat zijn? „Ja, dat vind ik héél leuk. Maar dat is geen les. Dat kan ik al.” Gewoon dóen – zo eenvoudig kan het zijn.